Mijn hele leven ben ik al werkzaam in en rond telecommunicatie. Alles wat zich tussen mensen afspeelt heeft mijn belangstelling.

 

De laatste jaren ben ik betrokken bij het ontsluiten van regio’s door glasvezel.  Het kan voor commerciële bedrijven niet uit, om in dun bevolkte gebieden, een glasvezelnetwerk aan te leggen. En zelfs kernen tot 2000 woningen zijn niet echt rendabel. Tenminste in de ogen van die bedrijven. Ze hebben er vaak al voorzieningen liggen die nog prima uit te nutten zijn. Dus houden ze bij hoog en bij laag vol dat mensen niet meer internetsnelheid hoeven te hebben.

 

In een van mijn laatste gesprekken had ik het er over met iemand die er “van overheidswege” bij betrokken is en gelijk ook met een zak met geld is gaan zwaaien.

“10 miljoen is maar liefst beschikbaar”. En dat is niet nieuw want ergens anders, in andere provincies, is er nog veel meer geld beschikbaar. Maar in plaats dat het geld de versnelling brengt werkt het averechts.

Allereerst zijn er instanties die er op toezien dat de marktwerking niet verstoord word. Niet dat er in die gebieden maar enige marktwerking is. Maar de marktpartijen gaan gelijk kijken of niet een van deze partijen bevoorrecht wordt door de overheid. “Staatsteun” wordt er dan al heel snel geroepen. In Appingedam weten ze er uit de tijd van het Damsternet alles van. http://www.het-interview.nl/archief/23-main.html De kwestie speelde 10 jaar geleden en is nog even actueel als toen. Er is nog steeds geen goede oplossing.

 

De persoon waar ik mee sprak stelde me de vraag: “Jan, maar waarom is het nog steeds niet geregeld?” Volgens mij ligt dat aan de regulering. Grote bedrijven weten met juristen juist heel goed gebruik te maken van de  regulering. Sterker nog ze zijn experts geworden in het beschermen van hun markt. Met als gevolg dat de markt steeds vaster komt te zitten. Dat trekt allerlei ander gespuis aan die gesteund worden door de marktpartijen. Ze doen alsof ze een zelfstandig bedrijf zijn maar aan de andere kant lopen ze aan de hand van de machtige marktpartijen. Er zijn voorbeelden bekend dat kleine bedrijven, die ook werken voor grote marktpartijen, onder druk gezet worden om niet samen te werken met een lokaal initiatief. Doen ze het wel dan kunnen ze er op rekenen dat ze geen opdrachten meer krijgen van die marktpartijen.

 

Als je met die grote partijen praat geven ze dat ook gewoon open toe. Het is een commerciële markt en daar gelden bijzondere regels. Dus klanten lokken met een tablet als ze tekenen voor 2 jaar. Dan gaan ze in ieder geval niet in zee met een lokaal initiatief. Sommige mensen noemen het ook wel maffia praktijken.

 

Is dit nieuw? Nee het staat ook wel bekend als “de tragedie van de Meent”. De meent is een gemeenschappelijke weide. Zodra er economische principes gaan gelden wordt de Meent al snel door gebruikers misbruikt om er meer uit te halen dan het eigen deel rechtvaardigt. Oftewel meer koeien dan voor eigen gebruik. Winst maximalisatie. Met als gevolg overbegrazing. Er moet dat een regulerende instantie komen om overbegrazing te voorkomen. In het geval van telecom hadden we eerst de OPTA wat nu de ACM is. Die organisatie ziet er op toe dat de consumentenmarkt beschermd wordt. Maar tegelijkertijd wordt het ook door grote partijen gebruikt om hun markt te beschermen.

 

Terug naar de Meent. Het is dus mogelijk het buitengebied te ontsluiten als iedereen mee doet. Een netwerk als nutsvoorziening waar iedereen gebruik van kan maken. Maar dan mogen er geen partijen meedoen die vinden dat ze recht hebben op een groter deel van de koek. Of beter gezegd. Zodra er iemand in een Meent meedoet die winstmaximalisatie nastreeft is dat het eind van de Meent. Ook wel de “tragedie van de Meent” genoemd.

 

Het principe is overal toe te passen daar waar economische principes geïntroduceerd worden in een gemeenschappelijke aanpak. Ik las hierover een prachtig artikel. Absoluut lezenswaardig. Hoe we op het verkeerde been worden gezet.

 

 

Archief