Zelden houdt een uitdrukking me zo bezig als "arbeidsmarkt". Zeker nu we met elkaar in zwaar weer belanden. Toen ik 30 jaar geleden begon te werken was het allemaal redelijk simpel. Ik was toen rijksambtenaar bij het staatsbedrijf der PTT. Er waren posters met als uitdrukking: "wat het zenuwstelsel is voor de mens is PTT voor de gemeenschap".
Toen hadden we van Maatschappelijk Betrokken Ondernemen nog nooit gehoord. Iedereen wist welke rol je had in realtie tot de maatschappij. De maatschappij was afhankelijk van de dienstverlening. Als er een storing was in het telefonienetwerk functioneerden politie en brandweer niet. Je kon ze in ieder geval niet bereiken. Logisch dat het een staatsbedrijf was.

Jaren later werden we als bedrijf verzelfstandigd. PTT werd PTT Telecom, we werden ambtenaar af en na een paar jaar kregen we ook de eerste concurrenten. Dat was schrikken; opeens was niet iedereen meer klant maar abonnees die we het slechts hadden bediend zochten hun heil ergens anders. We gingen ons meer richten op de dienstverlening en werden opener als bedrijf. Opeens kwamen er ook managers van buiten. Dat was in de tijd dat functiebenamingen als hoofd en chef verdwenen. Er kwamen managers. Vaak hadden ze geen enkele ervaring met Telefonie of Telecommunicatie. Collega’s die al jaren voorbestemd waren om een hoge positie te bekleden verdwenen naar de achtergrond.

De beloning van die managers liep ook niet meer via een rechtspositieregeling of een CAO ze kregen een Persoonlijke Arbeidsovereenkomst.  Er werden persoonlijke afspraken gemaakt en al snel zag je die managers ander gedrag vertonen dan voor die tijd. Er werden productiekentallen ontwikkeld en er werd gestuurd op cijfers. Opeens verdwenen er mensen uit de organisatie die voor die tijd ergens werden geparkeerd. Ik herinnerme nog een collega die als opdracht had het tellen in het magazijn. Dat was een net zo nuttige taak als het volscheppen van een korf vol met water.  Het deed er niet toe wat iemand deed als hij of zij maar wat deed.

De nieuwe managers maakten hier korte metten mee want ja zo iemand drukte wel op de kosten en leverde geen bijdrage. En aangezien er bonussen te halen waren en je werd afgerekend op cijfers pastte dat niet.

Ik was in die tijd ook leidinggevende en werd in 1993 van chef klantenreaties opeens Manager Klanten reakties . Bonussen hadden we toen nog niet. Dat duurde nog tot 2002 tot ook het lagere management een bonus kreeg. Opeens kwamen we in aanmerking voor een leaseauto. Wekenlang het gesprek van de dag: welke kies jij? Wat is de bijtelling als je die of die extra zaken er bij neemt er bij neemt. En opeens kreeg ik een brief dat ik een bonus kreeg omdat er het bonusstelsel werd ingevoerd. Dat was wel heel erg wennen want als je het als taak zag om te werken aan het zenuwstelsel  van de gemeenschap is een bonus wel overdone.

Het begrip arbeidsmarkt werd ook steeds meer een uitdrukking voor een zakelijke overeenkomst. Je wordt ingehuurd voor een klus, je maakt afspraken over de beloning en vaak zit er een component in van een beloning als je je werk goed deed. Maar heel vaak was de bonus ook al te krijgen als je gewoon je werk deed. Vaak lag er een relatie naar de financiële resultaten.  Inmiddels was PTT Telecom, KPN Telecom geworden en later KPN. Ik werkte inmiddels in de IT bij KPN en we werden als een bos uien verkocht aan een Frans bedrijf. Zo voelde dat toen wel in ieder geval.

Daar hadden ze het management nog beter in het gareel en opeens kwamen er heel andere leidinggevenden. Werkoverleg werd afgeschaft er kwamen bila’s voor in de plaats (tweegesprekken tussen manager en medewerker). Vast onderdeel tijdens die gesprekken is de utilisation, de mate waarin iemand declarabel is. Hoewel ik dat niet zelf meer heb meegemaakt zal dat ook een redelijk groot deel beslaan van het gesprek tussen de manager en zijn baas. Logisch want de bonus van zijn baas is er ook afhankelijk van.  Het zenuwstelsel van de gemeenschap is in die gesprekken wel een heel eind weg.

 

 

Archief