Het stond er zo eenvoudig in het kerken blad van de PKN gemeente in ons dorp: "Het bouwfonds is opgeheven". Het bouwfonds werd tientallen jaren geleden opgericht om geld te krijgen voor de oprichting van een verenigingsgebouw bij de Hervormde Kerk in Zevenhuizen. Toen het gebouw na heel veel zelfwerkzaamheid er was, bleef het bouwfonds bestaan. Want er waren (renteloze) leningen aangegaan en er moest ook geld voor komen om dat af te lossen. Later zorgde het bouwfonds voor verbouw of renovatie van de kerkelijke gebouwen. Mijn ouders waren er erg nauw bij betrokken. Mijn vader was penningmeester en na zijn overlijden nam mijn moeder het stokje over. Later werd ik ook bestuurslid  van het bouwfonds. Er werden bazaars georganiseerd, rommelmarkten, verkoop van patat in de feestweek, een verloting en vele vele gezellige avonden. Door het samengaan  de Hervormde en Gereformeerde gemeente is het bouwfonds opgeheven. Het is ondergebracht in andere commissies. Nieuwe Tijden.

Ook het DerdeWereldFonds bestaat niet meer, tenminste de naam. Het heet nu ATOS Foundation. De naam is veranderd en het is nu meer internationaal. Het doel is er nog steeds en de betrokkenheid van het bestuur ook nog ten volle. Het straalt nu veel meer zakelijkheid uit. Logisch natuurlijk want Atos is een wereldwijde speler op de IT markt en om eerlijk te zijn past een uitstraling die het DerdeWereldFonds had daar niet echt bij. Dus een logisch gevolg is een nieuwe naam en samenwerking met organisaties als "The Right to Play"

Natuurlijk doet het me wel wat dat beide namen verdwijnen of de organisatie helemaal ophoudt te bestaan. Want het zijn ook voorbeelden van betrokkenheid. Groepen mensen die zicht belangeloos inzetten voor het realiseren van een doel. Een relatief kleine Hervormde gemeente  wist een in verhouding veel te groot gebouw neer te zetten en wist dat ruim 50 jaar draaiend te houden. Dat kon met heel veel betrokkenheid van gemeenteleden. Ook het Derdewereldfonds bestaat inmiddels ruim 30 jaar en heeft voor miljoenen euro's kleine projectjes gesteund. Wat ik zelf nog het aller leukst vind ook zijn de inmiddels 10 bouwprojecten waarbij een groep van rond de 20 personen zelf de handen uit de mouwen steken in een land waar dat hard nodig is.

De tijd dat ik bij beide organisaties betrokken was, ligt achter me en inmiddels ben ik druk doende met leefbaarheid op het platteland. Nu ben ik niet de enige want er zijn legio organisaties die zich daar mee bezighouden. Dat kan ook want er is geld afkomstig uit de zogenaamde krimp fondsen. Op het platteland, in dorpen gaat het ook vaak om het opzetten en draaiende houden van voorzieningen. Het gaat om dorpshuizen, speeltuinen, scholen of andere voorzieningen. Ieder dorp is anders en iedere situatie is anders. Het goed steunen van initiatieven is een kunst. Dat geldt voor de derde wereld en ook voor het platteland. Soms maakt geld meer kapot dan je lief is.  In Afrika heb ik een gloednieuwe ambulance zien staan die nog nooit een zieke heeft vervoerd omdat er geen geld voor de brandstof was.  Een vervallen generator langs de weg of kapotte windmolen bij een school door gebrek aan onderdelen. Heel vaak werden deze dingen geschonken door een afdeling van de Rotary, Lions of ander liefdadigheidsinstelling.

Hoe dan wel? Het antwoord staat op een bord ergens in Ethiopië. Een van de deelnemers van een bouwproject zag het langs de weg en nam er een foto van.

Het staat er zo mooi: ga naar de mensen. Alleen zij kennen hun geschiedenis, kennen de eigen aardigheden. Leef met ze samen, leer van ze, maak plannen met ze en werk met ze samen. Misschien is dit wel een mooie richtlijn voor al die goed bedoelde projecten in "krimp gebieden". Wat is de inbreng van de inwoners? Als die er niet is zal financiële steun averechts weren, het zal ten koste gaan van betrokkenheid.  

Archief