Een aantal dagen geleden sprak ik met de organisatoren From Party to Business. Een Networking Event op 2 oktober in de Mediacentrale. Een feest bedoeld om zakelijk te kunnen netwerken in een party sfeer. Nu is een feestje wat anders dan netwerken maar aan de andere kant schuift dat wel naar elkaar toe. Opeens viel de opmerking "Er zit beweging in netwerken". En op een of andere manier voel ik dat ook. Netwerken had toch wel een sfeertje van zakelijk met elkaar dingen bekokstoven. Het wordt losser was onze conclusie en dat is ook gelijk waar From Party to Business over gaat.
Andere mensen ontmoeten en niet ieder contact hoeft tegelijkertijd direct iets op te leveren. Dat mag natuurlijk wel maar als je er losser in staat komen ook de creatieve dingen aan de orde en als je een klik met iemand hebt is dat winst. Dat hoeft niet altijd zakelijk tot iets te leiden.
Gisteravond mocht ik te gast zijn bij de thuiswedstrijd van onze FC, (jee wat kwamen ze nog goed weg). Netwerken in een voetbalstadion. Ik blijf het een beetje raar vinden om afgesloten van het echte gebeuren naar voetballen te kijken. Het was nuttig en de wedstrijd was spannend maar eigenlijk is het nut en genieten van beiden het net niet. De wedstrijd bekijk je toch wat meer van een afstand en het zakelijke gesprek komt ook niet echt goed uit de verf. Aan de andere kant gaat het niet om dat ene moment want relaties bouw je door de loop van de tijd. Vertrouwen komt te voet (en gaat te paard).
Netwerken blijft me boeien, want hoe krijg je de juiste persoon in een groep mensen te spreken als je bij een bijeenkomst bent van 20 mensen (laat staan bij een voetbalwedstrijd met 20.000
. Ze stuk voor stuk spreken, je laten introduceren of ga je gewoon bij een lopend gesprek staan. Dat laatste komt wel steeds meer en meer voor was onze conclusie. Er zit beweging in netwerken. Het wordt opener. Je ziet steeds minder mensen in een gesloten houding met de gezichten naar elkaar toe staan. Of dat zo is weet ik niet maar het zou me niet verbazen want "delen" begint steeds meer gewoon te worden.
Het was een reden om te beginnen met een eigen Netwerkbijeenkomst. De formule is simpel: op een vast tijdstip (laatste donderdag van de maand) op een vaste plaats (de Graansilo, Griffeweg 4) is er van 17.00 tot 19.00 uur een Netwerkbijeenkomst voor een ieder die eens af wil spreken met oude kennissen en nieuwe mensen wil ontmoeten. De achtergronden zijn te lezen op www.tnetwerk.nl. Komende donderdag 26 augustus zijn we toe aan de 8e editie en de reacties zijn uiterst positief. Voel je dus vrij om langs te komen, nodig iemand uit die je een poos niet hebt gezien. Meld je wel even aan zodat we een beetje zicht hebben wie er komen.
Oh ja de kosten: geen, alleen de consumpties die je gebruikt zijn voor eigen rekening.
Soms heb je dingen die je altijd bij zullen blijven. Ik was nog maar net voorzitter van het ICT Platform toen ik de vraag kreeg: Wil je wel met Wubbo Ockels praten. Wat een vraag, natuurlijk! Het is meer de vraag of Wubbo wel met Jan Hut wil praten. Het bleek dat hij in Groningen was en een uurtje over had. Het bleek ook nog op zijn verjaardag te zijn dus de datum is eenvoudig te achterhalen, 28 maart 2003. Het was een leuk gesprek en Wubbo was vol van zijn plan rond de laddermolen en hij was op zoek naar sponsoren. We nodigden hem uit om zijn verhaal eens te doen op een ICT Platform bijeenkomst. dat deed hij later ook.
In datzelfde gesprek gaf hij aan een droom te hebben van een duurzaam zeilschip waar hij de wereld mee over wilde zeilen. Die wens had hij al sinds zijn ruimte reis waar hij onze kleine kwetsbare planeet had bewonderd. Ooit wilde hij veel van die plekken bezoeken met een zeilschip die duurzaam zou moeten zijn. Een dag zeilen moest voldoende energie opleveren voor een maand leven. Hij was er al een poosje mee bezig en stond voor de keus waar het schip gemaakt moest worden. Wilma Haket was bij het gesprek en ze opperde om het schip in Groningen te laten maken. Ze wist Wubbo te overtuigen om de Groninger bedrijven Marvis Jachtbouw en No Limit Ships te bezoeken.
Dat bezoek was op 5 juli 2003 de dag na een bijeenkomst van Het ICT Platform en ook de dag dat het varend erfgoed in Groningen lag. We haalden Wubbo van de trein en brachten hem naar Marvis Jachtbouw waar hij gelijk met Bert van Kalsbeek de computer in dook om ontwerpen te bekijken. Er volgde een boeiende discussie over wand diktes, belijning en spant afstanden. Even later op de werf was Wubbo zichtbaar onder de indruk van de werkwijze en aanpak. In de auto op weg naar No Limit Ship aan de Friesestraatweg was hij er vol van want hij zocht geen groot gerenommeerd bedrijf maar een klein bedrijf (of bedrijven) met passie en deskundigheid om zijn droom te realiseren. Hij wilde zelf zich met de productie kunnen bemoeien.
Later op de dag bezochten we No Limit Ships en daar werden we gastvrij ontvangen door Piet Wieringa en Albert Keizer. Ik herinner me dat de mannen het jammer vonden dat ze niet een afgebouwd schip hadden liggen. Ze waren op dat moment wel bezig met een af te bouwen. Mooier hadden ze het niet kunnen regelen want Wubbo kroop op handen en voeten door het half afgebouwde schip. Ook hier een gesprek vol techniek hier vooral over energie opwekking en bediening.
Terug in de auto vertelde Wubbo dat hij er wel uit was en dat de Ecolution in Groningen gebouwd zou gaan worden. Op de spiegel zou Groningen komen te staan. De mannen van Marvis en No Limit vertelden me later dat ze het zich nauwelijks konden voorstellen dat zij zo’n project zouden mogen realiseren.
7 jaar later is de Ecolution afgelopen vrijdag gedoopt. Wubbo zijn droom werd waarheid. Als ik het goed heb begrepen zijn veel van zijn wensen gerealiseerd. Mooi om te zien dat Bert, Piet en Albert vol trots deelden in de feestvreugde. Toevallig was ik in de buurt dus heb ik aan de overkant het mogen bekijken, de afvaart bij No-limits onderweg in het Reitdiep en de aankomst bij de Hunze.
Er is veel gebeurd sinds die eerste gesprekken maar mooi dat de 4 mannen (natuurlijk met nog heel veel anderen) de droom hebben kunnen realiseren.
De vorige bijdrage ging over digital divide. En het is net zo als je een ander type auto koopt, opeens zie je ze overal rijden. Deze week kwam het op verschillende momenten terug. Dan ging het niet over digital divide. Of eigenlijk wel maar dan wat minder met zo´n buzz woord. Inmiddels zie ik het overal.
Aan de ene kant mensen die zich vol overgave storten op I-pads, nieuwe widgets, nog mooiere gadgets. De films (liefst digitaal) bekijken wanneer het uitkomt, uitzending gemist even bekijken voor de echt leuke / nuttige dingen, RTV Noord voor regionaal nieuws en voor de rest kijken wat er nog meer te beleven is. Heel erg "in control". Of misschien door het kortstondig zappen en overschakelen juist niet "in control".
Aan de andere kant een groep mensen die TV consumeren. Het over zich heen laten komen. Geen behoefte hebben om al die dingen die toch bijna per dag veranderen nog bij te houden. Het is dus al lang niet meer de kloof tussen mensen die een computer hebben of niet. Of mensen die een snelle verbinding hebben of niet of mensen die het kunnen of niet. Het gaat veel meer om mensen die het maar al te graag willen en de rest die het pas doen als het absoluut niet anders kan. Telebankieren is wel handig maar als je eerlijk bent dat geklungel met een card reader en een pasje en dan al die codes. Ach dan was het zetten van een handtekening, in een enveloppe wel zo eenvoudig. DigID ook zo mooi. Ben je ook eens vergeten waar je mee was ingelogd als username? Heb je dat ook allemaal weer opnieuw moeten aanvragen? Moeilijker kunnen ze het niet maken. Wat een gedoe en als het echt moet ach dan doen we het wel. Maar een echte verbetering voor ons is het niet.
Het is net als met bekeren. Mensen die er niets mee hebben weten niet wat ze missen. Maar als je eenmaal gegrepen bent wil je er het liefst veel over praten en met mensen delen. Gelukkig zijn die digitale mensen veel online te vinden en kan je geweldig veel delen. Ik zie die kloof alleen maar groeien want de groep die aangehaakt is, ontwikkelt al gaande weg vaardigheden die door de jaren heen misschien wel een zekere mate van virtuositeit in zich hebben. Het gaat dan niet om het bespelen van een muziek instrument maar om het typen of SMS-en. Even een widget downloaden en installeren is voor een niet ingewijde bijna goochelen. Als je wat oudere kinderen ziet SMS-en lijkt het wel op het bespelen van een instrument.
En het verandert ook steeds. Google heeft recentelijk de indeling veranderd en nu werkt contactpersonen weer heel anders. Het is wel een verbetering maar voor mensen die er net achter zijn hoe het ook al weer zat met het maken van groepen moeten weer gaan zoeken hoe het nu weer moet.
De afgelopen week had ik een gesprek over hoe het toch komt dat er maar weinig mensen met echt kennis van zaken zich bekommeren om eenvoudige simpele oplossingen. Op zich is dat wel verklaarbaar. Mensen die goed kunnen skieen willen ook het liefst op de zwarte piste of tenminste de rode. Het is veel leuker te werken met de nieuwste toepassingen. Aan de andere kant blijven heel veel mensen problemen hebben met en aansluiten van een printer, het installeren van een webcam of het goed kunnen opmaken van een document en dan het ook nog een leuk kunnen printen. Om op dit soort problemen een monteur of specialist af te sturen kan tegenwoordig niet meer uit. Een internet aansluiting maken doe je tegenwoordig zelf. Als dat niet in een keer goed gaat ben je mooi de klos. Voor dat soort problemen is er nog wel een monteur achter de hand. Voor al die andere problemen is het vaak worstelen. Maar het gaat vaak om die ene instelling, dat ene schroefje uit "Zen en de kunst van het motor onderhoud". Al dat gezoek en gepuzzel maakt de acceptatie van nieuwe dingen er niet groter op.
Het is natuurlijk de vraag hoe wenselijk het is dat mensen digitaal vaardig zijn. Daar kan ik kort over zijn. Zeer! Want in de toekomst zullen er steeds minder mensen zijn die de oudere mensen kunnen helpen. Zorg wordt ook steeds meer een verantwoordelijkheid van de zorgvrager zelf. Ik merk ook dat er een verschuiving aan de gang is. Zorg is steeds minder een verantwoordelijkheid van een verzorger of een instelling. Steeds meer wordt het een zaak dat mensen zo lang mogelijk de regie houden over hun eigen leven. (zolang dat nog kan).
De technieken zijn er om op afstand een oogje of oortje in het zeil te houden. En als er iets is, even (op afstand) contact te hebben. In een aantal gevallen wordt dat meer op prijs gesteld dan meerdere keren iemand over de vloer. Of als er een vraag is even contact opnemen. Maar dan moet het wel simpel en betrouwbaar zijn en de mens vaardig om het te bedienen. Het vraagt vaardigheid en enthousiasme om er mee te werken. Overigens aan beide kanten. De zorgverlener moet daar ook aan wennen. Dan gaat er een wereld open.
Op de voor flank van de ontwikkeling mee surfen is leuk. Dat is motorrijden of een mooie partij tennis ook alleen zonder basistechniek blijft het frustrerend.
Sinds jaar en dag heb ik al iets met techniek. Die fascinatie is al redelijk vroeg begonnen met lampjes en schakelaars en toen ik het relais ontdekte werd het nog leuker. Je zette ergens spanning op en er kwam iets in beweging. Later met elektronica werd het nog vreemder, een dood stukje materiaal kon een lamp laten knipperen of afhankelijk van de lichtsterkte schakelen. Om mij heen zag ik klasgenoten die dit allemaal maar matig interesseerden. Op de MTS zag je een soortgelijke verdeling. Een deel had iets met het vak en anderen zaten er omdat ze nu eenmaal een beroep moesten kiezen. Verderop in mijn loopbaan bleef ik verschil zien tussen mensen die iets hadden met techniek en mensen die er niets mee hadden.
Door de komst van de computer en later Internet kregen de techneuten opeens gezelschap van intensieve gebruikers van computers. Vaak waren dit techneuten maar er kwam een nieuwe groep bij de mensen die met behulp van deze nieuwe technologie gelijk gestemden vonden. Opeens was de techniek van de computer ook het domein van de samenwerkende mens. Er ontstonden virtueel sociale netwerken en vaak waren dit afspiegelingen van wat er in de echte wereld plaats vond. Maar omdat tijd en plaats veel minder een beperking was ontstonden ook netwerken van mensen die elkaar nog nooit of nauwelijks hadden ontmoet. Maar er blijft nog steeds een groep mensen ontstaan die niet aangehaakt is bij deze ontwikkeling. De groep die zich wel intensief bezig houd met sociale netwerken ontdekt steeds nieuwe manieren om met elkaar in contact te komen. Via bloggen, RSS, Hyves, Facebook, Linkedin, Twitter, Foursquare, Ning, MindZ en noem maar op worden netwerken geweven. Er zijn mensen die die netwerken aan het uitpluizen zijn. Ik zag een nieuw beroep ontstaan: Netwerkuitpluizer.
Blijft een grote groep die niets met dit alles doet. Vreemd genoeg zijn hieronder ook veel techneuten. Zij hebben nog steeds de liefde voor de techniek maar alles wat mensen er mee willen is niet aan hen besteed. De scheiding tussen de groep aangehaakten en de mensen die er niets mee doen wordt ook wel Digital Divide genoemd. Een paar jaar geleden werd dat voornamelijk veroorzaakt door mensen die zich geen computer konden veroorloven. In sommige gemeenten waren er zelfs projecten om de minima aan computers te helpen. Een andere oorzaak dat mensen niet aangehaakt waren was het feit dat lang niet overal breedband te krijgen is. Ook daar is de laatste jaren veel in veranderd. Zelfs in ontwikkelingslanden zijn er programma´s met OLPC (One Laptop Per Child). Maar ook in Europa is er nog steeds een grote kloof. Niet voor niets dat Neelie Kroes in haar Europees programma voor de komende jaren nog acties heeft staan tegen de digital divide.
Maar om mij heen zie ik de kloof steeds breder worden. Als je wel aangehaakt bent lijkt het wel of de hele wereld twittert en accounts heeft op sociale netwerken. Maar niets is minder waar. Hele groepen doen niets met al die nieuwe toepassingen. Docenten weten niet wat wiki’s zijn of hebben nog nooit van RSS gehoord. Laat staan dat ze een account hebben op linkedin of twitteren. Heel veel mensen hebben de startpagina van de browser nog steeds net zo staan als dat de fabrikant of computer leverancier het hebben ingesteld. Bestanden worden standaard geopend in Word. En een Docx bestand wordt als niet leesbaar teruggestuurd (een docx bestand komt uit Office 2007)
De kloof wordt groter en dat heeft weinig te maken met leeftijd want het aantal mensen dat aangesloten is bij senior web groeit nog steeds evenals de leeftijd van gebruikers. De vraag is natuurlijk hoe erg dat is dat de kloof breder wordt. De ontwikkelingen gaan gewoon door. Bij veel banken is het al niet meer mogelijk geld over te maken met een overschrijvingsformulier, je moet internet bankieren. Reden voor mijn moeder om weg te gaan bij de SNS bank. Daar liggen ze er echt niet wakker van want die klanten zijn ze blijkbaar liever kwijt dan rijk.
Het gaat steeds sneller en de kloof wordt steeds groter. Mobiele toepassingen verdringen zich op mijn Android telefoon en dat is bij de Iphone niet anders. Per maand komen er duizenden bij. Google gooit er maar eens weer een nieuwe layout tegenaan op de zoekpagina met afbeeldingen. Ik kan ook zoeken / filteren op kleuren en gezichten. Niets is meer voor langere periode hetzelfde. Maar als we met elkaar slimmer willen gaan werken is het wel handig dat we met hetzelfde gereedschap werken. Hoe krijgen we mensen zover dat ze documenten willen gaan delen anders dan ze steeds heen en weer te mailen. Laten we nog steeds de secretaresse afspraken plannen of hebben we al een gemeenschappelijke agenda. De tools zijn er in overvloed dat is ook gelijk het probleem. Er zijn er zoveel.
Voor heel veel van de toepassingen wordt wel elementaire kennis van computer gebruik gevraagd. Iets dat je alleen leert door het te doen. Of het moet al zo simpel zijn dat je er gelijk mee aan de slag gaat. Voorlopig zie ik dat nog niet gebeuren. Het wachten is dus op een van de grote partijen die de standaard zet. Google heeft een voorsprong als het gaat om online werken. Microsoft zet er zwaar op in. Of misschien is er een nieuwkomer die de oplossing heeft. De tijd is er rijp voor om grote groepen mensen online te laten samenwerken. Alleen hoe?
Wandelen in Nijmegen is dit jaar niets geworden. Een oorontsteking maakte dat ik thuis ben gebleven, een hoop pijnstillers en een antibioticum kuur later ben ik het weer kwijt maar wandelen in Nijmegen zat er dit jaar niet in. Volgend jaar maar gewoon weer een poging ondernemen. Het was ook wel erg hectisch de weken ervoor dus misschien was deze gedwongen rust ook wel noodzakelijk. Het nieuws heb ik daardoor goed kunnen volgen.
De HBO fraude sprong mij het meest in het oog. Helemaal onbekend komt me het nu ook weer niet voor. Als je ergens voor beloond wordt gaat dat na verloop van tijd bijzondere neven effecten hebben. Bekend zijn ook verhalen uit Rusland (of het oostblok) waar fabrieken betaald werden voor het aantal schroefjes en boutjes wat geproduceerd werd. Met veel kleine schroefjes wisten ze de norm eenvoudig te halen, grote bouten werden niet gemaakt. Tot er betaald werd voor het gewicht van de producten en hup opeens werden alleen maar grote bouten en moeren gemaakt. Of het waar is weet ik niet maar het verhaal werd me ooit op school verteld.
Scholen die geld krijgen voor het aantal leerlingen dat een diploma haalt. Het gevolg lijkt voor de hand te liggen. De vraag is natuurlijk hoe dit ontstaat. Ik kan me voorstellen dat de leiding op een gegeven moment aangeeft dat het financieel niet goed gaat en daarmee ook de link legt met het lage aantal leerlingen dat niet op tijd het diploma haalt. Het personeel lijkt me dan slim genoeg om het aantal leerlingen dat slaagt toe te laten nemen. Of zou het zo zijn dat er op het intranet van die instellingen een soort richtlijn te vinden is. Hoe om te gaan met een te laag aantal studenten dat slaagt.
Vanmorgen las ik een stuk over hoe intranetten niet voldoen in de huidige kenniseconomie. (dank zij Gerrit Visser) Het zette me wel aan het denken. Een intranet heeft zeker een toegevoegde waarde maar voor heel veel bedrijven en instellingen is veel meer informatie beschikbaar buiten de organisatie. Al die kennis moet je niet eens op een intranet willen opslaan. Eigenlijk wil je een intranet alleen maar gebruiken voor informatie die niet naar buiten mag. Zoals bijvoorbeeld informatie over het te lage aantal leerlingen dat slaagt. Misschien wil je juist wel extra veel informatie ontsluiten om aan te geven hoe je daar als organisatie mee omgaat. Ik hoorde dat er ontstellend veel reacties waren geweest van leerlingen en docenten maar die dat niet open durfden doen, bang voor de gevolgen.
Wat mij en onze beide kinderen wel gelijk opviel dat er in één journaaluitzending Geert Dales optrad als voorzitter van IN Holland en gelijk erna een item met hem over de raad voor Openbaar bestuur (het item kan ik niet meer vinden) . Wel heel erg bizar. Natuurlijk is zijn rol en betrokkenheid nog niet duidelijk maar het kan allemaal in Nederland en het voelt niet goed.
Eerder deze week zag ik een stuk op www.ted.com over www.wikileaks.com. Een soort kliklijn waar mensen anoniem documenten naar toe kunnen sturen over misstanden. Een boeiend verhaal. Misschien is het goed om een soort wikileaks in te stellen voor de HBO fraude. Ik kan me niet voorstellen dat personeel van een HBO instelling dat zelfstandig heeft gedaan. Er moeten richtlijnen, mailtjes of op zijn minst hints en tips zijn gegeven. Al was het maar een interne notitie van de leiding dat waarin er een relatie wordt gelegd tussen diploma’s en geld. Raar maar op een of andere manier zie ik steeds een relatie naar bonussen bij de banken. Misschien ligt er wel een mooie taak om een soort wikileaks.nl rond dit thema op te zetten
Het gaat hard op het gebied van sociale netwerken. De groeicijfers zijn verpletterend en iemand die minder connecties heeft dan 200 doet niet echt mee. Ik heb veel connecties op Linked in maar die zijn zakelijk. Iets persoonlijker is Facebook en daar heb ik ook tientallen vrienden. Dat is na mijn uitglijder Oeps alleen nog maar gegroeid. Dat zijn er nu over de 200 vrienden. Alleen zijn dat natuurlijk geen echte vrienden dat houdt met een handjevol wel op.
Nu ben ik geen eenzaam tiepje maar het schijnt nu eenmaal zo te zijn dat een mens maar een handvol echte vrienden heeft en een hele hoop kennissen die dan ook nog allemaal vanuit verschillende achtergronden bij je horen: sport, kerk, school, buren, werk, hobby en ga zomaar door.Op internet word dit allemaal op een hoop gegooid. Daar kwettert iedereen over de wereld net als vogeltjes (alleen hebben die niet dat bereik).
Ik kreeg een presentatie (zie hieronder) door gestuurd waarin Paul Adams die namens Google hier verder op in gaat. Het is even bladeren want 216 slides heb je zo maar niet door geklikt.
Kern van de boodschap een mens heeft heel veel netwerken in het echte leven en social networking ondersteunt dit niet goed. Er zijn wel al pogingen ondernomen om dit te ondervangen maar het blijft behelpen. Natuurlijk kan ik groepen aanmaken maar het blijft lastig want ik wil met mijn oud buurman wel naar een beurs of zijn verjaardag vieren maar of ik met naar een concert wil? En wil ik eigenlijk die mensen wel zo indelen? Zo gaat het in het echte leven ook niet want als een vriend me voor iets vraagt waar ik normaal gesproken niets mee zou hebben, grote kans dat ik wel meedoe.
En wat misschien nog wel het grootste probleem is dat ik maar heel weinig contact heb via internet met vrienden. Nu ben ik niet representatief denk ik maar dit zou wel eens voor veel mensen kunnen gelden. In mijn geval is mijn digitale leven maar een vage afspiegeling van mijn echte leven. Ik kom wel mensen voor het eerst tegen die me hebben gegoocheld en weten wie ik ben want ze hebben veel over me gelezen. Dat laat ik dan maar zo. Voorlopig zullen we het er mee moeten doen en dat is misschien ook maar goed.
Aan de andere kant blijft dat beeld misschien nog jaren zo bestaan zelfs lang nadat ik er niet meer ben. Ergens in de discussie kwam ik de term digital cemetry tegen en zoeken op de term levert veel informatie op over het ontsluiten van begraafplaatsen. (zoals het mooie initiatief www.graftombe.nl) Maar mijn eerste gedachte was: misschien is het goed om een digitale omgeving te hebben waar veel te vinden is over iemand (die er nu niet meer is). Een soort digitale biografie. Natuurlijk komen er allerlei aspecten naar boven maar het idee blijft wel bij me hangen. Vast dat daar wel initiatieven rond zijn ontplooid een wikipedia voor personen een Whokipedia. Digitale condoleance registers worden steeds meer gebruikt maar daarin staan vaak alleen korte boodschappen. Op zich jammer want het zou ook een mooi platform zijn om iemands leven digitaal te completeren. Dat zou iemand natuurlijk al tijdens zijn of haar leven moeten toestaan en inrichten.
Het is vakantie, morgen naar Nijmegen waar ik weer een paar dagen ga wandelen met 40.000 vrienden in Facebook termen. Even kijken of daar ook wandelaars twitteren, zou haast wel moeten met die aantallen.
Ooit van een QR Code code gehoord? Wel als je een beetje de ontwikkelingen volgt. Maar heb jij het ook wel eens gebruikt? Want dat is allemaal niet zo erg moeilijk.
Allereerst is het natuurlijk de QR Code en niet de QRC code want de c staat al voor Code. QR staat voor Quick Response. En dat is ook wat het doet.
QR code is eenvoudig te maken en tegenwoordig zijn veel telefoontoestellen uitgerust met een Barcode reader. Leuk om de labels te lezen van producten. Nog leuker om de barcodes op boeken te scannen en dan gelijk doorverwezen te worden naar internet waar de recensies te lezen zijn. Er is ook een site www.stickybits.com waar je commentaar kan leveren bij een barcode. Dus heb je de barcode van Brinta gescand dan kan je op die site ook andere Brinta fans (of haters) treffen. Daarnaast kan je ook zelf een barcode maken om zo een groep te vormen.
Ik heb ook mensen zien lopen met een dergelijke code geprint op een T-shirt. En het is ook te printen op een visitekaartje waardoor de gegevens automatisch worden ingelezen. Dat is in ieder geval wel zo bij mijn Android telefoon. Camera erop richten en de gegevens worden herkend en gelijk krijg ik de vraag moeten deze gegevens naar het adresboek? Mijn nieuwe visitekaartjes liggen op de post ik hoop ze morgen anders volgende week te krijgen.
Er zijn sites op internet waar deze kaartjes besteld kunnen worden maar het stelt ook niet voor om dit zelf te maken. Gegevens invoeren in een QRC generator. het plaatje downloaden en achterop een visitekaartje drukken.
Maar er zijn veel meer leuke dingen mee te doen. Zoals de code hiernaast ontcijferen. Als je doet wat er staat krijg je een leuke attentie van me thuis gestuurd. Tenminste als je bij de eerste 5 bentt. Daarna is er alleen nog eeuwige roem. Maar dan krijgt je wel over een aantal weken een mailtje met een aardigheid. Veel plezier met QR code en laat eens weten welke leuke toepassing jij ziet.
Ik ben benieuwd
Het gaat hard en dan doel ik niet op de TT die vorige week wel een beetje saai was. (hoewel de tocht er naar toe op motor leuk blijft). Nee ik doel op de ontwikkelingen op web en mobiele toepassingen. Sinds een aantal maanden beschik ik over een HTC Hero (Android telefoon van Google) en dat was al een stap in een wondere wereld van Widgets. Karrenvrachten toepassingen die je op je telefoon kan downloaden, proberen en net zo gemakkelijk weer verwijderen. Van GPS toepassingen, barcode scannen en gelijk de informatei opzoeken op internet, Google maps, Foto toepassingen en Geo taggen (zie vorige post). Maar het was wel een beetje een teleurstelling dat ik met een verouderde softwareversie van Android moest werken. De HTC Hero werkte nog op versie 1.5 en al maanden was de upgrade naar 2.0 beloofd en later werd beloofd dat er gelijk overgestapt zou worden naar 2.1
Afwachten dus. 2 weken geleden kreeg ik al de voorbereidende software aangereikt met de meededeling dat de upgrade hoogstens 2 weken op zich zou laten wachten. Vanmorgen maar eens geprobeerd en ja dus ik kreeg een melding dat de upgrade beschikbaar was. De upgrade verliep vlekkeloos dus vandaag een groot deel van de dag aan het spelen geweest. Veel toepassingen die leuk zijn en sommige echt een stap voorwaarts. Leuke toepassingen zijn nu dat ik rechtstreeks vanaf mijn mobiel kan printen op onze netwerkprinter, fotostitching werk nu ook, Navigatie met Googlemaps werk nu ook met spraak (voor zover ik het kon nagaan). Het schijnt dat de accu het wat langer volhoudt en nog veel meer dingen waar ik nog niet aan toe ben gekomen. Ik ben onder de indruk wat Android allemaal kan. Google was al machtig maar ook op mobiel gebied blazen ze een deuntje mee. Wat een verschil met een paar jaar geleden toen ik nog aan het klooien wat met Windows Mobile, ook Nokia mist de boot tussen het Iphone en Android geweld. Ze doen wel een schamele poging met Ovi maar wat is dat behelpen als je eenmaal van een Android (en Iphone) hebt geproefd.
Leuk maar ook beangstigend hoe Google dat in elkaar heeft gezet. Op veel fronten zijn ze bezig. Gisteren wist ik oude Outlook mailbestanden uit 2000 weer tot leven te krijgen via Google. Iets wat me met Microsoft nog niet was gelukt. Moeiteloos haalde Google duizenden mailtjes binnen die ik eigenlijk al had afgeschreven. Ook wel vermakelijk en aandoenlijk om te lezen waar ik me 10 jaar geleden mee bezig hield. Aan de andere kant staat het nu allemaal on-line. Wel in mijn mailbox maar toch als Google het wil ook openbaar, bijvoorbeeld na 40 jaar. Erg leuk maar aan de andere kant ook weer niet.
Des te langer ik er over na denk des te wranger ik de statement "do no Evil" van Google begint te vinden.
Het was me het weekje wel. In ieder geval niet saai. Hoewel….. we waren op bezoek bij de EU in Brussel en om nu te zeggen dat ik daar graag aan het werk zou willen? Nee bedankt. Jonge wat een saaie bedoening. 27 landen die met elkaar op een lijn moeten komen. We hadden een bijeenkomst over één Europees breed patentstelsel. Daar is men pas 14 jaar!!! mee bezig. Eigenlijk is men er inhoudelijk wel over uit het probleem is alleen de taal kwestie in welke taal moet een Patent ingediend worden. Het huidige voorstel kan het in Engels Duits of Frans. Maar dat wordt geblokkeerd door Spanje die ook spaans er aan toe wil voegen. Maar dan zouden de kosten voor het hele patentstelsel te hoog worden. Nou ja anyway Slaapverwekkend.
Doel van ons bezoek was om bij de ICANN namens kleine innovatieve bedrijven een standpunt te verwoorden over de uitbreiding van Top Leven Domains. (.com .net .org etc). We waren uitgenodigd door ACT een wereldwijde organisatie die opkomt voor de belangen van kleine innovatieve bedrijven. Er is een lobby van de zogenaamde registars (SIDN voor Nederland) om het aantal Top Level Domains uit te breiden. Dat zou ik in hun geval ook bepleiten want dat is business.
We kregen dus allemaal goodies van de registars, ook onze eigen Nederlandse SIDN gaf de bezoekers een kabeltje met hangslot. Het lijkt natuurlijk prachtig om domeinnamen te hebben als Info@janhut.groningen. Lijkt want daarmee is het hek ook van de dam want moet ik dan ook info@janhut.zevenhuizen registreren. Of voor de zekerheid ook maar www.janhut.xxx (het voorstel voor pornosites). Het wordt er voor kleine bedrijven dan niet duidelijker op. In ieder geval is mijn conclusie als er al iets gaat veranderen dan zal dat via de weg van de geleidelijkheid gaan.
Terug in Nederland las ik dat Henk Wiering is overleden. Dat is even schrikken want Henk stond voor mij altijd symbool voor energie en daadkracht. Zijn lijfspreuk: "Beter achteraf excuses aanbieden dan vooraf toestemming vragen", is me uit het hart gegrepen. Niet dat ik me altijd kon vinden in zijn aanpak, maar dat is weer iets anders. Henk heeft door zijn houding en optreden heel veel betekend voor Groningen en omstreken. Eigenlijk wel een beetje bijzonder de stroperigheid van Brussel en de daadkracht van een individu.
Het in hokjes stoppen is een vaardigheid die we graag oefenen met elkaar. Elkaar een labeltje op plakken. Door de loop van de jaren en het wegvallen van grenzen is dat allemaal wat lastiger geworden want mensen kunnen in meerdere hokjes zitten. Internet heeft daar het nodige aan bij gedragen en Google heeft de wereld op de kop gezet door zoeken geen exacte uitkomst meer te geven maar ook suggesties aan te bieden. Zelfs als ik een tikfout maak krijg ik de suggestie bedoelde u….?
Daar naar kijkend is het vermakelijk om mensen te zien worstelen met hun E-mail. Die moet onderverdeeld worden in mapjes. Met als gevolg dat als je het in het verkeerde bakje stop het voor eeuwig weg is. De laatste jaren laat ik al mijn mail binnenkomen in een webomgeving. En laat alles staan in de inbak. Daar staan op dit moment 35.000 mailtjes. Niet dat ik dat merk want ik zie alleen alleen de laatste 100. Het is even een knop omzetten maar het brengt veel rust. De mail waar je iets mee moet, moet je wel markeren want zin en onzin staan gewoon door elkaar. Het is echter simpel er een labeltje (of tag) aan te hangen. Een mail terug vinden is erg simpel want de zoekmachine technologie helpt hierbij, zelfs bij 35.000 stuks. En trouwens van de zoekresultaten worden de laatste het eerst getoond dus een mailtje van vorige week staat in de zoekresultaten redelijk bovenaan
Om foto’s vindbaar te maken is het nog wel noodzakelijk om er een labeltje aan te hangen. Want hoe kan je anders zoeken naar een onderwerp op een foto. Ergens moet iemand een labeltje aan de foto van bijvoorbeeld de Martini toren hebben gehangen. Maar tegenwoordig is het vaak ook mogelijk aan te geven wanneer de foto genomen is (als de klok in het toestel op tijd staat). En als het fototoestel (of het mobieltje) uitgerust is met een gps ontvanger kan er aangegeven worden waar de foto gemaakt is. Handig om te weten waar het geitenhokje is die hierlinksboven op foto staat. Op die foto staan geiten die een erbarmelijk onderdak hebben reden voor de Pvd Dieren om kamervragen te stellen. Waar die foto is genomen is hier eenvoudig te achterhalen. Als er zo’n locatie labeltje (GEO-tag) aan hangt van een foto die op de Grote Markt in Groningen genomen is, grote kans dat de Martinitoren er op te vinden is. Natuurlijk kan ook later handmatig die locatie toegevoegd worden. Met die verzameling foto’s genomen op de grote Markt is er een heel mooi panorama te maken, gebruik makend van alle voorhanden zijnde foto’s op internet. Er zijn toepassingen die al die foto’s in een panorama of show zetten. Een extreem voorbeeld is hieronder te zien. Een aanrader.
Helemaal geen Streetview maar gewoon geuploade foto’s
Langzamerhand zet ik steeds meer informatie op internet handig want dan kan je het delen met andere mensen. Maar er zit ook een schaduwzijde aan. Welke informatie deel je wel en welke niet. En als ik het niet wil delen weet ik dan zeker dat het toch niet voor andere dingen gebruikt wordt? Een voorbeeld: Google heeft recentelijk een leuke toepassing: gezichtsherkenning. Ze kunnen in mijn webalbums gezichten herkennen. Ik label een gezicht met een naam en vervolgens kan ik in al mijn albums zoeken naar dat gezicht. Handig en leuk. Maar…. wie zegt niet dat als ik een keer een label heb toegevoegd aan de foto van een vriend deze foto ook vindbaar is in andere albums en zo gelijk ook met een tag erbij. Griezelig. Natuurlijk zou het ook voor nobele doelen gebruikt kunnen worden. Waar is Joran van de Sloot nog meer te zien geweest? Maar wil ik wel publiekelijk herkend worden? Ik denk dat ze het bij Google wel zullen laten maar aan de andere kant is met Streetview ook een grens gepasseerd.
Happy tagging.
Ik hou het voorlopig nog maar beperkt en ik geloof dat ik de paar tags die ik gemaakt heb ook maar weer weghaal. Maar Internet vergeet nooit iets dus is het kwaad al geschied,


