Een paar dagen aan het begin van het zomerseizoen met vrienden een lang weekend weg. Bestemming deze keer: Gent. Wat een mooie stad, de best bewaarde binnenstad uit de middeleeuwen las ik ergens en ik kan me daar wel in vinden. Hoewel ik natuurlijk lang alle steden niet heb bezocht maar Gent is een groot schilderij. Een kasteel midden in de stad, kerken die uitpuilen van de schilderijen en volop beelden. Talloze geveltjes met verhalen erachter, mooie doorkijkjes en er komt geen einde aan. Vaak hebben steden een paar leuk plekjes maar het centrum van Gent is een grote aaneenschakeling van mooie plekjes.

Het doet wel wat met me want als ik met verplaats in hoe een en ander gemaakt is dan wordt ik stil want alleen al de Sint Baaf. Een kerk die met mensenhanden is opgetrokken zonder de moderne hulpmiddelen van tegenwoordig. Dat geld natuurlijk voor alle kerken van voor de tijd van kranen. Wat een werk moet dat geweest zijn. Zeker als je ooit een huis met eigen handen gebouwd hebt weet je wat er voor komt kijken. En dan de gewelven, de torens, geweldig mooie constructies en dat alles zonder bewapening.

 

Maar ook de afwerking, de beeldhouwwerken, de schilderijen wat zijn we tegenwoordig maar stuntelaars. Wie zou het nog kunnen? Eenvoudig stukadoorswerk met een randje kunnen we niet meer zelf maar moeten vaklui uit Oost-europa doen. Versleten stenen met een bepaald figuur worden losgemaakt en ergens anders wordt er een kopie gemaakt (ongetwijfeld computergestuurd) en dan weer teruggezet.
De schaduwkant van de vroegere aanpak was dat de bouw van zo’n kerk wel tientallen jaren kon duren en ook tientallen mensenlevens kostte. Misschien goed te vergelijke met de ontginnen van veengebieden rond mijn geboortegrond, hoewel dat natuurlijk alleen spierkracht was en weinig vakmanschap vergde. Hoewel ik het je te doen geef, hele dagen aan de schop, jaar in jaar uit.
Het maakt je deemoedig want kijk eens wat voor gedrochten we tegenwoordig bouwen met alle beschikbare hulpmiddelen. Alle winkelstraten hebben last van voetschimmel, de onderste bouwlaag is helemaal verdwenen, vervangen door strakke puien van beton en aluminium. Vaak van winkelketens die over de hele wereld te vinden zijn. Je moet steeds met het hoofd in de nek lopen wil je nog iets leuks zien.
Het is onbetaalbaar geworden om iemand nog op te leiden tot schilder of beeldhouwer op het niveau van vroeger. Toen kon men eerst een half leven aan de slag als leerling, je was wel aan het werk maar leerde nog iedere dag de kneepjes van het vak.
Wat een verschil met hoppende managers die dan leiding geven aan een zorginstelling vervolgens een bank of een vervoersbedrijf. Waar is de binding met het vakgebied? Misschien is er een kentering op komst. Ergens las ik dat de jongeren van tegenwoordig geen topbaan mee ambiëren. Wie wil nog voor zakkenvuller worden uitgemaakt? Misschien ben ik wat naïef in dat soort dingen maar ik hoop van ganser harte de menselijke maat weer terugkomt met waardering voor vaklieden.

 

 

Archief