Menu Sluiten

Maand: augustus 2026

Veerman tussen denkers en doeners: De moderne grot van Plato

Het is een rare, verdeelde wereld tussen links en rechts. In mijn blog schreef ik erover en dan bedoelde ik mensen met een dominante linkerhersenhelft en een dominante rechterhersenhelft. Dit naar aanleiding van een presentatie van Dr. Iain McGilchrist (een vooraanstaande Britse psychiater, neurowetenschapper, filosoof en voormalig literatuurwetenschapper). Nu doet dat verhaal er minder toe, want in de praktijk zie ik mensen die leven met abstracties en modellen (volgens Iain McGilchrist hebben die een dominante linkerhersenhelft) en ik zie mensen die leven in de praktijk, de echte wereld (rechts-dominant).

 

Het denken in links en rechts is ook een politieke opdeling. En die links-rechtsopdeling is een heel andere. Want je hebt mensen met een linkse politieke voorkeur die geloven in klimaatmodellen en inclusiviteit. Ze hebben het gelijk aan hun zijde (denken ze) en de rest van de mensheid moet zich daarnaar richten. Ook aan de rechterkant van de politiek zijn mensen die denken in abstracties: bedrijfsmodellen, organisatievormen of winst en verlies. Voor hen is dat ook de waarheid. Ook zij streven naar macht.

 

Misschien is een typering van “denkers en doeners” ook wel passender en minder verwarrend. Maar ook niet compleet, want doeners denken natuurlijk wel degelijk. In mijn vorige bijdrage had ik het over ‘de denkziekte’, ook al omdat het lijkt alsof het besmettelijk is. Links-dominanten (de denkers) hebben de neiging in woord op te komen voor de onderdrukten. Maakt niet uit of daar een logica in zit. Het raarste voorbeeld is dat opkomen voor de diverse genders hand in hand kan gaan met Palestijnse, moslimsympathieën. Terwijl moslims absoluut niet tolerant zijn tegenover de lhbtq+-gemeenschap.

Een van mijn laatste telefoongesprekken aan de telefonische hulplijn ging over natuurbranden en de oorzaak ervan. Het had volgens degene die ik sprak een natuurlijke oorzaak. Toen ik noemde dat het vaak door menselijk handelen ging – een sigarettenpeuk, onzorgvuldigheid of mogelijk brandstichting – kreeg het gesprek een bizarre wending. Brandstichting door wie? Nou, door een pyromaan, iemand met een wrok of een brandweerman zelf. Toen ontspoorde het gesprek. Ik beschuldigde een brandweerman van brandstichting terwijl hij goed werk doet! Alleen al dat ik dat dacht, daar moest ik me voor schamen. Die arme brandweerman.
Het is dus schipperen tussen die beide werelden: praktisch/concreet en abstract, het hebben over modellen en cijfers. Soms kom ik mensen tegen die gelijk begrijpen wat ik bedoel. Anderen kijken me glazig aan en maken opmerkingen als: “Je hebt toch ook abstracte modellen nodig?” of over Pride: “Het is toch mooi dat mensen zich kunnen uiten op een manier die toont wie ze zijn?” Ik zag een reactie van Talitha Muusse op Twitter: ‘Sorry, maar de sociale druk in Nederland om pride te vieren en een ‘ally’ te zijn is vreselijk verstikkend en plat.’ Dat heeft dus niets meer te maken met zich kunnen uiten. Er hangt ook iets anders omheen. Ik verblijf veel tussen “de doeners” en daar hoor ik opmerkingen als: “Mooi dat ze zich willen uiten, maar dring het niet aan me op,” of: “Is er niet iets anders op de wereld aan de hand wat belangrijker is?”
Blijkbaar dringt het niet door tot de “denkers”. Ze leven in een bubbel, zeggen we tegenwoordig. Plato schetste het beeld van een grot (met dank aan AI).
De Allegorie van de Grot is een van de beroemdste metaforen uit de filosofie, beschreven door Plato in zijn werk Politeia (De Staat). Het illustreert het verschil tussen onze beperkte waarneming en de werkelijke realiteit.
De Grot en de Gevangenen
Stel je een ondergrondse grot voor. Hierin zit een groep gevangenen vastgeketend. Ze zitten met hun rug naar de ingang en kunnen alleen naar de achterwand van de grot kijken. Ze zitten hier al hun hele leven en kunnen hun hoofd niet bewegen.
Achter de gevangenen brandt een groot vuur. Tussen het vuur en de gevangenen loopt een verhoogde weg. Langs die weg lopen mensen die allerlei voorwerpen (zoals beelden van dieren en mensen) boven hun hoofd dragen.
De Schaduwen als Realiteit
Het vuur werpt de schaduwen van deze voorwerpen op de achterwand waar de gevangenen naar kijken. Omdat de gevangenen nooit iets anders hebben gezien, geloven zij dat die schaduwen de echte wereld zijn en dat de echo’s van de stemmen van de voorbijgangers rechtstreeks van de schaduwen komen.
De Ontsnapping en de Schok
Plato beschrijft dan wat er gebeurt als één gevangene wordt losgemaakt. Hij wordt gedwongen zich om te draaien en naar het vuur te kijken. Dit doet pijn aan zijn ogen en hij raakt verward.
Vervolgens wordt hij de grot uitgesleurd, het felle zonlicht in. Eerst is hij verblind. Langzaam wennen zijn ogen. Eerst ziet hij de schaduwen buiten, dan de weerspiegelingen in het water, daarna de objecten zelf, en tot slot de zon (die symbool staat voor de ultieme waarheid en het goede). Hij beseft nu dat zijn leven in de grot een illusie was.
De Terugkeer
De filosoof (de ontsnapte gevangene) voelt het als zijn plicht om terug te keren naar de grot om de anderen te bevrijden. Maar eenmaal terug in het donker moeten zijn ogen weer wennen. Hij struikelt en kan de schaduwen niet goed meer zien. De achtergebleven gevangenen lachen hem uit. Ze denken dat de reis naar buiten zijn ogen heeft verpest en willen absoluut niet mee. Als hij hen probeert te bevrijden, zouden ze hem zelfs willen doden.
De Filosofische Betekenis
    • De grot: De fysieke wereld om ons heen die we waarnemen met onze zintuigen (volgens Plato een wereld van schijn).
    • De schaduwen: De illusies, vooroordelen en dogma’s die we voor waarheid aannemen.
    • De ontsnapping: De weg van educatie en filosofie; het losbreken uit vaste denkpatronen.
    • De wereld buiten: De ‘Vormenwereld’ of ‘Ideeënwereld’, de pure, onveranderlijke realiteit die je alleen met het verstand kunt begrijpen.
      (Einde citaat AI)

Het lijkt erop dat ik voor de rest van mijn leven moet laveren tussen de denkers en de (denkende) doeners, als een soort veerman tussen beide werelden. Daarnaast moet ik soms afdalen naar grotten waarin de denkers opgesloten zitten. Met het verhaal van Plato in het achterhoofd leidt dit tot niets, maar misschien is dat de redder in mij, dat ik de gevangenen een beter leven gun.
Kom ik ga even kijken naar de drie kuikentjes die recentelijk uit het ei zijn gekomen en nu in de ren op het gras staan. We zijn benieuwd of het hennen of haantjes zijn. Gelukkig zijn dáár niet meer tussenvormen.