De afgelopen week mocht ik meedoen aan een wedstrijd verhalen vertellen. Voor een zaal mocht ik een verhaal vertellen wat ik zelf geschreven had. Het verhoal had ik geschreven voor de competitie het “Schierste verhoal in het Westekwartiers”. Tot mijn verbazing zat ik bij de laatste 8 en mocht het verhaal dus vertellen voor een publiek. In een leuke sfeer mocht ik het verhaal vertellen van Rika Roezel. Ze was een vrouw die leefde rond 1800 en ze beoefende het oudste beroep van de wereld uit. Het was mijn eigen verhaal maar toch blijft het wennen voor me en de knoop in de maag is weg als ik er maar eenmaal sta. Ik had best wel steun. Want in de zaal zat Aukje, beide kinderen en een aantal bekenden. Een paar ervan hadden het verhaal al eens eerder gehoord toe ik het vertelde op een avond aan dek van de veerboot van Newcastel als een soort generale repetitie.

 

Verhalen vertellen is een kunst die we door de loop van de jaren zijn kwijtgeraakt. Daarom is er een toenmende belangstelling voor die kunst. Wereldwijd is er een beweging Storytelling. Ooit mocht ik een workshop bijwonen van Mary-Alice uit Nieuw Zeeland. Mooi om te kijken hoe het wereldwijd zich ontwikkelt en hoe dat in de regio of heel lokaal gaat. Er is een stroming die zich bezig houdt met het verhalen vertellen in een zakelijke omgeving. Maar het wordt ook gebruikt om de verhalen van een dorp of streek levendig te houden.  In beide gevallen gaat het om het doorgeven van wat niet zichtbaar is. Daar wringt het ook wel een beetje bij mij want wanneer gaat een verhaal over in toneel spelen? De afgelopen donderdag hadden de meeste vertellers een attribuut bij zich of hadden zich verkleed. Op zich is dat logisch want we leven in een wereld waar beelden dominant zijn. Een muziek nummer is pas compleet als er ook een clip bij is.  

 

Toch maar even kijken waar verhalen vertellen overgaat in toneelspelen. Ik trof een artikel van Hans Brans waar ik me prima ik kan vinden:  .  

De verteller is meestal alleen, heeft nauwelijks meer middelen om zijn verbeelding bij te zetten dan de woorden die hij spreekt en de manier waarop hij ze uitspreekt. Naar de verteller kun je luisteren met je ogen dicht. Het zijn vooral de oren die de verbeelding van de toehoorder aan het werk zetten. De verteller spreekt  bovendien vrijwel altijd in de verleden tijd. Soms, als hij een personage met een verandering van stem even in de directe rede aan het woord laat, zien we iets van een acteur in hem, maar belangrijker is zijn rol als ‘beheerder’ van het geheel. Hij is als een poppenspeler die zichtbaar alle touwtjes in handen houdt.


Begrijp me goed, ik ben er niet op tegen ben dat er geacteerd wordt of dat iemand zich verkleedt. In tegendeel anders wordt het ook maar een saaie bedoening. Maar voor mijzelf blijf ik denk ik bij het gebruik van mijn stem alleen. Dat is al moeilijk genoeg voor mij.

Archief