Sinds jaar en dag heb ik al iets met techniek. Die fascinatie is al redelijk vroeg begonnen met lampjes en schakelaars en toen ik het relais ontdekte werd het nog leuker. Je zette ergens spanning op en er kwam iets in beweging. Later met elektronica werd het nog vreemder, een dood stukje materiaal kon een lamp laten knipperen of afhankelijk van de lichtsterkte schakelen.   Om mij heen zag ik klasgenoten die dit allemaal maar matig interesseerden. Op de MTS zag je een soortgelijke verdeling. Een deel had iets met het vak en anderen zaten er omdat ze nu eenmaal een beroep moesten kiezen.  Verderop in mijn loopbaan bleef ik verschil zien tussen mensen die iets hadden met techniek en mensen die er niets mee hadden. 

Door de komst van de computer en later Internet kregen de techneuten opeens gezelschap van intensieve gebruikers van computers. Vaak waren dit techneuten maar er kwam een nieuwe groep bij de mensen die met behulp van deze nieuwe technologie gelijk gestemden vonden. Opeens was de techniek van de computer ook het domein van de samenwerkende mens. Er ontstonden virtueel sociale netwerken en vaak waren dit afspiegelingen van wat er in de echte wereld plaats vond. Maar omdat tijd en plaats veel minder een beperking was ontstonden ook netwerken van mensen die elkaar nog nooit of nauwelijks hadden ontmoet.  Maar er blijft nog steeds een groep mensen ontstaan die niet aangehaakt is bij deze ontwikkeling. De groep die zich wel intensief bezig houd met sociale netwerken ontdekt steeds nieuwe manieren om met elkaar in contact te komen. Via bloggen, RSS, Hyves, Facebook, Linkedin, Twitter, Foursquare, Ning, MindZ en noem maar op worden netwerken geweven. Er zijn mensen die die netwerken aan het uitpluizen zijn. Ik zag een nieuw beroep ontstaan: Netwerkuitpluizer.

Blijft een grote groep die niets met dit alles doet. Vreemd genoeg zijn hieronder ook veel techneuten. Zij hebben nog steeds de liefde voor de techniek maar alles wat mensen er mee willen is niet aan hen besteed. De scheiding tussen de groep aangehaakten en de mensen die er niets mee doen wordt ook wel Digital Divide genoemd. Een paar jaar geleden werd dat voornamelijk veroorzaakt door mensen die zich geen computer konden veroorloven. In sommige gemeenten waren er zelfs projecten om de minima aan computers te helpen. Een andere oorzaak dat mensen niet aangehaakt waren was het feit dat lang niet overal breedband te krijgen is. Ook daar is de laatste jaren veel in veranderd. Zelfs in ontwikkelingslanden zijn er programma´s met OLPC (One Laptop Per Child). Maar ook in Europa is er nog steeds een grote kloof. Niet voor niets dat Neelie Kroes in haar Europees programma voor de komende jaren nog acties heeft staan tegen de digital divide.

Maar om mij heen zie ik de kloof steeds breder worden. Als je wel aangehaakt bent lijkt het wel of de hele wereld twittert en accounts heeft op sociale netwerken. Maar niets is minder waar. Hele groepen doen niets met al die nieuwe toepassingen. Docenten weten niet wat wiki’s zijn of hebben nog nooit van RSS gehoord. Laat staan dat ze een account hebben op linkedin of twitteren. Heel veel mensen hebben de startpagina van de browser nog steeds net zo staan als dat de fabrikant of computer leverancier het hebben ingesteld. Bestanden worden standaard geopend in Word. En een Docx bestand wordt als niet leesbaar teruggestuurd (een docx bestand komt uit Office 2007)

De kloof wordt groter en dat heeft weinig te maken met leeftijd want het aantal mensen dat aangesloten is bij senior web groeit nog steeds evenals de leeftijd van gebruikers. De vraag is natuurlijk hoe erg dat is dat de kloof breder wordt. De ontwikkelingen gaan gewoon door. Bij veel banken is het al niet meer mogelijk geld over te maken met een overschrijvingsformulier, je moet internet bankieren. Reden voor mijn moeder om weg te gaan bij de SNS bank. Daar liggen ze er echt niet wakker van want die klanten zijn ze blijkbaar liever kwijt dan rijk.

Het gaat steeds sneller en de kloof wordt steeds groter. Mobiele toepassingen verdringen zich op mijn Android telefoon en dat is bij de Iphone niet anders. Per maand komen er duizenden bij. Google gooit er maar eens weer een nieuwe layout tegenaan op de zoekpagina met afbeeldingen. Ik kan ook zoeken / filteren op kleuren en gezichten. Niets is meer voor langere periode hetzelfde. Maar als we met elkaar slimmer willen gaan werken is het wel handig dat we met hetzelfde gereedschap werken. Hoe krijgen we mensen zover dat ze documenten willen gaan delen anders dan ze steeds heen en weer te mailen. Laten we nog steeds de secretaresse afspraken plannen of hebben we al een gemeenschappelijke agenda. De tools zijn er in overvloed dat is ook gelijk het probleem. Er zijn er zoveel. 

Voor heel veel van de toepassingen wordt wel elementaire kennis van computer gebruik gevraagd. Iets dat je alleen leert door het te doen. Of het moet al zo simpel zijn dat je er gelijk mee aan de slag gaat. Voorlopig zie ik dat nog niet gebeuren. Het wachten is dus op een van de grote partijen die de standaard zet. Google heeft een voorsprong als het gaat om online werken. Microsoft zet er zwaar op in. Of misschien is er een nieuwkomer die de oplossing heeft. De tijd is er rijp voor om grote groepen mensen online te laten samenwerken. Alleen hoe?

 

 

Archief