Kerst 2011. Het einde van een heftig jaar. Het gaat economisch niet zo soepel meer. Ieder weldenkend mens weet en voelt al een poos dat er dingen gaan veranderen. Er is nu geen duidelijk moment zoals op 11 september 2001 maar het onbehagen is redelijk vergelijkbaar. 

Oude vertouwde mechanismes werken niet meer. Het mechanisme van schandelijk verrijken wordt in de Arabische Lente aangepakt met gevaar voor eigen leven. Het schandelijk verrijken in ons land wordt bestreden vanuit tentjes. Maar het ongenoegen is niet veel anders. De superrijken in de westerse wereld hebben misschien geen bloed aan de handen maar hebben wel soms een erg groot stuk van de taart gepakt. Ik las een artikel van iemand van mijn leeftijd die met een vertrek regeleling van 67 miljoen nu over de wereld zwerft. Zowaar ook een schooltje voor SOS kinderdorpen had gebouwd. Daarin zijn we dan wel weer gelijk. Maar wat gaf hem het recht om zo een groot stuk van de taart te pakken? Zelfs al het hem wordt aangeboden.

Er komen andere tijden. De eerste contouren worden zichtbaar. En waar begint dat? Natuurlijk daar waar alles begint, in het hier en nu. Mensen krijgen weer belangstelling voor elkaar en de eigen omgeving.  Niet meer dat noaberschap van vroeger. Dat waren andere tijden  Maar wel kleinschalig zorgen voor elkaar. Eigenlijk is dat ook nooit weg geweest. Dat gebeurt vaak het eerst daar waar het allemaal wat lastiger is. In kleine dorpen of arme buurten. Daar zijn de voorzieningen vaak op afstand. Ze zoeken een plaats waar ze dingen kunnen delen, samen iets koken of spelletjes voor de kinderen. Daar is geen glimmend Multifunctioneel centrum voor nodig maar een huiskamer of een eenvoudige kantine is ook genoeg.  

Voor mezelf was 2011 zeker een heftig jaar. Zakelijk moeten er keuzes gemaakt worden en natuurlijk was de verkiezing van "Het leukste dorp van Groningen" iets om niet te vergeten. Wat heb ik genoten van alles. De nominatie voor "Groninger van het Jaar" kwam totaal onverwachts. Ik heb behoorlijk lopen twijfelen of ik er wel goed aan deed mee te doen. Maar het gaat niet om mij. Ik besef me terdege dat ik symbool sta voor dorpen en hun inwoners  in Groningen. Het maakt me aan een kant bescheiden want wie ben ik om dat te mogen doen maar aan andere kant ook geweldig trots want dat is toch wel wat het bij iedereen heeft los gemaakt.

De toekomst ziet er minder rooskleurig uit in economisch perspectief. Maar de eerste contouren van de nieuwe samenleving geven me hoop op een betere toekomst. De twee boeken waar ik eerder over schreef "Dappere nieuwe Wereld" en "de Wereld breekt open" geven me dat vertrouwen en ik zie het ook om me heen. In de dorpen in Groningen (en ook erbuiten) is een proces aan de gang van zelfbewustzijn. Redeneren vanuit eigen kracht en aandacht voor elkaar.

Iemand reageerde recentelijk naar me met de woorden: Zoals wel vaker na een gesprek met jou heb ik de rest van de middag glunderend rondgelopen. Mooi zoals jij “lastige zaken” of problemen weet om te denken naar kansen. En niet vanuit armoede, integendeel!  Mooi om dat te lezen. Maar als dat zo is, is dat ook gelijk een opdracht voor me om dit nog lang en vaak te doen.

Kerst 2011. Onze kerstkaart is naar te weinig mensen gestuurd. Dus deel ik hem maar via deze weg. Onze beide kinderen zijn dit jaar uitgevlogen op weg naar hun eigen toekomst. We hebben ons eigen nestje in het centrum van het dorp. Daar stond om half 8 vanmorgen de muziekvereniging Concordia traditie getrouw Kerstliederen te spelen: "Ere zij God" en daarna "Stille Nacht". 

Pretige Feestdagen.

Vorige week kreeg ik een telefoontje van RTV Noord dat me in grote verlegenheid bracht. Ik ben genomineerd voor “Groninger van het Jaar”. Eerst dacht ik aan een 1 april grap en vervolgens was mijn eerste reactie “dit wil ik helemaal niet”.

Het schijnt dat ik een aantal voordrachten heb gekregen omdat men in mij een gemiddelde dorpsbewoner van Groningen ziet. Dit natuurlijk omdat ik ambassadeur was van Zevenhuizen bij de verkiezing van het leukste dorp Dorp waar we eerste werden. 

Beetje raar om daarom voor de titel genomineerd te zijn. Henk Spaan en Harry Vermeegen waren jaren geleden in het programma Pisa op zoek naar “de gewone man”. Die reed in een Kadett, maatje 42 en heeft een dochter en een zoon. Kijk, ik kom een eind: rij in een redelijk oude franse Katdett 307, heb maatje 41 en een zoon en een dochter.

Het wordt helemaal raar omdat ik overal verkondig dat we gewonnen hebben omdat er niemand echt de leiding had en dat het erg bottum up geregeld werd. Mijn grootste verdienste was dat ik op 27 mei ons dorp opgaf en vervolgens 8 mensen erover mailde. Daarna liep het vanzelf. Veel mensen deden veel meer dan ik.

Er waren heel veel mensen bij betrokken. Dat was niet uniek want in veel dorpen leefde het enorm. Het was bij ons een beetje een bijzonder traject omdat dingen als vanzelf liepen. In een eerdere blog schreef ik over een bio team. Veel kenmerken van een bio team herkende ik achteraf. Een van de kenmerken is
Zelf verantwoordelijkheid nemen
Teamleden vragen geen toestemming behalve waar het gaat om onderwerpen die verband houden met de instandhouding van de groep. In andere gevallen beslissen zij zelf met inzet van hun reputatie binnen de groep.
Het staat er zo mooi “de inzet van hun reputatie”. En zo voel ik het ook. Die dingen doen die ik altijd al doe, niks bijzonder.

De verkiezing van Groninger van het jaar is een mooie gelegenheid om mijn boodschap te brengen over der kracht van dorpen, de institutionele arrogantie van overheden, de mooie kanten van onze provincie. En natuurlijk de boodschap “Om dingen te organiseren met betrokkenen” en geen “vreemd volk van buiten” dingen laten voorschrijven. Ik vertel het verhaal met de titel Rijnlands Organiseren, toepassen van zelforgnisatie.

Logisch dat de streek die ik het beste ken, mij ook het dierbaarst is. Het dorp, het Westerkwartier en de Provincie Groningen. Ik mag mijn trots uiten en de boodschap verkondigen. Maar wel een beetje me de handrem er op, daarvoor ben ik te veel een echte Groninger.

En de verkiezing van “de Groninger van het jaar”? Ach ik doe wel mee maar heb nog steeds het gevoel dat ik in een quiz ben beland met als vraag: Wie hoort er in dit rijtje niet thuis? Het is wel een eer om genomineerd te zijn. En het is wel een hele rare verkiezing, het is kiezen uit appels en peren. Leuk, maar gelukkig is het 30 december weer achter de rug.
 

Johan Cruijff is hier al vaker geciteerd: “je gaat het pas zien als je het door hebt”. En als je het dan ziet, zie je het gelijk ook overal. Dat maakt hem voor sommige mensen ook zo onuitstaanbaar. Hij schroomt niet om het ook te zeggen, vaak in gevoelige situaties.

Inmiddels stuit ik dagelijks op situaties die misschien wel een beetje aansluiten bij dat soort gevoelige situaties. Ik las dat in Voorburg dit jaar er geen Kerstboom meer dreigde te komen. Die boom komt al jaren uit Tsjechië (waar hij door een zustergemeente werd geschonken) en de gemeente wilde het niet meer betalen). Een prachtig mooi voorbeeld die wel eens als lichtend voorbeeld kan dienen.
Want inmiddels wordt het door boze inwoners geregeld. Er is contact geweest met Tsjechië en natuurlijk konden ze de boom krijgen, ook de komende jaren. (dat was gestopt, was het argument van de gemeente). Het transport wordt door bewoners geregeld. En de gemeente doet het nog een keer voor hoe de boom geplaatst moet worden, dan kan een hoveniersbedrijf het volgend jaar zelf. (belachelijke voorstelling van zaken, het is vaak andersom maar dit terzijde). Voorburg is niet de eerste gemeente. Ik heb het de afgelopen jaren vaker gehoord, maar ik las dit verhaal in Elsevier.
Het is zo simpel. De overheid stopt met datgene dat ze in het verleden ruimhartig van het geld van de burgers deden. Ik heb menig burgemeester of wethouder trots zien poseren naast zo’n geweldig initiatief. In Voorburg was het symbool van de band met een zusterstad. Er ligt een net van dat soort samenwerkingsverbanden over de wereld. Het kon en kan allemaal ook omdat verre reizen en communicatie binnen het bereik kwamen van de massa.

Maar tijden veranderen. Het ruimhartig verstrekken van dit soort gelden kan niet meer. Het geld is vaak op. (gaat op aan salarissen van wethouders denkt men in Voorburg). Is dat ach en wee? Nou nee, mensen pakken het zelf op. Vele malen effectiever en goedkoper dan de overheid ooit kan. Transport 5000 euro? Met een beetje geluk kan het met een leeg transport mee voor een fractie van dat bedrag. En tegelijkertijd gaan inwoners met elkaar aan de slag met de boom. Het wordt een boom van Voorburg, gelijk houden veel meer mensen een oogje in het zeil.

Vorige week kreeg ik de vraag of de aanpak van leefbaarheid in kleine dorpen anders is dan leefbaarheid in een stad. Nee natuurlijk niet. Het gaat om dat mensen elkaar weten te vinden. En wat is het verschil met een dorp en stad? Voorburg is een dorp en Sloten een stad. Groningen is ook een stad, maar met het karakter van een dorp, te horen in het lied “Gras van het Noorderplantsoen”. Dat lied wordt door duizenden studenten en stadjers gezongen. Het lied is er, het symbool is er, de Martinitoren. (die ze weg willen stoppen achter een foeilelijk nieuw gedrocht). Mensen hebben iets met de stad. Wat een geweldig mooi uitgangspositie voor leefbaarheid. Maar het gebeurt natuurlijk echt in de wijken en straten. 

 
En op dorpen? Ach ook daar heeft men vaak helemaal geen moeite om "een boom" te vinden. De kerstversiering wordt ook steeds vaker door straten opgepakt. De buurt kerstborrel met glühwein en vuurkorf komt steeds meer in zwang. Wel een vergunning aanvragen natuurlijk :-) In de betere buurten met spannende verhalen vanuit het bedrijfsleven, verre reizen, (in Voorburg zwerven ze over de wereld om thuis te komen in Voorburg was er te lezen). Ergens anders wordt er ook gesproken over hoe het nu gaat in de buurt en hoe mensen die het minder hebben of met de gezondheid tobben ook goede feestdagen kunnen hebben.

Het worden andere tijden. Maar het is zo simpel.Met elkaar kunnen we dat prima handelen.Maar een ding…. kijk niet naar de overheid. Daar hebben we het al lang niet meer van te verwachten. De afgelopen week zag ik de gemeente Groningen een grote boom verpoten. Er liep 1 gemeente ambtenaar verloren bij, met grote kranen en diepladers van bedrijven die de klus klaarden. In Voorburg gaat de gemeente het nog een keer voordoen. (waarschijnlijk door ingehuurde bedrijven).

Verwacht het niet van de overheid. Kijk links en rechts naast je. We kunnen het zelf veel beter en zeker goedkoper. En als we dan toch samen bezig zijn pakken we ook wel even andere dingen samen op. In dat opzicht worden het veel betere tijden. En de overheid die komt helpen? Ik geloof er niet in, ze lopen alleen maar in de weg.

Ik blijf wel zitten met een vraag. Bij de overheid zijn er fondsen beschikbaar, vaak grote bedragen, die bestemd zijn voor leefbaarheid en voor de zogenaamde krimpgebieden. Die gelden belanden vaak bij dure bureaus die projecten doen. Het grootste deel gaat vaak op aan de organisatie kosten, het inrichten van loketten en inwoners vertellen wat ze moeten doen. Wel een beetje raar want het is ons geld. Hoe kunnen we er voor zorgen dat ons eigen geld goed besteed wordt? 

Soms krijg je boeken in handen die je tot nieuwe inzichten brengen of soms bevestigen ze iets wat je al langer hebt gevoeld. Vorige week kreeg ik een boek van Anita dat dat laatste tot gevolg had.

Regelmatig geef ik presentaties over goed functionerende groepen. Bij de verkiezing van het leukste dorp leek het wel of alles vanzelf ging. (wat natuulijk niet zo was, er is een hoop werk verzet.) Het ging op een natuurlijke manier. Ik heb legio voorbeelden hoe dat liep. Er was geen centrale sturing, geen werkgroep of masterplan. Kan dat eigenlijk wel? Ja want we hebben het meegemaakt.  

Het boek van Anita heet "De wereld breekt open" van Wim de Ridder. Leuk boek om te lezen en je wordt er gewoon een beetje blij van. Het gaat over de nieuwe wereld die er aan staat te komen (volgens Wim). Na de geweldige chaos waar we eerst nog doorheen moeten. Duidelijk wordt omschreven dat de overheid en maatschappelijke organisaties zich anders moeten gaan organiseren. Hij schetst het einde van het grootbedrijf. We gaan veel veel meer toe naar niet resultaatgerichte teams die het functioneren van het team centraal stellen. Klinkt wat vaag maar toen ik de regels lag waar die teams aan voldoen, viel er een hand vol kwartjes. Het begrip Bioteams werd werd geintroduceert door Ken Thompson en Robin Good. Ze legden het vast in het Bioteaming Manifesto

De regels waar een bioteam aan voldoet zijn de volgende :

1. Geen toezicht
De teamleden zijn getraind om zelf te beoordelen wat goed is voor de groep.
2. Kennis delen
De teamleden zoeken zelf naar potentiële kansen en bedreigingen en delen die informatie met elkaar.
3. Zelf verantwoordelijkheid nemen
Teamleden vragen geen toestemming behalve waar het gaat om onderwerpen die verband houden met de instandhouding van de groep. In andere gevallen beslissen zij zelf met inzet van hun reputatie binnen de groep.
4. Altijd beschikbaar
Teamleden zijn altijd, 24 uur per dag, zeven dagen in de week, bereikbaar om belangrijke berichten te ontvangen.
5. Symbiose
Teamleden vertrouwen externe en interne collega's volledig en verschaffen hen alle noodzakelijke informatie.
6. Zorg voor de groep
De teamleden hebben ook aandacht voor weak ties in de onderlinge relaties. 
7. Consistent gedrag
De teamleden ontwikkelen consistent autonoom gedrag waardoor reacties binnen de groep voorspelbaar zijn.
8. Win-win
Groepsleden vragen zich steeds af of ook anderen in de groep van hun handelen profiteren.
9. Genetische algoritmen
De groepsleden besteden weinig aandacht aan het analyseren van vraagstukken maar kiezen bij voorkeur voor het experimenteren met mogelijkheden om zodoende de beste oplossing te vinden.
10. Zelforganisatie
Het bioteam definieert zijn doelstellingen niet in termen van output maar als veranderingen die voor de mensen van het team moeten worden gerealiseerd.
11. Eenzijdig doorlaatbare membranen
Het team is toegankelijk voor mensen die energie brengen en houdt storende invloeden op afstand.
12. Groei
Bioteams kiezen niet voor maximale groei maar voor het gebruikmaken van de ‘natuurlijke’ mogelijkheden die zich aandienen.

Als ik deze regels loslaat op de aanpak van de verkiezing van het Leukst dorp dan sluiten ze heel mooi aan. Volgens de opstellers van het Manifesto moet het de basis zijn van iedere arbeidsorganisatie. Ik durf wel te beweren dat de regels gelden voor alle organisaties. 

Een paar van de regels zijn me uit het hart gegrepen. Alle reden om in een volgende bijdrage er eens een paar uit te lichten.

De afgelopen week was ik te gast bij Sensor Universe en mocht ik een presentatie houden bij het Open Innovatie Festival in Groningen (OIF050). Mijn presentatie ging over hoe je het leukste dorp van Groningen wordt. Misschien geen juiste titel. Want het ging over leiderschap en zelforganisatie, het Rijnlands organiseren. Er was niet veel belangstelling. Voor de workshops over hoe je slimmer met je mail kan omgaan en social media was veel meer belangstelling.

Maar eerst over Sensor Universe. Sensor Universe haalt de spelers rond sensortechnologie bij elkaar, organiseert en ondersteunt het innovatieproces. De achtste netwerkbijeenkomst kan een groot succes worden genoemd volgen de eigen site. De Commisarie van de Koningin in Drenthe Jacques Tichelaar erkende dat er door overheden ruim baan gegeven moet worden aan de andere partners. Hij had het over loslaten. En het grappige is dat hij het deed op een wijze alsof hij daarmee de opdracht aan de overheden gaf. Sterk aan de teugels trekkend. Zo kwam het bij mij over. Het leek wel of hij tegen zichzelf stond te praten.

Daarna een presentatie van Fons Trompenaars en daarna Martijn Aslander. Op een bepaalde manier ging het over dezelfde dingen. Fons heel erg over modellen hoog abstractie niveau en Martijn onnavolgbaar over hoe de maatschappij aan het kantelen is. “The man in the middle” is aan het verdwijnen. De tussenhandel is aan het verdwijnen. De voorbeelden zijn er genoeg, muziekindustrie, reisbureaus. Even doordenkend gaat de overheid er dus ook aan. Via belastingen wordt er geld opgehaald die met veel omhaal weer terug te krijgen is via subsidies. Laat het geld dus daar waar het nodig is. Ik denk dat Sensor Universe over 5 jaar niet meer bestaat. Hoe goed ze het ook zelf vinden dat ze het doen.

En dan het Open Innovatie Festival 050. 24 sessies van 1,5 uur door goede inleiders, een voorrecht dat ik ook iets mocht presenteren. Mijn verhaal gaat over loslaten. Geef de omgeving terug aan de inwoners. Er is ontzettend veel kennis buiten de overheid. Het OIF050 nodigt mensen van buiten uit die voor niet de overheid mogen bijpraten over onderwerpen die al tijden bekend zijn. Woensdag had ik een boeiende discussie met de overbuurvrouw over de toekomst van haar bedrijf, een meubel import bedrijf. Zij is beter op de hoogte van onwikkelingen in de maatschappij dan menig medewerker bij de overheid.

Mooi waren de vragen die ik kreeg over de aanpak van krimp. Hoe doe je dat nu? We stellen geld ter beschikking maar dat werkt niet. Precies goed gesteld. Er is geen oplossing voor te verzinnen. Die oplossing is er allang, bij de inwoners! The man in the middle (overheid) moet er gewoon afblijven. Het komt allemaal goed. Zoek naar de voorbeelden, identificeer de informele leiders en geef ze de ruimte. Maak van die leiders geen lijders door ze op te zadelen met overheids jargon. Probeer ze niet in structuren te drukken van overheidssteun met belachelijke voorwaarden. Geef ze de ruimte.

Hoe vind je die leiders? Dat is niet moeilijk, vraag maar eens in een dorp of wijk wie goed zicht hebben over hoe de hazen lopen. Al vrij snel komen namen boven drijven. Daarvan zijn er 2 typen, in Asterix termen: Abraracourcix die zich op een schild door het dorp laat voeren en Panoramix de Druide.
Panorama letterlijk: (Grieks: παν (pan) = alles, ?ραμα (horama) = schouwspel), en figuurlijk: alles zien, breed kijken. Misschien is hij wel de echte leider. Ook in iedere gemeenschap zijn deze typen te herkennen.

Deze week was het weer eens zover ik zat in een vergadering met een stuk of 20 deelnemers. 1 iemand was 60% van de tijd aan het woord en een aantal aanwezigen hebben niets ingebracht. De grootste bijdrage was dat ze niets hadden voor de rondvraag.

Ter afsluiting was er een hapje en wat te drinken en gelijk waren een aantal mensen weg. Grotendeels de mensen die ook niets vertelden tijdens de vergadering. De aanwezigen waren in dat laatse half uur 10 keer zo productief dan tijdens de hele vergadering. Gelukkig komt het niet meer zo vaak voor dat ik in dat soort vergaderingen zit. Maar toch hoor ik om me heen dat mensen nog hele dagen in vergadering door brengen. Ik hoop dat het effectiever is dan de vergadering van afgelopen week maar ik maak me weinig illusies.

Dit weekend zag ik een artikel over het oude werken. Dat werd afgesloten met de zinnen: De aanwezigheid op kantoor heeft dus veel “verborgen” voordelen. Werknemers willen “gewoon het type Jiskefetkantoor” heeft eerder onderzoek al uitgewezen.
Het was een pleidooi tegen het Nieuwe werken. Met stijgende verbazing las ik het. Totdat ik het blad dicht sloeg en zag dat ik aan het lezen was in het weekblad Facilitair. Dat verklaarde een hoop want er zijn heel veel leegstaande kantoorgebouwen en deze week hoorde ik dat zelfs bij kantoren die in gebruik zijn 40% leegstand is. Voorlopig heeft het nog geen enkel effect op de verhuur prijs hoorde ik laatst. Er is wel iets te regelen met inrichtingskosten maar er wordt vrij stevig vast gehouden aan de verhuurprijzen. Logisch dat dat blad geen warm pleitbezorger is van het Nieuwe Werken. Het blad had zelfs strips over hoe vervelend thuiswerken is. Met dikke letters stond eronder Nederlanders werken het liefst op kantoor.

Het is bijna nostalgisch zoals het kantoorwerk werd omschreven in het weekbald facilitair. Inclusief katoorhumor en samen koffie drinken. Ik moet wel heel ver terug in de tijd dat ik dat nog heb meegemaakt. Ergens in 1990 werkte ik op een afdeling waar dat nog gebruilkelijk was. En er rustte toen een verbod op het over het werk praten in de pauze. Daarna had ik functies waar er natuurlijk ook pauzes waren en voldoende koffie maar niet op vastgestelde momenten. Gewoon als het je uit kwam.

Nu ik zelfstandig ben is het het andere uiterste. Je hoort eigenlijk nergens bij. Ik heb heel veel contacten en sommige zijn warmer dan anderen en om eerlijk te zijn mis ik de collega’s ook wel. De kantoorhumor, het weg kunnen duiken in een grote organisatie. Even een paar dagen op de automatische piloot.
Als Zelfstandig Ondernemer is dat wat lastiger. Toch weet ik dat het kantoor van vroeger er ook niet meer is. Vaak zijn het kantoortuinen waar je ‘s morgen een plekje moet zoeken. ‘s Avonds laat je een leeg bureau achter die een volgende morgen waarschijnlijk bezet is door iemand anders.

Maar ik kom nu wel veel mensen tegen die ook zelfstandig zijn en bijna allemaal een passie hebben voor iets. Hoogst zelden een saaie dag. Ik hoef niet zo nodig een “Jiskefet kantoor” 

Er gebeurt de laatste tijd te veel om er allemaal over te bloggen. Het Plattelands Parlement, de nationale IT dagen, bijeenkomsten over Rijnlands organiseren en Lokale energie voorwaarts. Meer dan voldoende om over ieder onderwerp een blog te schrijven. Dat lukt allemaal niet meer dus zo nu en dan maar een samenvatting.

Deze keer onder de noemer bundeling. Want eigenlijk is er wel een rode draad in te ontdekken. Het gaat over bundelen van krachten. En het anders inrichten van de maatschappij. De overheid heeft het vaak over burgerparticipatie. Een verschrikkelijk fout woord wat mij betreft. Zeker als het gaat over het betrekken van burgers bij het maken van beleid. Net zoals de enquête van de provincie Groningen over het verbeteren van het klachten afhandelingsproces. Als slotvraag stond er letterlijk: “hebt u nog suggesties om de klachten te verbeteren”. Ik mag hopen dat ze bedoelden of ik nog suggesties had om de afhandeling van klachten te verbeteren. Maar het stond er echt.
Het gaat er wat mij betreft over het beter luisteren naar burgers, de signalen zijn er wel maar niemand is zo doof als hij die niet wil horen. Laatst sprak ik met een raadslid en die vond dat de burgers maar vaker moesten komen bij raadsvergaderingen. Om eerlijk te zijn adviseer ik dat niemand, ik ben er nog niet vandaan gekomen met het gevoel dat er serieus geluisterd wordt. Des meer mensen op de tribune des te breedsprakiger de politici. Dus doe de maatschappij een plezier en ga er niet naar toe. Krijgen we misschien een slagvaardiger overheid die op stap moet om meningen te horen. Nu horen ze alleen mensen die nog vertrouwen hebben in het systeem en ook die politieke wartaal spreken en dat is absoluut niet meer de meerderheid van de bevolking.

Het gaat dus over krachten bundeling. Bijvoorbeeld bundeling van mensen zie zich betrokken voelen bij de energie van de toekomst. Dat zijn zeker niet de mega centrales zoals ze nu gebouwd worden. De bundeling van krachten in dorpen en de bundeling van krachten van consumenten. Ik zag een prachtige presentatie op TED over collaborative consumtion.

Daar is de rode draad ook mooi te zien. Prachtige voorbeelden van hoe samengewerkt wordt op allerlei gebied. Het gaat over het gebruik van in plaats van het bezit. Het delen van bezittingen. De afgelopen week was ik bij een bijeenkomst over Lokale energie voorwaarts. Een mooie presentatie over Grunneger Power. Een initiatief om projecten te doen rond energie. Er is een krachtig team opgestaan ondersteund door een doetank (geen denktank) er wordt gewerkt aan een sluitende business case want zonder echte ondernemer wordt het geen succes volgens de spreker.

Mooi om het contrast te zien in Reduzum een dorpje in Friesland waar al sinds 1995 een grote Windturbine staat voor het dorp. Niks business case, gewoon krachten bundelen. Dit illustreert mooi het complexe vraagstuk waar we voorstaan. Natuurlijk iedereen ziet de mogelijkheden van vraagbundeling maar hoe gaan we dat financieren zeker als we dat zoals Rachel Botsman het voorspiegelt ook nog eens zoveel mogelijk met gesloten beurzen doen.Waar worden dan de mensen die het allemaal coördineren en besturen van betaald? Of is dat misschien maar een overbodige tussenlaag. Wat is dan de business case?

Volgens wikipedia is een business case een projectmanagement-term waarin de zakelijke afweging om een project of taak te beginnen beschreven wordt. In de business case worden de kosten tegen de baten afgewogen. Vaak wordt aan de hand van de business case besloten om wel of niet te starten en/of verder te gaan met een project. Bij grotere projecten zoals de Betuweroute worden vaak business cases gevraagd en gemaakt.

En daar zit het grote verschil. Al de akties die gaan over bundeling hebben het heel vaak niet alleen over kosten en baten maar hebben ook een ideologische inslag. What’s in in for me is dan niet de vraag maar meer: worden we er allemaal beter van ook op de lange duur? OK misschien gaat het ten koste van de dominante marktpartijen die schuiven hooguit aan om het proces te frustreren. Immers die partijen hebben wel wat te verliezen, en schermen vaak met kreten dat er geen garantie is over de uitkomst. Doemscenario’s worden geschetst. Maar volgens mij is het alleen maar uit gaan van  een skuitende business case een failliet model.
 

Foto: Koos Boertjens

Ieder jaar is het begin november in het Martiniplaza weer een groot feest voor zakelijk Noord Nederland: de promotiedagen . 1300 standhouders verwelkomen daar 30.000 bezoekers. Het is een groot netwerkfeest en daarbij blijft het voor mij de vraag of daar wel zoveel direct zaken gedaan worden. Het is vooral het ontmoeten van oude bekenden, huidige partners en in contact komen met nieuwe mensen en initiatieven.

Dit jaar had ik met twee andere partijen op het allerlaatste moment een standje gehuurd. Ik had verwacht dat het op een onmogelijke plek zou zijn vanwege het late tijdstip van boeking. Maar het tegendeel was waar, het was een stand naast de trap, volledig in het zicht. Bij die eerste drie gesprekken was het gelijk bingo, een paar mensen die ik lang niet had gesproken maar inmiddels bezig zijn met projecten waar ik grote raakvlakken mee heb. Ook het einde van de 2 dagen bracht nog een leuk contact. Natuurlijk ook tussendoor met nog tientallen mensen gesproken.

Het is leuk om te zien hoe anders je een beurs beleeft als je er alleen voor het netwerken staat. Traditioneel staan bedrijven op een beurs om zoveel mogelijk leads te genereren en zoveel mogelijk mensen te spreken. In mijn geval geldt hetzelfde alleen zit ik niet te wachten op een grote hoeveelheid contacten maar juist om de juiste contacten. En hoe vind je die? Dat is meer afhankelijk van toeval. Een normale week bevat voor mij altijd netwerkmomenten, de promotiedagen zijn niet meer dan dat ,maar dan in een ingedikte vorm. Het grote voordeel is dat tientallen mensen je daar zien en je zo even weer zichtbaar bent. Dat heeft tot gevolg dat mensen die je zien staan, je opeens aanspreken. Soms met overmerking: “nu ik je toch zie”. En dan komen de mooie verhalen en kansen. Natuurlijk gebeurd dat ook bij alle andere uitingen via deze web log of tiwtter maar in het echte leven is het toch leuker.

Helemaal nieuw is dit netwerken niet want de laatste jaren is het ook al de mogelijkheid een tafel te krijgen op het netwerkplein Noord en ook is er te stand van Business and Bubbles die ook alleen tot doel heeft mensen met elkaar in contact te brengen. Alles verandert, dus ook de promotiedagen. Voor mij was het erg handig om samen een stand te hebben, niet op een netwerk plein maar bij juist op een andere plaats waar wel veel mensen voorbijkwamen.

Het gaf mij volop de kans om te vertellen over Rijnlands organiseren en de relatie naar participatie en de inzet van Social Media. De onderwerpen waar ik me de laatste weken intensief mee bezig hou. De komende week mag ik twee keer het verhaal vertellen over de relatie tussen het Rijnlandse organiseren en de verkiezing van “Het leukste dorp van Groningen. Inmiddels heb ik daar een boekje over geschreven die de komende weken gedrukt wordt. Het is nog een boek in bèta versie, versie 0.8 in softwaretermen. Ik hoop dat net voor de kerst versie 1.0 gereed is en ik hoop dat door alle opmerkingen en commentaren versie een 1.5, 2.0 enz. elkaar snel zullen opvolgen. Het gaat uitgegeven worden door middel van Printing on Demand. Ze worden gedrukt naar behoefte dus een nieuwe versie is niet meer dan het uploaden van een nieuwe versie. Wie weet verschijnt ooit de versie 10.0.

 

Het lijkt weer een leuke week te gaan worden, dinsdag en woensdag de promotiedagen voor het bedrijfsleven van Noord Nederland, een aantal bijeenkomsten over het Rijnlandse organiseren en tot slot zaterdag het plattelands parlement in de Tweede Kamer in Den Haag.

Deze keer heb ik een gedeelde stand op de promotiedagen, niet dat ik veel kan laten zien maar ik heb wel veel te vertellen. Het verhaal is nog niet helemaal klaar maar het Rijnlandse organiseren zal er zeker centraal in staan. En daarbij natuurlijk welke zaken je kunt gebruiken om mensen met elkaar te laten samenwerken. Dan gaat het niet om een trucje meer om hoe je met elkaar informatie deelt en zoveel mogelijk mensen bij te betrekken. Dat lijkt eenvoudig maar toch is het lastig om mensen zover te krijgen dat ze van deze eenvoudige middelen gebruik gaan maken. 

Daarover gaan op de workshops die ik de komende tijd op verschillende plekken ga gegeven, de eerste is volgende week dinsdagmiddag in de pudding in Groningen.
Maar mocht je nu al meer van willen weten schiet me even aan opstand 8000 bij de promotiedagen. En je geen toegangskaart stuur me even een berichtje, dan kan je die van mij nog wel krijgen.
Deze keer een wat kortere weblog, volgende week is het boek klaar. (hoop ik)

Het lijkt wel of er verschillende regels gelden voor managers en medewerkers. Natuurlijk hoop je dat iedereen loon naar werken verdient. Maar voor mijn gevoel zijn de salarissen aan de top met daarbij de bonus niet meer in de relatie tot de geleverde prestatie.

Jaren geleden werkte ik bij PTT (ver voor 2000) en  was als hoofd beveliging betrokken bij een project over normen en waarden.

Om wat gevoel te krijgen voor de materie stelden we eerst een lijst op met allerlei voorbeelden van situaties waar je een mening over kon hebben. Het gebruik van een mobiele telefoon, "lenen" van spullen van het bedrijf, gebruikt dienstauto, declaratiegedrag, verstrekken van informatie en het gebruik van bedrijfshulpmiddelen. Die zaken legden we eens aan een paar  managers voor en we waren verbaasd over de verscheidenheid van opvattingen. Blijkbaar was het allemaal niet zo duidelijk. Opeens kregen we het idee om het uitgebreide vragenlijst te verspreiden onder alle direct leidinggevenden. Het werd een uitputtende lijst waarbij we van de managers vroegen om aan te geven of ze het geaccepteerd gedrag vonden of dat er een sanctie op zijn plaats was. De sanctie kon bestaan uit verschillende acties:
1. er wat van zeggen;
2. een schriftelijke berisping;
3. opnemen in de beoordeling;
4. tijdelijke schorsing;
5. inhouden van een periodiek;
6. terug setting en salaris schaal;
7. ontslag.

Na verloop van tijd kregen we de ingevulde lijsten terug en zaten we te worstelen met een methode om het zichtbaar te maken.We plaatsten het in een matrix en als er geen sanctie getroffen werd uit het vakje grijs gemaakt en bij een sanctie werd er in het vakje het bijbehorende cijfer geplaatst. Dat gaf een heel mooi beeld want we hadden de lijst gegroepeerd rond thema's. Bijvoorbeeld omgaan met informatie, gebruikt bedrijfsauto, enzovoorts.

Zo viel ogenblikkelijk op dat bij het onderwerp declaratiegedrag bijna niets werd getolereerd. Er waren nauwelijks grijze vakjes te zien. En heel veel vlakjes bevatten het cijfer zeven ontslag.

 

Matrix “Declareren niet gemaakte kosten: vertikaal het voorval, horizontaal de scores van een manager.

Daarnaast gaf het overzicht Aannemen van giften een ander beeld.

Het verschil tussen kolom 9c en 9 d was geschenk aannemen kleiner dan 50 gulden of een geschenk grote dan 50 gulden.

In een oogopslag zijn ook de strenge managers te herkennen.
Een volgende stap in onze aanpak was dezelfde vragenlijsten voor te leggen aan managers van leidinggevenden. Tot onze grote verbazing scoorden deze vragenlijsten amper grijze vlakjes niets werd getolereerd zelfs niet het kopiëren van het belastingformulier. Bij direct leidinggevenden aan medewerkers op de werkvloer werd dat over het algemeen wel getolereerd. We hadden er stiekem ook tussen gezet "Het kopiëren van een kleurboek voor de kinderen". Want het was publiek geheim dat de Directeur ooit was overlopen bij het kopieerapparaat met een kleurboek van een van zijn kinderen.
Bij de presentatie van de resultaten in het managementteam ontstond er een stevige discussie over het vervolg. Immers er was een groot verschil in opvatting over wat wel kon en wat niet. Het district’s managementteam reageerde eerst met het verzoek om een cultuurprogramma op te zetten zodat hun score zou gaan gelden voor de hele organisatie. Dus geen kopiëren van belastingformulieren geen gebruik van mobiele telefoons voor privé. Toen ik voorzichtig opperde hoe ze zelf met het mobiel omgingen ontstond er rumoer want dat was namelijk een totaal andere situatie.

Die overzichten zijn niet gemaakt en bewaard, achteraf vonden ze het ook wel genant.

Vervolgens ontstond er een levendige situatie over voorbeeldgedrag en dat het allemaal toch niet zo simpel was. Als ze de regels strenger gingen maken zouden ze zelf ook een aantal zaken moeten laten. Ik vraag me wel eens af wat dat traject nu op zou leveren. De aanpak heb ik nog liggen. Wie heeft belangstelling. Het liefst een beursgenoteerde onderneming. 

Mijn tweets

Posting tweet...

Powered by Twitter Tools

Flickr Photos
IMAG0420.jpg

IMAG0362.jpg

IMAG0353

More Photos
Archief