Jan Hut

En opeens zit ik er weer middenin: “The commons”. Ik heb al veel vaker geschreven over de Meent en de over uitnutting van onze planeet. Ergens in 2007 hoorde ik Howard Rheingold in Groningen praten over “The tragedy of the commons”. (De tragedie van de Meent). Sinds die tijd blijft het begrip Meent me achtervolgen. Heb er presentaties over bekeken of Conferenties bijgewoond er een aantal keren een blog over geschreven en veel heel veel het verhaal van de meent verteld.

 

Afgelopen week mocht ik te gast zijn bij de lancering van de hub FOCI (The Future Of Citizens Initiatives) bij de Universiteit van Utrecht. Ik was uitgenodigd door Tine de Moor. Tine was een poos geleden te zien in Tegenlicht over ons gemeengoed waar de “Tragedie van de Meent” ook aan de orde kwam. en samen met haar was ik te gast in Pakhuis de Zwijger. Het was een leuke bijeenkomst waar onderzoekers, ambtenaren en een handjevol mensen uit het bedrijfsleven stilstonden bij de toekomst van burgerinitiatieven. Een leuke middag die voor mijn gevoel gedomineerd werd door de zorg bij ambtenaren hoe die burgerinitiatieven zich moeten organiseren, hoe ze de kennis moeten overdragen hoe burgerinitiatieven zich kunnen versterken.

 

Bijna hilarisch om te zien dat de overheid zich zorgen maakt. Zorgen waarover? Of burgers het allemaal wel kunnen? Wel een beetje raar want als ambtenaren de deur uit gaan zijn ze weer gewoon burger. Die kennis is dus ook gewoon aan te wenden. Of is het zo dat ambtenaren na 5 uur (of 4 of 6) opeens ook hun kennis en vaardigheden achter laten op kantoor. Het af moeten geven bij de portier. Blijkbaar is een ambtenaar alleen effectief als hij of zij in functie is. Een beetje met een knipoog natuurlijk want de maatschappij veranderd, dat moet gevolgen hebben voor de overheid. Er kwamen suggesties naar voren om te onderzoeken hoe zelforganisatie en burgerinitiatieven kunnen leiden tot betere verdienmodellen. Verdienmodellen? In mijn ogen hebben burgerinitiatieven niet primair een relatie met een verdienmodel. Het lukte me niet om duidelijk te maken dat het 2 verschillende werelden zijn. Burgerinitiatief en verdienmodel. Maar misschien ben ik ook wel een beetje teveel van het collectieve.

 

Hoewel…. kan je daar ooit te veel van zijn?

 

Ooit namen we deel aan een workshop “The art of Commoning”. Commoning is een woord wat lastig te vertalen is. Samenleven is het niet echt. Samen Leven komt meer in de buurt. Het laat zich misschien wel het best omschrijven als de kunst om “samen te leven”. Hieronder een prachtige omschrijving in het engels. Het doet me denken aan het leven in een dorp. Je kunt er onderzoek naar doen. Maar om het echt te begrijpen moet je er gaan wonen en dan begin je het misschien te zien.

 

This requires a sensitive touch, an artistic flair and a deep attentiveness to the humanity of other human beings. This is the art of hosting:  an engagement with people as living, feeling, meaning-making creatures who care about fairness, imagination and fun.

 

 

Serious observers of the commons often approach it “from the outside,” as if it were an elaborate machine of cogs and pulleys.  But if you approach the commons from within its inner dimensions – how people relate to each other – you are forced to pay more attention to qualitative dimensions and capacities of human beings, including aesthetics, ethics and feelings. Personality and authenticity matter.

 

 

The art of commoning, then, is about the graceful, light-touch structuring of people’s distinctive energies, passions and imaginations as they interact in groups.  By modeling certain attitudes toward each other and the world, and by constructing a shared social norm, people learn to give the best of themselves while taking care of each other and their shared social and physical spaces.

 

 

Ik heb me ooit laten verleiden iets in de politiek te doen. We deden dat met een partij Vrij Mandaat. Dat is allemaal op niets uitgelopen maar als ik Thiery Baudet hoor dan verwoord hij (voor wat de verandering in de politiek betreft) aardig het standpunt wat we toen hadden. Geen consortia (Coalitie) vorming . Maar ieder mag zijn eigen standpunt handhaven en hoeft zich niet opofferen aan een partij besluit. Wat dat tot gevolg heeft zagen we bij het afschaffen van dividendbelasting. In andere opvattingen van Thiery kan ik me niet altijd vinden, maar ja dat mag tegenwoordig. Je hoeft niet meer in alles van één partij te geloven.

 

Mensen die me kennen weten dat ik van Bottom-up ben. Dus geen overheid die voor ons gaat denken maar zelf verantwoordelijkheid nemen voor de eigen omgeving. Natuurlijk hebben we een overheid nodig maar die laat zich voeden wat er leeft onder de bevolking. Steeds terug naar de basis. Onze overheden laten zich alleen nu vaak voeden door (grote) bedrijven. Zie ook mijn vorige blog Groot, Groter, Grootst.

 

Hoe werkt dat dan zo’n van onderaf beweging en tegelijkertijd provinciale, landelijke en Europese politiek. Dat kan nooit werken. Nou daar ben ik het niet mee eens. Ik zie soms provinciale en gemeentelijke politici die het precies begrijpen. Mee surfen op de van onderaf beweging. Het oor te luisteren leggen. Goed om weten te gaan met grote bedrijven, ze doorzien het spel maar blijven koers houden.  Wat een verschil met landelijke politiek die vaak lopen aan de leiband van het kapitalistisch grootbedrijf. Je ziet die politici ook snel na hun politieke loopbaan een topbaan accepteren in het bedrijfsleven.

 

We zijn allemaal gegrepen door het kapitalisme, Social Media, verslaving aan reizen (zondag Tegenlicht kijken) en de waan van koopgedrag, ook ik heb er last van. Maar als we echt in de greep zitten en er is geen ontsnappen wat moeten we dan doen? Er is een voorzichtige beweging aan het ontstaan in Europa onder de naam DiEM25 (Democracy in Europe Movement 2025). Ik werd op de beweging geattendeerd door “de Correspondent”. Ze willen de verbinding slaan tussen lokale bewegingen via provincies landelijk naar Europa. Hoe? daar hebben ze nog geen antwoord op eerst maar met elkaar het er over hebben. Daar liggen wel heel veel parallellen met waar ik mee bezig ben. Of het wat wordt? Ik weet het niet maar de oplossing zal van onderaf moeten komen. De afgelopen week ben ik weer afgehaakt bij een beweging die alleen maar door marketing willen groeien. Het ons inmiddels zo bekende fenomeen.

 

Wat mij betreft blijf ik verbonden met lokale initiatieven, probeer zo nu en dan mijn steentje op een hoger niveau bij te dragen maar altijd vanuit de overtuiging dat het begint in mijn eigen omgeving. Eigenlijk een beetje : Als je de wereld wil verbeteren begin dan bij jezelf”. (en in je eigen omgeving).  

The Rich get richer. Er is een beweging aan de gang die maar niet te stoppen is. Het heeft te maken met oneindige groei. Nu is er met groei niets mis. Het is nu lente en de natuur laat ons zien dat groei goed is. Maar daar waar wij mensen soms denken dat dat altijd maar door kan gaan heeft de natuur een cyclus die laat zien dat na groei en bloei ook verval komt en afsterven. Het groter moeten worden heeft te maken met efficiëntie maar ook met de complexiteit van onze maatschappij. Er schieten me zo een aantal voorbeelden binnen waar de groei ook een schaduwkant heeft.

 

Winkelcentra

Centra van steden beginnen steeds meer op elkaar te lijken. De vierkante meters zijn eigenlijk alleen betaalbaar voor grote ketens met een bepaalde omvang. De kleinere winkels vind je vaak net buiten de kern. Ooit was ik fel tegen een ondernemersfonds die zich richtte op het versterken van het centrum. Het fonds kreeg geld uit het verhogen van de OZB en had tot doel het centrum aantrekkelijk te maken. Terwijl juist iedereen er aan mee moest betalen. Je sponsort als het ware de concurrentie. De foute gedachte die erachter zit is dat als het regent in de kern ook andere zaken er (iets) beter van worden: The trickle down economy.  Het idee dat de economische welvaart van de rijke bovenlaag uiteindelijk wel "doorsijpelt" naar de lagere klassen.

 

Scholen

Van kleine scholen wordt gezegd dat ze kwetsbaar zijn en eigenlijk alleen kunnen overleven door zich aan te sluiten bij een koepelorganisatie. Eenmaal onderdeel van zo’n koepel blijkt dat in verhouding de kleine school te klein is en wordt alsnog de kleine school gesloten. Maar tegelijkertijd verdwijnt ook een stuk betrokkenheid bij een school en zeker ook de zelfwerkzaamheid van ouders.

 

Duurzaamheid

Ooit hoorde ik van iemand betrokken bij Grunneger Power dat het alleen kan als het groot is. Op de schaal van de stad Groningen. Hij pleitte voor een gedegen businessplan. In dezelfde bijeenkomst was iemand uit Reduzum die zonder een gedegen plan een windmolen hadden neergezet en ook inmiddels alle daken van het dorp van zonnepanelen voorzien. Een heel duidelijk voorbeeld van kleinschalig pragmatisch handelen tegenover grootschalig denken. Natuurlijk helpen grote molens en zonneweiden meer dan al dat kleinschalige. Alleen trekt grootschalig ook andere mensen aan. Mensen die het eigenbelang voorop zetten. 

 

Steden

De trek naar de steden lijkt bijna niet te stoppen. Urbanisatie speelt over de hele wereld en dat is ook een logisch proces. Immers de kansen liggen daar waar veel mensen zijn. In een dorp ontmoet je minder mensen en de kans dat je daar iemand treft die je verder kan helpen op wat voor gebied ook, is veel kleiner. Het gevolg is dat juist (kleine) dorpen te maken hebben met krimp.  Voorzieningen verdwijnen en het vergrijst.

 

Internet

Op mijn eigen vak digitalisering speelt hetzelfde. Grotere aanbieders hebben Formule 1 in het pakket of de voetbalwedstrijden van de eredivisie. Kleine aanbieders kunnen hier nooit tegenop. Ook hier is er een beweging groot, groter, grootst.
 

Het alternatief is bottom up, de menselijke maat en samen. Dat gaat vaak gepaard met gedoe. Iedereen een stem geven is niet zo gemakkelijk. Geen wonder dat juist een krachtige leider zoveel mensen mee kan nemen. Steve Jobs, Elon Musk, Bill Gates brengen mensen in vervoering die vervolgens achter hun ideëen aan lopen. Maar tegelijkertijd zijn het mensen die gebruik (misbruik) maken van de gemeenschap. Onevenredig veel naar zichzelf en niet te vergeten een vazalW toe harken.
 

Gaat dit nog lang door? Ik hoop het niet en er is hoop. Heel langzamerhand zie je dat de groep jongeren, die kiest voor een minder hectisch leven, groeit. Dorpen zijn zich aan het herpakken. Er is een toenemende belangstelling voor kleinschalig en lokaal. Natuurlijk helpt een discussie zoals de afgelopen periode over het afschaffen van de dividendbelasting enorm. Het wordt steeds zichtbaarder hoe grote bedrijven invloed uitoefenen en hoe ze de politiek in de macht hebben. Het is herfst aan het worden hoop ik. Ik hoop op een niet al te strenge winter en dan net als nu… een nieuwe start.
 

 

Gisteren stond het in het teken van de Commons. De VPRO Tegelicht Meetup in Pakhuis de Zwijger over “Ons Gemeengoed”. De uitzending sluit 100% aan bij waar ik dagelijks mee bezig ben: “De Coöperatieve gedachte”. Best wel een eer dat ik bij de meetup mijn verhaal mocht vertellen. Voor een zaal vol met mensen mocht ik vertellen over wat het met mensen doet als de overheid het aan de markt overlaat en de markt faalt.

 

Natuurlijk gaat het bij mij dan vaak over glasvezel. Ik kan me nog kwaad over worden als ik zie wat er in Groningen gebeurt. Adressen in het bevingsgebied die minder dan 30Mb/sec hebben krijgen een aanbod van een commerciële partij die ze 50Mb/sec of 100Mb/sec aanbiedt. Die commerciële partij heeft 10 Miljoen gekregen (hoeft niet terug) om adressen in het bevingsgebied te ontsluiten. Hoogstwaarschijnlijk draadloos en dat mag. Krijgen ze dus nog steeds een pisstraaltje. In Drenthe kunnen adressen 1000Mb/sec krijgen. Hoezo het bevingsgebied vooruit helpen.

 

Maar je zult maar 32M/sec hebben dan val je buiten de boot. Ik zag een reactie van iemand die dat overkwam. “en zo zitten we met de gebakken peren…. Wij zullen de komende jaren geen snel internet 'krijgen'. We zijn grijsgebied en de commerciele partij heeft besloten dat 30 mbpsgenoeg voor ons is. Wij zitten door eigen ingreep nu op 60 ( met koperdraadje) maar minimaal 100 (snel internet) zullen wij niet halen. Op de dijk wel in het dorp niet. Hierdoor liggen onze plannen stil, zitten gasten met vertraagd internet en heeft de overheid liggen slapen… “

 

En de rest van Groningen moet op het bevingsgebied wachten. Zelf doen is dus een optie. Niet gemakkelijk en dat zelf doen levert gedoe op. En dat is precies daar waar het om draait. Tine de Moor (hoogleraar sociale geschiedenis en expert op het gebied van burgercollectieven) was ook bij de meetup en ze is duidelijk:  “in de samenwerking met de overheid liggen kansen”. Ik kijk er iets anders tegenaan. Bij een Common gaat het niet alleen om consumeren maar er wordt ook iets verwacht van de deelnemers: inzet, geld of in ieder geval betrokkenheid. De overheid heeft vaak de neiging om drempels weg te nemen. Bijvoorbeeld bij een glasvezel initiatief hoeven mensen geen eigen inleg of extra maandbedrag te betalen. In mijn ogen zo fout als het maar enigszins kan. Zo kweek je consumentisme en geen betrokkenheid. Potentiële deelnemers merken geen verschil tussen consumeren en participeren. En er is wel degelijk een verschil.

 

In de uitzending gaat het ook over The Tragedy of the Commons, de tragedie van de Meent. De gemeenschappelijke weide die overbegraasd wordt omdat iedereen meer vee toelaat dan de meent kan verdragen. De economische mens zal altijd meer nemen dan strikt nodig. Wat een sneu wereldbeeld. Met vertrouwen en het stellen van regels kan het dus wel. Dat bewijzen commons als eeuwen er zijn nog veel voorbeelden in het buitenland. Ook in Nederland kennen we broodfondsen die over het algemeen goed draaien. Het succes van de Commons. Ja er zijn wat regels die je met elkaar moet afstemmen maar het kan wel. Ik zie het overal om me heen. Zorg er wel voor dat er geen “bestuurders” in je initiatief zitten zei iemand laatst tegen me. Dat is het begin van het eind. In mijn woorden mensen die anderen vertellen wat ze moeten doen zonder zelf een inspanning leveren anders dan dat ze kunnen “besturen”. Want dat kunnen ze zo goed en de volgende stap is dan dat ze een bonus willen omdat ze zo goed kunnen besturen. Brrrr.  

En de overheid? Die kan meedoen alleen niet bepalen en dat is nu net wat er in Groningen is gebeurd. In de provincie Drenthe hebben ze dat begrepen. Hoewel ze daar ook nog soms denken dat participatie te vangen is in een project. Als iets me gisteren duidelijk is geworden. Particpatie en Commoning is een proces. Fantastisch om mee te maken. En ja soms is er gedoe. Is er falen maar dat doet de markt ook regelmatig.

 

Om het simpel te houden deel ik de wereld voor mij vaak in 2 verschillende groepen mensen:

 

  • zij die uitgaan van de commerciële aanpak: het moet altijd iets opleveren. Winst, een groter aandeel. Return on investment. Daarbij horen kreten als What’s in it for me, Win-win, winstmaximalisatie,
  • Zij die uitgaan van de coöperatieve gedachte. Als je het samen doet, levert het  voor iedereen wat op. Je inzetten voor een groter geheel.

 

Mensen die me kennen weten dat ik een warm voorstander ben van het 2e. Inmiddels heb ik prachtige voorbeelden gezien van hoe het anders kan dan door geld gedreven dingen doen. We organiseren zo nu en dan een Meetup rond een VPRO Tegenlicht uitzending. Komende zondag gaat het over “ons gemeengoed”.

 

Het gaat dus over waar ik me dagelijks mee bezig hou. De overheid laat iets over aan de markt en de markt pakt het niet op. Dan gaan we het zelf doen. Ooit was dat gewoon in onze maatschappij maar dat zijn we allemaal verleerd. Hoewel…. tegenwoordig komen steeds meer mensen in actie rond energie zorg, onderwijs of mijn vakgebied snel internet.

 

Het belooft een prachtige uitzending te worden over burgers die zelf initiatief nemen en een overheid die daar niet goed mee kan omgaan.

 

Woensdag 5 april is er in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam een meet-up over de uitzending en ik ben uitgenodigd daar een bijdrage te leveren. Ik heb er nu al zin in. Dus allemaal zondag kijken of woensdag naar Amsterdam. OF over een paar week in Groningen want daar gaan we ook zelf een meetup houden over dit onderwerp.

 

In mijn vorige blog schreef ik al dat ik de FTTH (Fiber To The Home) conference bezocht. Vorig jaar was ik in Marseille en dit jaar was het in Valencia. (volgend jaar is het in Amsterdam). Ik hoorde ergens iemand noemen dat het de “most overrated conference for FTTH is. Kan ik me wel iets bij voorstellen want het is het feestje van leveranciers en aannemers. Je moet er zijn als je in de sector iets levert. De Europese unie is er ook aanwezig het gaat dus ook over geld, veel geld. Ik zat bij een workshop over funding en de man van de Europese investeringsbank gaf aan dat de minimale financiering vanuit de EIB rond de 50 miljoen ligt en dat maximaal 50% mag zijn. 100 miljoen is dus het minimum. Voor burgerinitiatieven glasvezel in het landelijk gebied valt hier weinig te halen.

 

Het is dus het feestje van de grote jongens. Hoe ontstaat eigenlijk een burgerinitiatief en hoe ontwikkelt zich dat? Voor zover ik het kan overzien begint het met iemand die het voortouw neemt. Die verzamelt mensen om zich heen om het probleem even op te lossen. Dat blijkt in de praktijk lastiger te zijn dan gedacht. Maar de eerste fase is nog wel te doen. Voldoende mensen mobiliseren om in de toekomst een contract te tekenen. Als een behoorlijk percentage meedoet kan uitgerekend worden of het uit kan. Met voldoende contracten kan een lening gesloten worden. Daar begint het lastig te worden want een lening is zomaar niet geregeld. Banken willen garanties en minimaal een behoorlijk eigen vermogen. Dat kan als deelnemers zelf een stevig bedrag inleggen. Dat lukt als het netwerk dan ook in eigendom komt van de deelnemers. Op den duur komt dat bedrag weer naar de deelnemers toe want als het netwerk eenmaal is afbetaald kunnen de kosten dalen.

 

Soms is de initiatiefnemer helemaal niet enthousiast van het coöperatieve model en wil ontzorgt worden. Logisch dat hij of zij ook soortgelijke mensen om zich heen verzamelt. Een mooi voorbeeld is het initiatief in de nieuwe gemeente Westerwolde en Stadskanaal. Ze worden ontzorgt door MABIN. Voor € 15,- extra in de maand of € 1815,- ineens regelt Mabin alles. Nou ja alles voor het verkopen van contracten moet nog wel de initiatiefgroep de nodige handjes leveren. Westerwolde en Stadskanaal hadden 1500 deelnemers nodig.

 

Kies je voor ontzorgen dan stroomt er dus geld uit de regio. Bijvoorbeeld 1500 x € 15,- is € 22.500,- per maand is ruim een kwart miljoen per jaar. (dat is trouwens nog bovenop de normale vergoeding van zeg € 20,- per maand). Doen er meer mensen mee dan is dat bedrag nog hoger. Begrijp me goed: als het initiatief daarvoor kiest ben ik de laatste om hun een goede digitale ontsluiting te ontzeggen. Echt doen. Maar ik vind het super uitdagend om dat geld (op termijn) in de regio te houden. Ik weet dat de provincie Groningen de mening is toegedaan dat Groningers dat zelf niet kunnen organiseren. (andere regio’s lukt het ook). Daarom was de provincie er groot voorstander van om het aan één partij te gunnen en wilden ze geen ondersteuning leveren zoals de provincie Drenthe dat wel doet.


Inmiddels is die ene partij in Groningen aan de slag en het is nu al wel een hele poos stil. Het laatste bericht op de site van de provincie  is van 19 juli en ik hoor en zie nog niets. OK op de site van Rodinbroadband staat sinds 20 december dat ze gaan beginnen. Er wordt gestart in het bevingsgebied waar mogelijk veel met straalverbindingen gewerkt gaat worden. Dat is immers het gebied waar de aansluitingen het duurst zijn. Jammer want het was het doel om het bevingsgebied een flinke stap voorwaarts te helpen en nu krijgen ze een tussenoplossing. Ok 5G staat er aan te komen. Maar zoals ik in Valencia hoorde, schreeuwt 5G om glasvezel.  Ook het grondstation in Burum is zit voorlopig de uitrol van 5G dwars.

Zelf doen kan dus. Dat zien we in Drenthe. Ook daar kiezen initiatieven er voor om ontzorgt te worden. Kan ik me prima voorstellen. Maar ik spreek regelmatig SKV in Veendam, CAI Harderwijk en soms Kabel Noord. Die zijn al jaren zelfstandig. Als het ware voorbeelden van initiatieven die het zelf willen doen. Ze geven aan graag kennis te willen delen en een handje te willen helpen.  Werk aan de winkel.

 

1 2 3 96

Het stille midden

Voorbij gebabbel van innerlijke stemmen
en vlagen van divers gevoel
is een opening naar binnen
met liefde voor wat is
en een venster naar buiten
om de ander te zien, te horen
en niet altijd te begrijpen.

Dat maakt niet uit;
we zijn allen sterren aan dezelfde hemel
harten op dezelfde aarde
en doordrongen van het stille midden
waarop slechts afgestemd hoeft te worden

© Helena Kwaaitaal

Archief