Menu Sluiten

Auteur: admin

Fijne Paasdagen en trots

Het lijkt wel zomer dit jaar met Pasen. Het terras is er klaar voor, veel te vroeg. Het is droog, veel te droog naar mijn gevoel, het zand loopt gewoon van je schop als je in de tuin bezig bent. Niet te veel klagen maar ergens klopt er iets niet.

Dat is met veel meer dingen aan de hand. In Groningen zitten veel mensen met schade en het een na het andere instituut, fonds en loket wordt geopend. Al die aandacht en al dat geld lossen niets op. Heel veel mensen eten ervan maar de gedupeerden worden niet geholpen. Hooguit degene die de wegen weten te bewandelen. Maar ergens klopt er iets niet.

In Frankrijk brandt de Notre Dame voor een deel af en in een paar dagen tijd is er een miljard toegezegd. Macron zou net een speech houden om tegemoet te komen aan de gele hesjes beweging. Logisch dat nu de gele hesjes weer opnieuw in beweging komen. 1 miljard kan zo vrijgemaakt worden voor stenen. Hoe nobel allemaal maar ergens klopt er iets niet.

Er is een groot bedrag beschikbaar voor Groningen. Ruim 1 miljard. Het geld is bedoeld voor het werken aan toekomstperspectief in de regio. 120 Miljoen is er al verdeeld en dit weekend stond er een stuk in het DvhN de Hanze Hogeschool wil 100 miljoen in de ontwikkeling van waterstof. Dat terwijl waterstof nog erg omstreden is. Het opwekken gaat gepaard met veel verlies. De discussies over rendementen geeft mij het gevoel: mooi verhaal, het is mogelijk een oplossing maar ergens klopt er iets niet.

Gaan we weer, net zoals de Economic Board Groningen inzet op 5G. Inmiddels ook geld wat verdampt. 5G komt niet op het Groninger platteland gewoon omdat er veel antennes nodig zijn. 5 keer zoveel als er nu zijn voor 4G. De antennes moeten worden gevoed door glasvezel maar jammer genoeg komt dat er in het bevingsgebied maar mondjesmaat. In stedelijk gebied moet er om de 200 meter een antenne. Huh, hoe zit dat buiten de bebouwde kom, masten erbij maar hoe ga je die voeden. Mooie beloftes maar ergens klopt er iets niet.

De economie groeit, maar de lonen groeien niet terwijl het levensonderhoud duurder wordt. Meer mensen bij de voedselbank terwijl het beter in ons land gaat dan ooit. Verrijking aan de bovenkant en verarming aan de onderkant. Ergens klopt dit helemaal niet.

Er is een nieuwe partij die opeens opduikt uit het niets. Die met veel omhaal en dure woorden toch de vinger op de zere plek legt. Eng, gevaarlijk vooral niet praten over de standpunten als partijkartel, uitsluiten van mensen, blind macht weggeven aan Europa en grote bedrijven, blind investeren in giga energieprojecten, meer aandacht voor eigen geschiedenis en cultuur.  Laten we het er juist wel over hebben want juist de macht van het grote geld en uitsluiten van de mensen aan de onderkant dat is pas eng. Ergens klopt dit niet.

Er is werk aan de winkel. Werk van onder op. Aandacht voor kleine projecten want daar komt de oplossing vandaan. De oplossing voor Groningen zit niet in groot geld dat trekt goudzoekers aan. Met elkaar kunnen we grootse dingen doen. De kleine prins weet het mooi te zeggen: Het wezenlijke is voor het oog onzichtbaar. De oplosrichting zit in die dingen die onzichtbaar zijn: trots, zelfbewustzijn en onafhankelijkheid. Dat kunnen we bereiken door externe adviseurs er uit te werken en langzamerhand zelf dingen te doen. Kijk dan klopt het weer.

Fijne paasdagen

 

Glasvezel op eigen kracht

Na jaren “under the radar” te hebben gewerkt zijn we eindelijk los. Aan de hand van de aanpak van Midden Brabant Glas zijn we onder de naam Westerglas bezig een glasvezelnetwerk te realiseren in het Westerkwartier. We gaan vol voor de coöperatieve gedachte. Samen iets realiseren wat individueel nooit zou lukken. De markt verzaakt, of is op zoek naar de laatste krenten in de pap. Krenten die uit groeien tot een constante stroom van inkomsten als de eerste hobbel maar is genomen.

Want daar is iedereen het wel over eens als er eenmaal een netwerk ligt blijkt dat een tweede er nooit zal komen dus je hebt een prachtige monopolie positie. Ergens las ik dat dat een natuurlijk monopolie is.

Zoiets gaat niet van een leien dakje. Moeten we daar zelf in investeren? Ja! Even voor de duidelijkheid ook als je een abonnement neemt bij iets wat als gratis wordt gepresenteerd betaal je het uiteindelijk ook. De oprit van klinkers voor je huis moet je zelf betalen als je het geld niet hebt moet je het geld gaan lenen waardoor de oprit alleen maar duurder wordt. Met de digitale oprit is het niet anders. ook als je zelf niets bij hoeft te betalen zal de aanbieder er rendement op willen behalen. Ik loop al wat langer mee in de telecomwereld ik ben nog geen partij tegen gekomen die er geld op toe legt.

Nou ja misschien in het verleden toen KPN nog PTT was. Toen was het een nutsvoorziening. Maar die tijd is al lang niet meer de aanbieders knokken elkaar de tent uit. KPN Ziggo, EQT, glasvezel buitenaf en Glasdraad.  Allemaal willen ze wel iets als ze maar voldoende kunnen verdienen. uiteindelijk is dat een markt situatie. En zeker als ze extra geld kunnen krijgen van bewoners of overheid willen ze wel. In het Westerkwartier doen we het dus zelf.

De achtergrond is te lezen op onze site www.westerglas.nl of op de onderzoeksite www.focuswesterkwartier.nl waar ons verhaal is te lezen en hoe we een en ander hebben ervaren in relatie tot de provinciale regeling. Onze vraag aan focuswesterkwartier duik eens in de wereld van glasvezel hoe kan het dat de provincie eind 2018 de hele provincie wil voorzien van snel Internet en dat het april 2019 nog maar een paar adressen draadloos aansluit. Hoe kan een gedeputeerde roepen dat Groningen als eerste het voor elkaar heeft terwijl in de praktijk alle provincies verder zijn. In de rest van ons land worden we op glasvezelgebied gezien als sneue provincie.

Het eerste resultaat is een artikel op focuswesterkwartier. Ik kijk met belangstelling uit naar het vervolg.

Dat verdienen we toch niet als provincie. We willen een stap voorwaarts en niet schuchter een voet bijtrekken. Dat is voor ons als Westerglas reden om uit te gaan van eigen kracht.

Botsing met de markt

Als ik naar de wereld kijkt door de bril van samenwerking en van onderop verbaas ik me vaak hoe plat de wereld is van vrije marktdenken, oneindige groei en aandeelhouderswaarde. Recentelijk was ik bij de presentatie van een commercieel glasvezelbedrijf aan een gemeente. De wethouder werd voorgelicht op een tenenkrommende manier.

Het werd een betoog waar ik me niet ik kan vinden. De markt die volgens de man van het bedrijf nu geen rendement meer eist van 16 of 17% maar inmiddels nemen ze ook “al” genoegen met 10%. En vervolgens werden alle registers opengetrokken om de wethouder te overtuigen dat een coöperatie toch maar gevaarlijk, niet betrouwbaar is en dat het maar zeer onzeker is of ze het wel allemaal kunnen. Uit het verleden kennen we dit gedrag van IBM of Microsoft. Het staat ook wel bekend als Fear Uncertainty and Doubt. Want je bent  “natuurlijk”beter af bij een groot bedrijf. Klein dat is allemaal onbetrouwbaar en onzeker.

Het zijn tekenen van stuiptrekkingen van een oude economie die gebaseerd is op machtsdenken en dat groot alleen maar goed is. Natuurlijk groot heeft ons veel gebracht. Microsoft heeft standaarden neergezet die inmiddels over de hele wereld worden gebruikt.  En als KPN nog steeds in 13 districten was verdeeld was het ook niet het bedrijf wat het nu is. Of als Ziggo bestond uit honderden kabelnetten was het ook niet in staat de kwaliteit te leveren die het nu doet.

Maar… Als Ziggo wat kleiner was had het niet zoveel problemen met klantenservice, kenden de medewerkers nog de lokale situatie en voelde je dat je geen nummer bent. En de tijd dat KPN echt iets voor de maatschappij deed is ook al lang achter ons.

Gelukkig mocht ik ook reageren en dat ging over trots op mijn regio, betrokken burgers, opkomen voor de kleinschaligheid. Het gaat me echt aan het hart dat onze mooie provincie zo door marktdenken wordt uitgemolken door grote bedrijven die alleen maar denken in winst. En geen oog hebben voor de burger of het kleinbedrijf.

Dat is juist waar coöperaties goed in zijn. Betrokkenheid, nabij en oog voor de klant. Niet de winst voorop stellen. In gewone taal communiceren. Want een gewone burger begrijpt vaak niets van al dat jargon.

Soms is het bijna niet meer te volgen wat er in commerciële bedrijven wordt uitgespookt. Zo zag ik laatst een bedrijf dat de winnaar was van de Healthy Urban Office Challenge Award en won daar € 22.550 mee. Hoe verzin je zoiets?

Gemeentelijke herindeling Westerkwartier

Morgen is het stemmen. Voor het eerst voor de gemeenteraad van de nieuwe gemeente Westerkwartier. De overheid die het dichtst bij ons staat. Ik ben benieuwd wat dat voor ons gaat worden. De gemeenten Leek, Marum, Grootegast en Zuidhorn worden één. Alleen Grootegast en Marum hadden een lokale partij en in de nieuwe gemeente doen nu 2 lokale partijen mee. Landelijk gezien stemt gemiddeld een kwart op een lokale partij. Dat wordt dus opschuiven voor de andere partijen. De laatste jaren waren de VVD in Leek en het CDA in Zuidhorn en Grootegast dominant. Ze kunnen alleen maar verliezen. Ooit las ik eens dat de kwaliteiten die je moet hebben om wethouder te worden tegelijkertijd ongeschikt maakt om wethouder te zijn. Je moet je kwalificeren ten opzicht van anderen. Ben je eenmaal wethouder dan wordt verwacht dat je tussen de mensen staat.

De medewerkers van de gemeenten gaan vanaf 1 december al naar een nieuwe plek. Het zal allemaal erg wennen worden. Even weer zoeken wie je nu weer moet hebben voor wat. Ik was erg blij met mijn nieuwe gemeente Zuidhorn. Met lede ogen zie ik mijn oude dorpsgenoten in Zevenhuizen worstelen met de gemeente Leek. Het MFC leek dichtbij maar is inmiddels weer achter de horizon lijkt het wel. Hoe het ook kan, merk ik nu binnen de gemeente Zuidhorn. Ik hoop dat in de nieuwe gemeente ook het elan van Zuidhorn ontstaat. Maar ik hou mijn hart een beetje vast want zoals zo vaak gaan veel goede dingen verloren in een reorganisatie.

Ik heb een aantal reorganisaties meegemaakt toen ik in loondienst was. Leuk is het niet, een poos onzekerheid. Je krijgt nieuwe collega’s en misschien nog belangrijker een nieuwe chef of manager zoals dat tegenwoordig heet. Dat kan je werkvreugde maken en breken. Ik heb een top 3 managers gehad die tot op de dag van vandaag een voorbeeld voor me zijn geweest. Maar ik heb ook een all time low meegemaakt. Managers die mensen tot wanhoop dreven, die medewerkers opbranden. Managers met een compleet gebrek aan empathie, die gingen voor eigen gewin. Of alleen voor het bedrijfsresultaat omdat er een bonus aan verbonden was.

Jaren geleden mocht ik In mijn loondienst periode 17 jaar zelf manager zijn. Een leerzame periode. Het was een zoektocht naar wat mijn stijl van leidinggeven was. Één ding is me heel goed bijgebleven. Het is maatwerk. Het is mensenwerk waarbij een ieder anders benaderd moet worden. De een wat afremmen een ander een steuntje in de rug.

Ik hoop dat alle medewerkers in de nieuwe gemeente een manager krijgen die het maximale uit de medewerkers weet te halen. Met voldoende aandacht voor de persoon en in een veilige uitdagende werkomgeving. Daar hebben we als inwoners van de nieuwe gemeente het allermeest aan.

Kleur bekennen

In mijn blog zoek ik altijd een voorval wat ik meemaak om het vervolgens breder te trekken en dan weer terug te komen op het voorval. Dat lukt niet zo vaak maar soms is een voorval te leuk om te negeren.

Het laatste weekend was weer de Tocht om de Noord. Een wandeltocht door Groningen. Deze keer stond het in het teken van “de Ploeg” een stroming van Groningse schilders. Langs de route stonden veel mensen mooie vergezichten te schilderen. Sommige schilders geconcentreerd, anderen lieten de wandelaars mee schilderen. De wandelaars waren zo bezig met het thema schilderen dat ze niet de “grote ploegen” van landbouwers zagen die speciaal langs de route waren opgesteld. Anderen zagen juist een kudde met schapen die gedekt waren (dus een kleurrijke kont hadden) als iets wat de organisatie zo had geregeld. Die mooie kleuren waren aangebracht door de ram die relaxed in het land lag na gedane arbeid. Hij was te herkennen aan het tuig met het krijtblok.

Het was leuk om de wandelaars te vertellen van die kleuren en de bedoeling. Zodra de ram een schaap dekt krijgt dat schaap door het krijtblok een gekeurde kont. Voor de boer het teken dat als het goed is gegaan het schaap na 5 maanden (min 5 dagen) lammeren krijgt. De boer verwisselt het krijtblok na 17 dagen door een andere kleur en als er met het dekken iets mis is gegaan onderneemt de ram een nieuwe poging. Voor de boer het teken dat de lammeren 17 dagen later komen. In veel gevallen is het in één keer raak.

Eigenlijk is het in de politiek net zo. Heb je eenmaal kleur bekend, dan ben je niet meer interessant. Niet voor niets wordt er veel aandacht besteed aan de zwevende kiezer. In Amerika is dat tot kunst verheven. Mensen waarvan bekend is wat ze kiezen, worden genegeerd. Daar wordt geen energie meer in gestoken. Net zoals de ram rustig lag. De meeste ooien hadden een kleurtje na gedane arbeid.

De gemeenteraadsverkiezingen komen eraan. Ik krijg voor het eerst de kans om op een lokale partij te stemmen. Mijn hart ligt bij de regio en bij coöperatief handelen. Partijen die sterk de vrije markt nastreven hebben niet mijn voorkeur. Dat heeft ons misschien wel welvaart gebracht maar het heeft ook veel collectief goeds afgebroken. De afgelopen dagen ben ik ondergedompeld in het coöperatieve gedachtegoed. Daar ligt mijn voorkeur, nu nog even uit puzzelen welke partij dat het sterkst in het programma heeft staan. Kon je dat maar zien op de rug van de kandidaten. Of ruiken zoals de ram dat kan bij bronstige ooien. Ik ga toch maar eens naar een lijsttrekkersdebat, sfeer proeven (of toch ook een beetje ruiken.)

Story the future

Een goede vriendin van ons, Mary Alice Arthur, reist de wereld over als story activist. Ze is er van overtuigd dat een ander verhaal een andere wereld kan brengen. Want we leven allemaal een verhaal wat ons is verteld. Door onze ouders, de kerk, de school of vrienden. En raar maar waar ik lees steeds meer dat we een ander verhaal nodig hebben. We leven in een land waar het verhaal van Liberalisme vaak wordt verteld. Het verhaal van vrijheid van meningsuiting, het geloof in een vrije markt met beperkte overheidsregulering.

 

Daarvoor waren we een land waar het verhaal van christendom werd geleefd. Daarvan zijn er nog veel voorbeelden waar te nemen. Nog heel veel mensen leven gelukkig dat verhaal. Maar hand over hand gaan landen over naar het verhaal van de vrije markt en vrijheid van de mens. Dat alles heeft ons heel veel goeds gebracht. Beter onderwijs, beter gezondheidszorg, minder oorlog en meer economische welvaart. Tegelijkertijd zijn er ook schaduwkanten zichtbaar. Die openheid en vrije markt zorgt ook voor handige Harrie’s die er dankbaar gebruik van maken. En door die handige Harrie’s ontstaan er bedrijven die er voor zorgen dat ze toepassingen verzinnen die mensen gaan gebruiken. Voor dat gebruik vragen ze een stukje informatie van gebruikers. Dat stukje informatie geeft die bedrijven de mogelijkheid mensen te verleiden tot de aankoop van producten en diensten. Of ze verslaafd te maken aan social media en zo nog meer informatie over zichzelf vrij te geven. Maar het geeft ook (sommige) overheden de mogelijkheid mensen op een bepaalde manier te laten gedragen. China gaat daar heel ver in. Verkeerde uitingen op social media ontneemt chinezen de mogelijkheid om ver te reizen bijvoorbeeld.

 

We leven bijna allemaal het verhaal wat ons wordt verteld door die grote bedrijven of overheden. Het blijkt dat onze vrije wil helemaal niet zo vrij is. We zijn door de eeuwen heen gevormd door wat we als mensen hebben meegemaakt. Er zijn 2 boeken die daar prachtig over vertellen, Homo Sapiens en Homo Deus van de schrijver Yuval Noah Harari.  Op meerder plaatsen noemt hij dat we een ander verhaal nodig hebben. Dat is precies waar Mary Alice haar passie zit. Het veranderen van de wereld door een ander verhaal. Van 10 tot 30 september gaan 50 storytellers uit de wereld van storytelling aan de slag met die uitdaging. Ben je benieuwd naar deze actie? Ga dan naar www.storythefuture.com

Een andere wereld door storytelling

Het verhaal van storytelling is een boeiende. Uiteindelijk is verhalen vertellen zo oud als de mensheid. Voor we konden schrijven, konden we al verhalen overbrengen.  Vooral reizigers kwamen met verhalen over andere regio’s en andere volken. Reizigers kregen dan ook volop de gelegenheid hun verhaal te vertellen die ze vaak uit 2e hand hadden of van horen  en zeggen.

 

Inmiddels is er een soort tweedeling ontstaan. Storytelling vanuit de verteller en daarnaast verhalen die je leeft. Het eerste gaat over: hoe vertel ik een verhaal, weet ik mensen te boeien, emoties over te brengen? Het andere storytelling gaat over het verhaal wat iemand heeft beleefd of geleefd. Want we leven een verhaal. We leven het verhaal waar we mee zijn opgevoed, de verhalen vanuit de bijbel of de koran, verhalen van je ouders of verhalen van de school.

 

Je leeft de verhalen waarvan je denkt dat ze juist zijn. Tot je opeens een verhaal hoort wat je aan het denken zet. Opeens zie je stukjes op de plaats vallen. Het verhaal verandert, je bent niet meer zo overtuigd. Er zijn voorbeelden genoeg. Vroeger draaide zon om de aarde tot het opeens duidelijk werd dat we om de zon draaien. Er zijn mensen die geloven in de vrije markt en oneindige groei. Inmiddels is een grote groep mensen daar niet meer van overtuigd. Toch worden economen daar nog steeds in geschoold. (als ik het goed heb begrepen).

 

Storytelling kent ook een kant, die vanuit de luisteraar. Want wat is een storyteller zonder iemand die er naar luistert? De luisteraar die vragen stelt en probeert te doorgronden wat het verhaal achter het verhaal is. Is dit het verhaal van horen zeggen of is dit het verhaal wat geleefd is. Is dit een verhaal wat bedacht is door een slimme marketeer om ons laten verlangen naar een product. Herkennen we de boodschap van “koop mijn product of dienst”?  

Een week geleden was Marleen Stkker te gast in Zomergasten en ze schetste 2 typen mensen: “De werkelijkheidsmens neemt de wereld zoals die is en gaat daarin optimaliseren, soms heel creatief en idealistisch. De mogelijkheidsmens kan zich daarentegen een wereld voorstellen die nog niet zichtbaar is. Hij kan de schaduw zien van dat wat nog niet is gebouwd.” De mogelijkheidsmens is dus ook in staat het verhaal dat we leven aan te passen. Geloven in de organische wereld waar groei stopt. Het verhaal van de succesvolle meent waar we met elkaar de verantwoordelijkheid nemen. Het verhaal van de tagedie van de markt. De markt die alles kapot maar wat je lief is. Op die markt (van oneindige groei) is een gulden geen cent meer waard.  

De “vrije” markt.

Gisteren verzeilde ik in een mooi gesprek. Het ging over snel internet op het platteland. Iemand had de noodoplossing van KPN, internetten met 4G. Nu bleek die persoon “veel” data te verbruiken. Dus kreeg hij het bericht dat hij nog een bundel bij moet kopen. In totaal kwam het nu op € 140,- begreep ik. Totale verontwaardiging. Ik moest er eigenlijk wel een beetje om lachen want het was iemand die dagelijks ook werkt in een omgeving die vergeven is van de vrije markt.

Gekscherend vertelde ik dat er in Visvliet ook geen weekmarkt is en dat we daarvoor naar Kollum moeten. Daar is een weekmarkt, daar is het mogelijk een beperkt aanbod te krijgen. Wil ik meer aanbod dan zal ik toch op pad moeten naar Groningen. Of ik moet genoegen nemen met het beperkte aanbod ik heb geen keus.

Het is allemaal de vrije markt. KPN levert op sommige adressen niet meer. De klant in kwestie vroeg de medewerker van de KPN of hij dat normaal vond. Nee was het antwoord maar als ik u was zou ik het doen want u hebt geen keus.

Allemaal “vrije markt”. Oftewel als er markt is komen er wel aanbieders. Is die er niet dan moeten klanten zelf op zoek. Op de fiets of in de auto (want openbaar vervoer is ook inmiddels van de markt). Voor snel Internet zelf aan de slag of gebruik maken van een beperkt aanbod. de 4G oplossing van KPN of wachten op het draadloze alternatief van Rodin opgezet met overheidsgeld. Oh ja misschien behoor je tot de gelukkigen die wel glasvezel krijgt. Heb je nu meer dan 30Mb/sec. Leer er maar mee te leven. Daar mag de overheid niet steunen.

Mijn advies. Op de fiets in de auto zelf aan de slag. Uitgaan van eigen kracht.

Wachtrijgedoe

Het is al een poosje geleden dat ik geschreven heb over mijn ervaringen als klant. Gisteren had ik een ervaring die ik graag wil delen. Op doorreis stopte ik even in de stationsrestauratie in Groningen. Nu is dat niet meer een stationsrestauratie maar een Starbugs. De Amerikaanse keten waar gratis Wifi is en waar soms je naam op de beker geschreven wordt: één Cappuccino voor Jan Hoet riepen ze dan in het buitenland.

Gisteren gewoon een kop dus geen naam op de beker. Dat hoefde ook niet want er stond niemand te wachten. Het was rustig. Tot mijn grote verbazing riep de (jonge) gast achter de bar 1 Mocca knalde de kop op de bar draaide zich om en liep weg. Alsof ik niet bestond. Verkeerde keus dus om daar een kop koffie te halen.

Ze hebben het dan wel over de oppervlakkige manier in Amerika met How Are You? Zonder te willen weten hoe het met je gaat. Dit is nog een stuk erger gewoon of je niet bestaat. Het deed me denken aan die schets met de nummertjesautomaat waar één iemand in de rij staat en iemand de nummers oproept.

Nou ja… wachtrijen, altijd een bron van vermaak.

Commoning

En opeens zit ik er weer middenin: “The commons”. Ik heb al veel vaker geschreven over de Meent en de over uitnutting van onze planeet. Ergens in 2007 hoorde ik Howard Rheingold in Groningen praten over “The tragedy of the commons”. (De tragedie van de Meent). Sinds die tijd blijft het begrip Meent me achtervolgen. Ik heb er presentaties over bekeken of Conferenties bijgewoond er een aantal keren een blog over geschreven en vaak het verhaal van de meent verteld.

Afgelopen week mocht ik te gast zijn bij de lancering van de hub FOCI (The Future Of Citizens Initiatives) bij de Universiteit van Utrecht. Ik was uitgenodigd door Tine de Moor. Tine was een poos geleden te zien in Tegenlicht over ons gemeengoed waar de “Tragedie van de Meent” ook aan de orde kwam. Samen met haar was ik te gast in Pakhuis de Zwijger. Het was een leuke bijeenkomst waar onderzoekers, ambtenaren en een handjevol mensen uit het bedrijfsleven stilstonden bij de toekomst van burgerinitiatieven. Een leuke middag die voor mijn gevoel gedomineerd werd door de zorg bij ambtenaren hoe die burgerinitiatieven zich moeten organiseren, hoe ze de kennis moeten overdragen hoe burgerinitiatieven zich kunnen versterken.

Bijna hilarisch om te zien dat de overheid zich zorgen maakt. Zorgen waarover? Of burgers het allemaal wel kunnen! Wel een beetje raar want als ambtenaren de deur uit gaan zijn ze weer gewoon burger. Die kennis is dus ook gewoon aan te wenden. Of is het zo dat ambtenaren na 5 uur opeens ook hun kennis en vaardigheden achter laten op kantoor. Blijkbaar is een ambtenaar alleen effectief als hij of zij in functie is. Een beetje met een knipoog natuurlijk want de maatschappij verandert, dat moet gevolgen hebben voor de overheid. Er kwamen suggesties naar voren om te onderzoeken hoe zelforganisatie en burgerinitiatieven kunnen leiden tot betere verdienmodellen. Verdienmodellen? In mijn ogen hebben burgerinitiatieven niet primair een relatie met een verdienmodel. Het lukte me niet om duidelijk te maken dat het 2 verschillende werelden zijn. Burgerinitiatief en verdienmodel. Maar misschien ben ik ook wel een beetje teveel van het collectieve.

Hoewel…. kan je daar ooit te veel van zijn?

Ooit namen we deel aan een workshop “The art of Commoning”. Commoning is een woord wat lastig te vertalen is. Samenleven is het niet echt. Samen Leven komt meer in de buurt. Het laat zich misschien wel het best omschrijven als de kunst om “samen te leven”. Hieronder een prachtige omschrijving in het engels. Het doet me denken aan het leven in een dorp. Je kunt er onderzoek naar doen. Maar om het echt te begrijpen moet je er gaan wonen en dan begin je het misschien te zien.

This requires a sensitive touch, an artistic flair and a deep attentiveness to the humanity of other human beings. This is the art of hosting:  an engagement with people as living, feeling, meaning-making creatures who care about fairness, imagination and fun.

Serious observers of the commons often approach it “from the outside,” as if it were an elaborate machine of cogs and pulleys.  But if you approach the commons from within its inner dimensions – how people relate to each other – you are forced to pay more attention to qualitative dimensions and capacities of human beings, including aesthetics, ethics and feelings. Personality and authenticity matter.

The art of commoning, then, is about the graceful, light-touch structuring of people’s distinctive energies, passions and imaginations as they interact in groups.  By modeling certain attitudes toward each other and the world, and by constructing a shared social norm, people learn to give the best of themselves while taking care of each other and their shared social and physical spaces. (citaat uit een blog van David Bollier)