Jan Hut

Mijn hele leven ben ik al werkzaam in en rond telecommunicatie. Alles wat zich tussen mensen afspeelt heeft mijn belangstelling.

 

De laatste jaren ben ik betrokken bij het ontsluiten van regio’s door glasvezel.  Het kan voor commerciële bedrijven niet uit, om in dun bevolkte gebieden, een glasvezelnetwerk aan te leggen. En zelfs kernen tot 2000 woningen zijn niet echt rendabel. Tenminste in de ogen van die bedrijven. Ze hebben er vaak al voorzieningen liggen die nog prima uit te nutten zijn. Dus houden ze bij hoog en bij laag vol dat mensen niet meer internetsnelheid hoeven te hebben.

 

In een van mijn laatste gesprekken had ik het er over met iemand die er “van overheidswege” bij betrokken is en gelijk ook met een zak met geld is gaan zwaaien.

“10 miljoen is maar liefst beschikbaar”. En dat is niet nieuw want ergens anders, in andere provincies, is er nog veel meer geld beschikbaar. Maar in plaats dat het geld de versnelling brengt werkt het averechts.

Allereerst zijn er instanties die er op toezien dat de marktwerking niet verstoord word. Niet dat er in die gebieden maar enige marktwerking is. Maar de marktpartijen gaan gelijk kijken of niet een van deze partijen bevoorrecht wordt door de overheid. “Staatsteun” wordt er dan al heel snel geroepen. In Appingedam weten ze er uit de tijd van het Damsternet alles van. http://www.het-interview.nl/archief/23-main.html De kwestie speelde 10 jaar geleden en is nog even actueel als toen. Er is nog steeds geen goede oplossing.

 

De persoon waar ik mee sprak stelde me de vraag: “Jan, maar waarom is het nog steeds niet geregeld?” Volgens mij ligt dat aan de regulering. Grote bedrijven weten met juristen juist heel goed gebruik te maken van de  regulering. Sterker nog ze zijn experts geworden in het beschermen van hun markt. Met als gevolg dat de markt steeds vaster komt te zitten. Dat trekt allerlei ander gespuis aan die gesteund worden door de marktpartijen. Ze doen alsof ze een zelfstandig bedrijf zijn maar aan de andere kant lopen ze aan de hand van de machtige marktpartijen. Er zijn voorbeelden bekend dat kleine bedrijven, die ook werken voor grote marktpartijen, onder druk gezet worden om niet samen te werken met een lokaal initiatief. Doen ze het wel dan kunnen ze er op rekenen dat ze geen opdrachten meer krijgen van die marktpartijen.

 

Als je met die grote partijen praat geven ze dat ook gewoon open toe. Het is een commerciële markt en daar gelden bijzondere regels. Dus klanten lokken met een tablet als ze tekenen voor 2 jaar. Dan gaan ze in ieder geval niet in zee met een lokaal initiatief. Sommige mensen noemen het ook wel maffia praktijken.

 

Is dit nieuw? Nee het staat ook wel bekend als “de tragedie van de Meent”. De meent is een gemeenschappelijke weide. Zodra er economische principes gaan gelden wordt de Meent al snel door gebruikers misbruikt om er meer uit te halen dan het eigen deel rechtvaardigt. Oftewel meer koeien dan voor eigen gebruik. Winst maximalisatie. Met als gevolg overbegrazing. Er moet dat een regulerende instantie komen om overbegrazing te voorkomen. In het geval van telecom hadden we eerst de OPTA wat nu de ACM is. Die organisatie ziet er op toe dat de consumentenmarkt beschermd wordt. Maar tegelijkertijd wordt het ook door grote partijen gebruikt om hun markt te beschermen.

 

Terug naar de Meent. Het is dus mogelijk het buitengebied te ontsluiten als iedereen mee doet. Een netwerk als nutsvoorziening waar iedereen gebruik van kan maken. Maar dan mogen er geen partijen meedoen die vinden dat ze recht hebben op een groter deel van de koek. Of beter gezegd. Zodra er iemand in een Meent meedoet die winstmaximalisatie nastreeft is dat het eind van de Meent. Ook wel de “tragedie van de Meent” genoemd.

 

Het principe is overal toe te passen daar waar economische principes geïntroduceerd worden in een gemeenschappelijke aanpak. Ik las hierover een prachtig artikel. Absoluut lezenswaardig. Hoe we op het verkeerde been worden gezet.

 

 

We zijn met elkaar als mensen bezig in een hoog tempo de kleine bol waarop we leven onleefbaar voor mensen te maken. De aarde zelf zal wel blijven bestaan. Maar is het nog leefbaar als we zo doorgaan?

 

Nieuw is het niet want Alan Watts leefde van  1915 tot 1973 en hij voorspelde al dat het niet goed zou komen en velen met hem. Er is een mooie video gemaakt waaronder zijn stem een heftige boodschap brengt.

 

 

We moeten blijkbaar het roer omgooien maar hoe doe je dat? Alle verworvenheden opgeven? Niet meer vliegen of de auto laten staan? Maar als de rest van de mensheid gewoon doorleeft op de oude voet wat helpt het dan nog?

 

Langzamerhand zorgen dat er een betere mens ontstaat? En kan dat want we kunnen op dit moment erg veel. Dat blijkt uit de serie die de VPRO uitzendt: “De volmaakte mens”. Prachtig en beangstigend tegelijker tiid want wat er in die reportage te zien is geeft stof tot nadenken. Zoals de professor die voorstander is om te gaan selecteren op karaktereigenschappen al voor de geboorte. Want langzamerhand kunnen we ruim voor de geboorte al karaktereigenschappen waarnemen. De professor is voorstander van om een selectie toe te passen waar goede karaktereigenschappen zoals verantwoordelijkheidgevoel,  altruisme, empatisch vermogen een keuze zijn. Tegelijktijd kan er voorkomen worden dat er psychopaten ontstaan. WOW dat is nog eens een heftig onderwerp. We kunnen dus selecteren op mensen die een betere wereld voorstaan voor de mensheid.

 


Hmm mooie onderwerpen om het er eens met elkaar over te hebben. Het gaat over hoever we kennis die we hebben,kunnen / moeten toepassen. Morgenavond is om 23.00 uur de volgende uitzending van de Volmaakte Mens. En wil je er eens met anderen over hebben waar de grenzen liggen dan is er donderdag avond de meetup bij Seats 2 Meet in Groningen. Deze keer hebben we het over robots maar ik zie een duidelijk link naar de volmaakte mens. Je bent van harte welkom. Het worden boeiende gesprekken het onderwerp is belangrijk genoeg!!!

 

werledbevolkingHet is lente en alles staat in het teken van de groei. In de natuur heeft alles een ritme. En het lijkt wel of wij mensen (en wat we doen) geen deel uit maken van de natuur. We voelen ons verheven boven de natuur. We maken bouwwerken die wel voor eeuwig lijken.  En als je bezig bent met de economie dan ben je bezig met groei. Daar is alles op gebaseerd op groei. Sterker nog als het in de economie een beetje tegenzit dan wordt dat ook wel negatieve groei genoemd. Net alsof groei normaal is. En de groei wordt altijd uitgedrukt in procenten. Met als gevolg dat er een exponentiële groei wordt nagestreefd.

 

Nu is bekend dat een groei die steeds maar toeneemt op den duur leidt tot een ineenstorting. De voorbeelden zijn er in overvloed. Net zoals de groei van de wereld bevolking ook nog steeds toeneemt. (Zie hierboven) Net zoals de energie consumptie, grote overstromingen, waterverbruik, aantal auto’s. In het onderstaand plaatje staan er een aantal opgesomd.

PB5-fig1

Klik hier voor de bron

Dat gaat dus “op de kop verkeerd”. Want onze kleine aarde biedt niet voldoende ruimte en bronnen om nog lang in deze groei te kunnen voorzien. We kunnen dus wachten tot het helemaal fout gaat. Net alsof we met zijn allen met een hoge snelheid op een dikke muur afstormen. Als je het er over hebt, blijkt dat steeds meer mensen dat gevoel hebben. Toch blijven we met z’n allen geloven in een goede afloop. Of zoals een ouder iemand me laatst vertelde. “Jan ik ben het helemaal met je eens maar ik voel me te oud om er nog iets aan te doen”. Het zal mijn tijd wel duren. Nu was die man met pensioen en rond de 65. De generatie die de architecten zijn van de problemen.

 

Eigenlijk is het wel een cynisch. Alle mensen die de uitdrukking negatieve groei gebruiken, zeggen het eigenlijk wel goed er is niets, maar dan ook niets, goed aan zo'n groei. Het is alleen maar negatief want het leidt tot totale vernietiging.


Stop met het streven naar groei. Kijk naar krimp als oplossing. Hoe? Dat weet ik niet, heb jij een idee?

 

Je komt ze soms nog tegen mensen die de uitdrukking gebruiken “What’s in it for me?”. De eerste keer dat ik er pukkeltjes van kreeg was toen een communicatiebureau erop bleef hameren dat iets alleen ging werken als duidelijk was dat de doelgroep antwoord kreeg op de vraag “What’s in it for me?

 

Nu 10 jaar verder hoor ik het soms nog wel eens. Gelukkig niet zo veel meer. Het is net alsof mensen beseffen dat het niet meer echt past om zoiets hardop te zeggen. Toch is het nog wel bij veel mensen aanwezig: “ik moet er wel beter van worden, mijn eigen bedrijf gaat voor. Ik wil best iets voor de gemeenschap doen als het mijzelf maar helpt”. Letterlijk hoorde ik iemand laatst zeggen: “Ik werk hier graag aan mee want dan ben ik de eerste en dat levert mij voordelen op”. En tegelijkertijd wil ik geen energie steken in het helpen van anderen daarna. Ergens onder water speelt nog steeds: Hoe kan ik er zelf beter van worden. We zien het nog op alle fronten. Het rijkelijk zichzelf belonen van topmanagers is er een voorbeeld van. De massa ontslagen in de thuiszorg en de hoge beloning van de top bijvoorbeeld. Het is gewoon niet uit te leggen. Toch schijnen de topmanagers oprecht te geloven dat ze een geweldige prestatie leveren die een dergelijke beloning rechtvaardig.

 

Ik moest er aan denken toen ik een blog las over het rendementsdenken. Het wordt nog steeds op scholen gedoceerd. Als je MBA hebt gestudeerd weet je precies hoe je met behulp van cijfers een bedrijf moet runnen. Je hoeft niets van het product of dienst te weten. Een busbedrijf runnen kan net zo gemakkelijk als een zorginstelling of school. Ook op het HBO kan je het leren. Daar is er een populaire studierichting MER. Daar leer je ook de kneepjes om via de rug van iemand anders hogerop te komen.  Ik hoorde eens van een docent die studenten letterlijk “de rattenstreek van de week” leerde.

 

Zelf merk ik dat ik het steeds eerder herken als iemand er berekend in zit. Zeker als iemand in de 2e zin begint met het vragen naar een Business case of het verdienmodel? Dat zijn bij mij signalen dat iemand redeneert vanuit een financieel perspectief. Begrijp me goed, ergens moet bij mij de schoorsteen ook roken en brood op de plank komen. Maar genoeg is genoeg. En ondernemen is voor mij meer dan geld verdienen. Het betekent voor mij: dingen in beweging brengen. Op wikipedia staat het mooi: Een ondernemer (ook: zakenman, zakenvrouw of entrepreneur) is een persoon die iets onderneemt, en daarmee een of andere maatschappelijke bijdrage levert. Verderop gaat het pas over geld.


Krijg jij ook pukkeltjes bij het horen van de zin: What’s in it for me?

Ik heb het uit, een zeer boeiend boek: Voorbij het vanzelfsprekende. Het is even stevig doorlezen want de 500 pagina’s lezen soms als een roman en soms moet je er even rustig voor gaan zitten. Het heeft me anders naar de wereld leren kijken. Niet dat het een schokkende verandering teweeg heeft gebracht. Het heeft me nog wat scherper laten kijken.

 

Waar gaat het om: we zijn dingen heel gewoon gaan vinden die het eigenlijk niet zijn. Een overheid die ons steeds meer vrijheden afneemt vaak onder het mom van veiligheid. Wet en regelgeving wordt steeds meer gevormd door incidenten. De brand in Volendam of de vuurwerkramp in Enschede zijn er voorbeelden van. Maar ook recentelijk Haaksbergen of afgelopen week de hoogwerker in Oosterwolde. Vast dat er bij gemeenten nu scherper gekeken wordt  bij een evenement of er een hoogwerker wordt gebruikt.

 

De overheid trekt steeds meer dingen naar zich toe. Bijvoorbeeld zie ik veel programma’s bij de overheid om innovatie te stimuleren. Wat mij betreft totale onzin. Vroeger dacht ik er misschien wel anders over maar langzamerhand begint het me te irriteren. Er wordt belastinggeld geïnd die vervolgens  in de vorm van subsidie terug wordt gegeven om innovatie te stimuleren. Als er iets is waar een overheid geen verstand van heeft is het wel innoveren. Want een innovatie zal eerst een vorm van groei hebben moeten doormaken voor het kan worden herkend als innovatie. Dan wordt het vaak door de overheid beoordeeld. Misschien wel door een ambtenaar die net een training heeft gevolgd “innoveren kan je leren”. Grotere onzin is er niet in mijn ogen. Innoveren door een ambtenaar in een omgeving die gericht is om risico’s te beperken. Inmiddels zijn er hele volksstammen bezig ons overheidsapparaat te leren innoveren. Hordes ambtenaren hebben al goeroes horen spreken over lifehacking, quantified self, omgaan met social media en meer van die nieuwigheden. Op weg naar Ambtenaar 2.0 of zelf 3.0. Of nog beter maatschappij 3.0. Tegelijkertijd houden die goeroes de situatie mooi in stand. Ze hebben een eigen industrie gemaakt. Tientallen mensen in de zaal of liefst meer dan 100, totaal geen interactie.  Met als gevolg dat de man op het podium een ego krijgt die soms niet meer in de zaal past. Een wel heel traditionele benadering.


Echte innovaties komen altijd van onder af. Het is iets wat evolutionair groeit. Zelden is er een “Eureka moment”. Voorafgaand aan dat “Eureka moment” is er al een poos een inzicht aan het groeien. Ik ben benieuwd hoeveel mensen van een leergang “Innoveren kan je leren” echt aan het innoveren zijn geslagen. En als ze al iets vernieuwend zijn gaan doen is het vast niet door het bezoeken van een lezing over innovatie. Dat is veel te veel vanzelfsprekend. Hoewel we dat wel met zijn allen zijn gaan geloven. In ieder geval wordt er nog veel geld aan uitgegeven. Ter meerdere eer en glorie van de inleider en de organisator.

Op uitnodiging van Thomasz zijn we deelnemer aan de conferentie Ecotourism Europe. Het is even wennen want wat is ecotoerisme? Al snel is duidelijk dat er geen eenduidige definitie is en het is vergeven van allerlei certificeringsmogelijkheden. Er is altijd wel een label te vinden die je als ondernemer zou kunnen gebruiken om je duurzaam te noemen. Het doet wat denken aan het scharrelei van jaren geleden. Of dat je een vegetarische kip kan aantreffen op het menu. Een beetje een wirwar van definities en begrippen.

 

In het programmaboekje van de conferentie staat er wel een mooie omschrijving. Het gaat om aandacht voor:

  • de natuur,
  • cultuur,
  • de lokale bevolking.

Een aantal presentaties gaan over de natuur, cultuur en over certificeringsprogramma’s. Als je de verhalen uit de rest van Europa ziet dan blijkt dat we in Nederland niet zoveel natuur hebben. Natuurlijk hebben we wel stukjes groen maar natuur kennen we niet echt het is allemaal al minimaal 2 keer op de schop geweest. Toch heeft Nederland ruim 1.500 natuurgebieden, 20 van deze gebieden zijn een Nationaal Park

 

Terug naar de conferentie. Toerisme en natuur staan soms op gespannen voet. Eco toerisme heeft tot doel dat toerisme er voor zorgt dat de natuur baat heeft bij belangstelling van toeristen. Opeens krijgt het verhaal veel meer inhoud. Want vanuit dat perspectief laten toeristen geen spoor na. Een van de initiatieven heeft als naam “Without a trace”.

 

Maar dat is nog maar een deel van het verhaal want Anna Pollock had een presentatie die me erg raakte. Ze wist het verband te leggen tussen de overbelasting van de aarde en welke rol ecotoerisme hier iets tegen kan doen. Het was een oproep om ecotoerisme te zien als drager van de wereldwijde verandering die nodig is voor het voortbestaan van onze planeet. Ze had veel plaatjes metaangrijpende beelden. Maar wel met de titel “Feiten zijn niet voldoende en angst geen motivator”. Alleen redden we het niet. Toeristen zijn de mensen die het verhaal verder kunnen brengen maar dat vraagt wel om diepere inzichten, betere betrokkenheid en het stellen van de juiste vragen.


Toen we na haar presentatie haar opzochten, bleek dat ze op zoek was naar aansluiting bij de gemeenschap van Art of Hosting. Het voeren van gesprekken die er toe doen. Nu zijn wij al een poos bezig met “the Art of Hosting”. Zij zat met de vraag: “Hoe kan je toeristen op een goede wijze in contact brengen met lokale bewoners?” De bewoners kennen het gebied en de verhalen. Een mooie vraag om mee aan de slag te gaan. Wij willen dat gaan doen onder de naam Waddentrek (waddentrek.nl)

Archief