Menu Sluiten

Maand: november 2025

Beter onderwijs

In mijn blog heb ik vaak geschreven over het failliet van het onderwijs. In plaats van kinderen uit te dagen het beste uit zichzelf te halen, zijn het fabrieken geworden waar kinderen in mallen worden geperst. Ze moeten voldoen aan een norm die regelmatig wordt getoetst. Ze worden van hun 5e tot hun 16e eraan blootgesteld. En als je beter in staat bent te voldoen aan de norm, ben je er nog 4 jaar aan onderworpen.

Of als je nog beter bent in het voldoen aan de norm, dan kun je zelf een academische titel behalen en jezelf wetenschapper noemen. Wat dus niet correct is – zie mijn eerdere blog: een universitaire studie is iets anders dan wetenschap. En om eerlijk te zijn, is in mijn ogen “lang leren” synoniem aan lang hersenspoelen. Je bent extreem goed in het reproduceren van wat bekend is. Het vak “kritisch denken” is verboden.

Tot zover mijn persoonlijke mening, die ik niet eerder zo helder heb verwoord. Ik kreeg een video te zien die hierop aansloot. Met name een tekst die me raakte. Samenvattend gaat het over onderwijs dat kinderen iets leert, maar gehoorzaamheid kweekt – heftig. een passage: Als ze oud genoeg zijn om te gaan begrijpen wie ze zijn, dwing ze dan in een systeem dat hun leert dat het fout is om jezelf te zijn als je anders bent dan wat als ‘normaal’ wordt gezien.  Verplicht ze elke dag naar een instelling te gaan waar ze alleen mogen worden geconfronteerd met de informatie die hen wordt voorgeschoteld. Laat de instelling bezoeken van hun vijfde tot ze volwassen zijn en toets ze eindeloos, zodat de informatie hun waarheid wordt.

Dit lijkt allemaal een complottheorie. Maar als ik wat verder ga zoeken – en dat kan tegenwoordig eenvoudig – kom ik van alles tegen. Er is een boek over geschreven met als titel “The Deliberate Dumbing Down of America: A Chronological Paper Trail”. Het bewust dommer maken om kinderen volgzamer te maken. Het zit ook in de hoek van complotten maar zet je wel aan tot denken.

Ad Verbrugge en Jelle van Baardewijk zetten zich in voor Beter Onderwijs Nederland. Mij uit het hart gegrepen, maar alles wat ik ervan lees en hoor (en dat is niet echt veel 🙁 ) slaat dat vooral op cognitieve vaardigheden. “Meer dan 20% is functioneel analfabeet”, hoor ik Ad dan zeggen. Natuurlijk is dat een groot probleem. Maar is het échte probleem niet het focussen op cognitieve vaardigheden en de verschuiving naar het affectieve domein (emoties, waarden, attitudes en overtuigingen – hoe een student voelt of gelooft over een onderwerp)? In mijn ogen moet er meer aandacht komen voor praktische en fysieke vaardigheden (hands-on learning). Voor beroepsgerichte ontwikkeling, met focus op toepassing in het echte leven:

  • Technische en vakvaardigheden: Handvaardigheid, zoals coderen, koken, maken of repareren.
  • Fysieke ontwikkeling: Sport, gezondheid en motorische vaardigheden om balans te creëren tussen lichaam en geest.
  • Levensvaardigheden: Financiële geletterdheid, tijdmanagement en aanpassingsvermogen voor onafhankelijkheid.

En dat alles al op de basisschool en het voortgezet onderwijs.

Ik sprak met een onderwijzeres die op een basisschool kinderen begeleidt die moeilijk meekomen. Enthousiast vertelde ze me over een meisje van rond de 10 jaar dat moeilijk meekwam. Ze mocht een poosje meelopen met een hovenier. Toen ze in de werkplaats een kettingzaag zag liggen, vroeg ze: “Mag ik die uit elkaar halen en weer in elkaar zetten?” Tot grote verbazing van de hovenier deed ze dat superhandig. Dat had ze haar vader ook al eens zien doen. Nadat ze een paar dagen had meegelopen, zag ze opeens het nut van al dat lezen en rekenen. De onderwijzeres had nog meer van deze voorbeelden. Nu ligt bij mij de uitdaging om die onderwijzeres bij Beter Onderwijs Nederland aan tafel te krijgen.

Terug naar mijn geluidsfragment, over onderwijs als “methode om de maatschappij te veranderen” – complot of niet, ik herken er wel iets in. Ik moest eraan denken toen ik de uitzending van “De Nieuwe Wereld” zag, waarin ook een passage over het onderwijs. (zie hieronder). Misschien is dit ook wel een illustratie hoe mensen die lang hebben gestudeerd en rondgelopen in het systeem zich uiten in taal die voor de gewone man nauwelijks te volgen is. Het is verbaal armpje drukken. Goochelen met woorden, maar ik hoop dat ze een beetje bedoelen wat ik hier schrijf. Maar ik sluit af met woorden mijn eerdere blog: het onderwijssysteem… het is een klotenzooi.

Maar ik hoor graag jouw mening.

Of hoe ik mijn jeugd ook heb ervaren

De explosie van de coördinerende klasse

Mijn vader komt regelmatig voorbij in mijn verhalen. Bijzonder, want hij is al meer dan 45 jaar geleden overleden. Een paar weken geleden stond ik voor een zaal met zestig man te praten over gemeenschappen. Toen mijn verhaal klaar was, vroeg de dagvoorzitter: “Waar komt jouw drive vandaan?” Ik zei: “Mijn vader.” Zijn principe was simpel: als je een idee hebt, moet je ook bereid zijn het zelf uit te voeren.

Neem de lagere school waar hij in het bestuur zat. Elk jaar werd er een Sinterklaas ingehuurd. Mijn vader: “Dat moeten we toch zelf kunnen?” Niemand wilde. Waarop iemand zei: “Doe jij het?” En zo is mijn vader twintig jaar lang Sinterklaas geweest. Alle vier zijn kinderen hebben bij hem op schoot gezeten. Toen ik dat vertelde, begon ik te huilen in die zaal. Het zit diep.

En juist dat principe zie ik steeds minder om me heen.

Mensen die precies weten hoe het anders kan, maar zelf nooit de handen uit de mouwen steken. Dat begint al in ons onderwijs. Populaire studies: MBA, MER, bedrijfskunde, sociologie, psychologie, filosofie. Allemaal gericht op abstraheren, analyseren, presenteren en coördineren. Prachtig. Maar wie gaat het dan dóén?Veel mensen hebben nooit gereedschap in de handen gehad of klanten of cliënten / patiënten gesproken.

Zeker niet de mensen die het bedacht hebben. Die hebben status verworven, want analyseren en coördineren betaalt beter dan uitvoeren.

Als je er oog voor krijgt, zie je het overal.

  • 15 jaar geleden: 100+ formulieren met handtekeningen opgehaald voor een initiatief. Achter me hoorde ik iemand zeggen: “Oh ja, die formulieren moeten nog ingevoerd worden. Hoe moeilijk kan dat zijn? Er is vast wel iemand voor te vinden.” Aan zo iemand heb je dus helemaal niets! Uiteindelijk deed iemand die nooit te beroerd is het gewoon. (Niet ik, deze keer.)
  • Bestuurslid van een kleine stichting dat in het voorstelrondje zegt: “Ik ben bestuurslid en doe geen uitvoerend werk.” Eerlijk? Ik ben er klaar mee.

Want dit is de formule:

Je kunt niet uitvoeren, maar wel problemen benoemen en “oplossingen” bedenken in de vorm van nieuw beleid, nieuwe afdelingen, nieuwe regels, nieuwe subsidieprogramma’s. Gevolg: je creëert je eigen baan door de organisatie verder uit te breiden. De overheid en grote corporaties zijn hiervoor het perfecte biotoop. Waar kun je anders 80-90% van je tijd vergaderen, rapporten schrijven en projecten coördineren – en toch een vast contract, goed pensioen en status hebben?

Het rare is: concreet iets doen geeft directe voldoening. Een storing verhelpen, iemand verzorgen, een brand blussen. Maar dat werk is vaak vies, onzeker, laag in status en je krijgt geen likes op LinkedIn als vrijwilliger achter de bar in het dorpshuis – wel als je een powerpoint post over “inclusief vrijwilligerswerk”.

Dus zoeken we voor al dat “simpele” werk vrijwilligers. Maar wie wil werk uitvoeren dat door iemand anders is bedacht. (en vaak ook nog niet eens goed)

En dan verbazen we ons dat er een schreeuwend tekort is.

Ik trap er nog steeds in. Onlangs een conferentie Maatschappelijk Ondernemen – Practitioners Day. Joepie, dacht ik, eindelijk mensen die het écht doen. Ik ben zelf betrokken bij een stichting met een huiskamerproject en vier huurwoningen voor jongeren. Bij de conferentie een zaaltje van vijftig man: drie mensen die daadwerkelijk iets runden. De rest? Consultants, coördinatoren, onderzoekers. Om te janken.

Herken je jezelf als lid van de coördinerende klasse? Als jij beleid schrijft, trainingen geeft, subsidies coördineert, processen versnelt, diversiteit bevordert, inclusie monitort, participatie faciliteert – maar zelf nooit de handen uit de mouwen steekt voor het échte werk?

Besef dan dit:

  • Je bent geen oplossing.
  • Je bént het probleem dat je zegt op te lossen.
  • Je leeft van formulieren, vergaderingen en overhead.
  • Je meet succes in proces, niet in resultaat.
  • Parasiteren op ellende is je verdienmodel.

Zolang wij beleefd blijven knikken, blijf jij eten. Zodra wij stoppen met knikken en beginnen met vragen – “Hoeveel uur heb jíj dit jaar zelf concreet geholpen?” – stort jouw wereld in.

Want zonder onze stilte, ons geld en onze goedkeuring ben je niks.

De keuze is simpel: Word doener. Of word overbodig.

De klok tikt. En ik knik niet meer.

Oh ja en wil je weten of je een kletser of doener bent? Doe de test!

We worden niet serieus genomen! Maar we zijn erfwijs!

Het is alweer een poos geleden dat ik een blog schreef, iets weerhield me. Ook AI kon me niet helpen want iedere keer als ik begon kon ik de kern niet echt pakken. Maar het moet er nu toch maar uit! 

Al langer ben ik bezig met abstract en praktijk. Mensen uit de praktijk verbazen zich over hoe “slimme” mensen domme dingen doen. Slim tussen aanhalingstekens want hoog intellect of een academische studie staat niet gelijk aan slim want anders hadden we niet een uitdrukking Boeren Slimheid. In het Engels kennen ze Streetwise. Ik heb AI even gevraagd de overeenkomst tussen die 2 verder uit te werken en ik kan me er prima in vinden. 

OvereenkomstUitlegVoorbeeld
Praktische, ervaringsgedreven wijsheidBeide benadrukken slimheid die komt uit de praktijk en het leven zelf, niet uit school of theorie. Het gaat om ‘leren door doen’ en snel schakelen.Een streetwise iemand ontwijkt oplichters in de stad; een boerenslim iemand repareert een machine met touw en ducttape omdat dat werkt.
Overleven in tegenspoedHet draait om veerkracht en creatief omgaan met beperkingen of risico’s in een ‘harde’ omgeving – of dat nu de urban jungle is of het platteland.Beiden helpen je om tegenslagen te tackelen zonder luxe middelen: denk aan onderhandelen voor een betere deal op straat of bij een marktkoopman.
Nuchter en uitgeslapenGeen poespas of illusies; het is realistisch, soms een tikje cynisch, met een focus op wat écht telt (veiligheid, voordeel, efficiëntie).Zowel de streetwise kid die foute bendes ontloopt als de boer die een storm voorziet en zijn vee op tijd binnenhaalt.
Sociale navigatieBeide helpen bij het lezen van mensen en situaties: wie is betrouwbaar, hoe win je vertrouwen, hoe vermijd je valkuilen?In een complexe wereld vol interacties, zoals netwerken in de stad of onderhandelen met leveranciers op het land.
Universele toepasbaarheidZe transcenderen context: streetwise skills werken ook in rurale settings, en boerenslimheid helpt in de stad. Het is ‘folksy intelligence’ voor iedereen.Een immigrant die streetwise boerenslimheid inzet om een nieuw leven op te bouwen, waar ook ter wereld.

Nu is er iets aan de hand tussen mensen die hun hele leven alleen in de abstracties hebben geleefd en mensen die de praktische wereld hebben ervaren. Het is iets met taalgebruik. Ik kom er op toen ik een gesprek met Joris Luyendijk zag. Echt een aanrader kijk even vanaf 7:40 en dan tot 11:40 mag natuurlijk langer, maar kom dan wel weer terug want ik moet mijn punt nog maken.

Ik moest denken aan mijn gesprek met Jelle van Baardewijk wat heel erg (door de kijkers) werd gewaardeerd. Zelf had ik gelijk wel het gevoel dat Jelle me niet serieus nam. Dat kwam door zijn opmerking gelijk aan het begin. “maar het is ook  onderdeel van het theoretisch discours dat je je niet per se helemaal hoeft te mengen als persoon Je kan ook eh bij ideeën houden” Hoe die opmerking bedoeld was, weet ik niet (nog steeds niet) maar er werd wel even wat gemarkeerd. Verderop in het gesprek kreeg ik een compliment van Jelle: “je zegt eigenlijk hele verstandige dingen”.  Dank 🙂

Door de twee fragmenten over de vinkjes en het gesprek met Jelle is er bij mij wel iets ontstaan. Hoe goed je ook je best doet, academisch gevormden die niet uit een praktische omgeving komen nemen je niet serieus. En zelfs al ben je aangepast (beheers je het ABN, spreek je accentloos) dan hoeft er maar wat te gebeuren of je wordt niet meer serieus genomen. Een vriend van me noemde dat laatst: Mijn kinderen hebben beiden gymnasium en universiteit gedaan maar komen erop hun 30e achter dat ze altijd hebben neergekeken op HBO-ers. Nou dan hoeven we het over MBO-ers en anderen helemaal niet te hebben.

Die “niet universitair geschoolden” hebben andere dingen geleerd kijk maar naar bovenstaande tabel. Omgekeerd nemen die juist al die hoog geleerdheid niet serieus. Quote van mijn vader: “als ze poepen denken ze, dat ze niet stinken”.

Ja daar zit ik dan met mijn Gronings accent. Sinds een jaar weet ik dat ik bij een woord eindigend op “en” de n niet moet uitspreken. Nou lekker dan. Als Groninger slik ik de laatste e in en mag ik de n ook al niet meer zeggen wat blijft er over? Als ik het gesprek met Jelle terug kijk lukt me dat aardig. Maar toen ik de training van Stemacteur deed en bewust netjes moest prate lukte me dat steeds niet.

Terug naar mijn overpeinzing. Iemand met de 7 vinkjes van Joris Luyendijk weet dus niet beter. (zie voor een uitleg van de vinkjes hieronder)  En iemand die 6 vinkjes of minder heeft zal er vaak voor kiezen om zich vast te klampen aan de mensen met 7 vinkjes. Als ik Joris mag geloven is dat bijna een natuurlijk gegeven. Kinderen op het gymnasium of universiteit hebben zich over het algemeen binnen de kortste keren aangepast om ook er een vinkje bij te krijgen. 

OK we worden dus niet serieus genomen. Zelfs een tattoo, slorig kapsel (ik moet volgende week nodig naar de kapper) of accent zorgt ervoor dat je vaak gediscrimineerd wordt. Dat is veel vileiner dan gender of huidskleur. Wat we wel hebben is onze boerenslimheid en als we dat eens aanvullen met de achtergestelden in de steden, de mensen die Streetwise zijn komen we ergens. Misschien kunnen we een verschil maken. Want wij hebben geleerd om ons aan te passen in sommige gevallen zelfs om te overleven.  Dat hebben we van huis uit meegekragen of op straat geleerd. We zijn dus “Erfwijs¨. Iets voor de mensen met 6 of 7 vinkjes om te onhouden! We zijn vaak niet dom en zeggen “soms verstandige dingen”. Maar veel belangrijker nog we voelen in al onze vezels wanneer we niet serieus genomen worden.

Ik ga er graag over in gesprek, 7 vinkjes of niet maakt me niet uit. Bij deze de uitnodiging.

 

De zeven vinkjes op een rij

Hier een overzicht van de zeven kenmerken, zoals Luyendijk ze beschrijft:

VinkjeBeschrijving
1. Man zijnMannelijkheid biedt structurele voordelen in een patriarchale samenleving, zoals meer autoriteit en minder vooroordelen.
2. Wit zijnBlank zijn beschermt tegen racisme en geeft onbewuste voorkeur in banen, media en dagelijks leven.
3. Hetero zijnHeteroseksualiteit is de norm; LHBTQ+-personen ervaren vaak discriminatie of onveiligheid.
4. Hoogopgeleid zijnEen academische titel opent deuren naar topposities en netwerken.
5. Hoogopgeleide ouders hebbenEen ‘head start’ door cultureel kapitaal, connecties en verwachtingen thuis.
6. ABN-sprekend zijnAlgemeen Beschaafd Nederlands spreken (zonder accent) wordt geassocieerd met professionaliteit en betrouwbaarheid.
7. In de Randstad wonenWonen in de economische en culturele kern (Amsterdam, Rotterdam, etc.) geeft betere toegang tot banen, onderwijs en invloed.