Sinds een paar jaar kom ik op allerlei fronten het fenomeen krimp tegen. Op de lange termijn gaat Nederland als geheel krimpen. De deskundigen verwachten dat dit ergens gaat gebeuren rond 2038. Maar omdat er ook nog gebieden groeien is de krimp vooral waarneembaar aan de randen van het land. In onze provincie is dat nu al aan de hand in noord en oost Groningen. 

 

Krimp is dus een gegeven maar wat veel sluipender is is de verandering in leeftijdsopbouw. Meer ouderen en minder jongeren. Die jongeren trekken sneller weg uit de krimpgebieden dat maakt het fenomeen krimp zo boeiend. De afgelopen week was in bij het krimpcafé in Leeuwarden. Na het verplichte praatje van een gedeputeerde was Tialda Haartsen aan het woord. Ze bracht het verheel van de krimp duidelijk, met voldoende informatie, relativerend, maar ook in mijn ogen heel reëel. Ze schetste een proces als ware het een rouwproces. Ontkenning, Protest (of boosheid), Onderhandelen en vechten, Depressie en Aanvaarding. De afname van jongeren gaat hard en dat duurt ook nog wel een poosje. Krimp op een dorp tegengaan om bijvoorbeeld de school open te houden is lastig want waar moeten die kinderen vandaan komen? Uit het naastgelegen dorp? Daar is men ook bezig met soort gelijke plannen en ook daar krimpt het. 

 

De overheid is aan de slag met krimp. In de Eemsdelta is en al druk bezig voorzieningen te bundelen. Maar of dat allemaal wel zo handig is weet ik zo niet. Er zijn allerlei rapporten en als ik daar doorheen blader valt me een ding op het gaat altijd over voorzieningen. Maar ook is overal te lezen dat het het niet gaat om stenen maar vooral over de sociale verbanden. Daar is in al die rapporten niet veel over te lezen hooguit dat ze belangrijk zijn. Ja de overheid gaat uit van een dak per kern. Oftewel in ieder dorp is of komt een ontmoetingsplek. 

 

Er is landelijk een heuse site www.vanmeernaarbeter.nl daar staat veel informatie. Daar komt ook het plaatje hierboven vandaan. Dat plaatje laat zien dat er tot 2040 krimp is in de gebieden waar het nu ook is, plus nog een stukje in Gelderland en de Achterhoek. Dat lijkt me toch niet te kloppen.

 

Uit het woon en leefbaarheidsplan Eemsdelta las ik iets wat me aan het denken zette: Als er dan geconcentreerd moet worden, àls er dan verhuisd moet worden, àls er dan een verandering komt, dan moet het ook het beste zijn dat er is. Scholen, winkels, medische zorg: ze moeten top zijn.

 

Dat vraag ik me af. Waar is dat op gebaseerd? Willen de bewoners dat het allemaal top is? En wat is dan top? Als je de mensen vraagt denk ik dat je een totaal ander antwoord krijgt. Het lijkt er op dat de overheid het krimpvraagstuk domineert. Terwijl overal is te lezen dat de burgers de verandering moeten vormgeven.

 

Er zit 1 plaatje in het plan wat misschien nog wel het aller duidelijkst is. De afname van de bevolking in de Eemsdelta naar leeftijdsopbouw. Dat begrijp ik en dan is wel duidelijk dat er een hoop te veranderen staat. En dat gaat alleen nog maar harder. Tot 2040 is er voor veel regio's zo'n plaatje van krimp lijkt me. Anders dan het grijze plaatje aan het begin doet vermoeden. Of ben ik het spoor bijster? 


Archief