Spring naar inhoud

Morgen is het stemmen. Voor het eerst voor de gemeenteraad van de nieuwe gemeente Westerkwartier. De overheid die het dichtst bij ons staat. Ik ben benieuwd wat dat voor ons gaat worden. De gemeenten Leek, Marum, Grootegast en Zuidhorn worden één. Alleen Grootegast en Marum hadden een lokale partij en in de nieuwe gemeente doen nu 2 lokale partijen mee. Landelijk gezien stemt gemiddeld een kwart op een lokale partij. Dat wordt dus opschuiven voor de andere partijen. De laatste jaren waren de VVD in Leek en het CDA in Zuidhorn en Grootegast dominant. Ze kunnen alleen maar verliezen. Ooit las ik eens dat de kwaliteiten die je moet hebben om wethouder te worden tegelijkertijd ongeschikt maakt om wethouder te zijn. Je moet je kwalificeren ten opzicht van anderen. Ben je eenmaal wethouder dan wordt verwacht dat je tussen de mensen staat.

 

De medewerkers van de gemeenten gaan vanaf 1 december al naar een nieuwe plek. Het zal allemaal erg wennen worden. Even weer zoeken wie je nu weer moet hebben voor wat. Ik was erg blij met mijn nieuwe gemeente Zuidhorn. Met lede ogen zie ik mijn oude dorpsgenoten in Zevenhuizen worstelen met de gemeente Leek. Het MFC leek dichtbij maar is inmiddels weer achter de horizon lijkt het wel. Hoe het ook kan, merk ik nu binnen de gemeente Zuidhorn. Ik hoop dat in de nieuwe gemeente ook het elan van Zuidhorn ontstaat. Maar ik hou mijn hart een beetje vast want zoals zo vaak gaan veel goede dingen verloren in een reorganisatie.

 

Ik heb een aantal reorganisaties meegemaakt toen ik in loondienst was. Leuk is het niet, een poos onzekerheid. Je krijgt nieuwe collega’s en misschien nog belangrijker een nieuwe chef of manager zoals dat tegenwoordig heet. Dat kan je werkvreugde maken en breken. Ik heb een top 3 managers gehad die tot op de dag van vandaag een voorbeeld voor me zijn geweest. Maar ik heb ook een all time low meegemaakt. Managers die mensen tot wanhoop dreven, die medewerkers opbranden. Managers met een compleet gebrek aan empathie, die gingen voor eigen gewin. Of alleen voor het bedrijfsresultaat omdat er een bonus aan verbonden was.

 

Jaren geleden mocht ik In mijn loondienst periode 17 jaar zelf manager zijn. Een leerzame periode. Het was een zoektocht naar wat mijn stijl van leidinggeven was. Één ding is me heel goed bijgebleven. Het is maatwerk. Het is mensenwerk waarbij een ieder anders benaderd moet worden. De een wat afremmen een ander een steuntje in de rug.

 

Ik hoop dat alle medewerkers in de nieuwe gemeente een manager krijgen die het maximale uit de medewerkers weet te halen. Met voldoende aandacht voor de persoon en in een veilige uitdagende werkomgeving. Daar hebben we als inwoners van de nieuwe gemeente het allermeest aan.

In mijn blog zoek ik altijd een voorval wat ik meemaak om het vervolgens breder te trekken en dan weer terug te komen op het voorval. Dat lukt niet zo vaak maar soms is een voorval te leuk om te negeren.

Het laatste weekend was weer de Tocht om de Noord. Een wandeltocht door Groningen. Deze keer stond het in het teken van “de Ploeg” een stroming van Groningse schilders. Langs de route stonden veel mensen mooie vergezichten te schilderen. Sommige schilders geconcentreerd, anderen lieten de wandelaars mee schilderen. De wandelaars waren zo bezig met het thema schilderen dat ze niet de "grote ploegen" van landbouwers zagen die speciaal langs de route waren opgesteld. Anderen zagen juist een kudde met schapen die gedekt waren (dus een kleurrijke kont hadden) als iets wat de organisatie zo had geregeld. Die mooie kleuren waren aangebracht door de ram die relaxed in het land lag na gedane arbeid. Hij was te herkennen aan het tuig met het krijtblok.

Het was leuk om de wandelaars te vertellen van die kleuren en de bedoeling. Zodra de ram een schaap dekt krijgt dat schaap door het krijtblok een gekeurde kont. Voor de boer het teken dat als het goed is gegaan het schaap na 5 maanden (min 5 dagen) lammeren krijgt. De boer verwisselt het krijtblok na 17 dagen door een andere kleur en als er met het dekken iets mis is gegaan onderneemt de ram een nieuwe poging. Voor de boer het teken dat de lammeren 17 dagen later komen. In veel gevallen is het in één keer raak.

Eigenlijk is het in de politiek net zo. Heb je eenmaal kleur bekend, dan ben je niet meer interessant. Niet voor niets wordt er veel aandacht besteed aan de zwevende kiezer. In Amerika is dat tot kunst verheven. Mensen waarvan bekend is wat ze kiezen, worden genegeerd. Daar wordt geen energie meer in gestoken. Net zoals de ram rustig lag. De meeste ooien hadden een kleurtje na gedane arbeid.

De gemeenteraadsverkiezingen komen eraan. Ik krijg voor het eerst de kans om op een lokale partij te stemmen. Mijn hart ligt bij de regio en bij coöperatief handelen. Partijen die sterk de vrije markt nastreven hebben niet mijn voorkeur. Dat heeft ons misschien wel welvaart gebracht maar het heeft ook veel collectief goeds afgebroken. De afgelopen dagen ben ik ondergedompeld in het coöperatieve gedachtegoed. Daar ligt mijn voorkeur, nu nog even uit puzzelen welke partij dat het sterkst in het programma heeft staan. Kon je dat maar zien op de rug van de kandidaten. Of ruiken zoals de ram dat kan bij bronstige ooien. Ik ga toch maar eens naar een lijsttrekkersdebat, sfeer proeven (of toch ook een beetje ruiken.)

Een goede vriendin van ons, Mary Alice Arthur, reist de wereld over als story activist. Ze is er van overtuigd dat een ander verhaal een andere wereld kan brengen. Want we leven allemaal een verhaal wat ons is verteld. Door onze ouders, de kerk, de school of vrienden. En raar maar waar ik lees steeds meer dat we een ander verhaal nodig hebben. We leven in een land waar het verhaal van Liberalisme vaak wordt verteld. Het verhaal van vrijheid van meningsuiting, het geloof in een vrije markt met beperkte overheidsregulering.

 

Daarvoor waren we een land waar het verhaal van christendom werd geleefd. Daarvan zijn er nog veel voorbeelden waar te nemen. Nog heel veel mensen leven gelukkig dat verhaal. Maar hand over hand gaan landen over naar het verhaal van de vrije markt en vrijheid van de mens. Dat alles heeft ons heel veel goeds gebracht. Beter onderwijs, beter gezondheidszorg, minder oorlog en meer economische welvaart. Tegelijkertijd zijn er ook schaduwkanten zichtbaar. Die openheid en vrije markt zorgt ook voor handige Harrie’s die er dankbaar gebruik van maken. En door die handige Harrie’s ontstaan er bedrijven die er voor zorgen dat ze toepassingen verzinnen die mensen gaan gebruiken. Voor dat gebruik vragen ze een stukje informatie van gebruikers. Dat stukje informatie geeft die bedrijven de mogelijkheid mensen te verleiden tot de aankoop van producten en diensten. Of ze verslaafd te maken aan social media en zo nog meer informatie over zichzelf vrij te geven. Maar het geeft ook (sommige) overheden de mogelijkheid mensen op een bepaalde manier te laten gedragen. China gaat daar heel ver in. Verkeerde uitingen op social media ontneemt chinezen de mogelijkheid om ver te reizen bijvoorbeeld.

 

We leven bijna allemaal het verhaal wat ons wordt verteld door die grote bedrijven of overheden. Het blijkt dat onze vrije wil helemaal niet zo vrij is. We zijn door de eeuwen heen gevormd door wat we als mensen hebben meegemaakt. Er zijn 2 boeken die daar prachtig over vertellen, Homo Sapiens en Homo Deus van de schrijver Yuval Noah Harari.  Op meerder plaatsen noemt hij dat we een ander verhaal nodig hebben. Dat is precies waar Mary Alice haar passie zit. Het veranderen van de wereld door een ander verhaal. Van 10 tot 30 september gaan 50 storytellers uit de wereld van storytelling aan de slag met die uitdaging. Ben je benieuwd naar deze actie? Ga dan naar www.storythefuture.com

Het verhaal van storytelling is een boeiende. Uiteindelijk is verhalen vertellen zo oud als de mensheid. Voor we konden schrijven, konden we al verhalen overbrengen.  Vooral reizigers kwamen met verhalen over andere regio’s en andere volken. Reizigers kregen dan ook volop de gelegenheid hun verhaal te vertellen die ze vaak uit 2e hand hadden of van horen  en zeggen.

 

Inmiddels is er een soort tweedeling ontstaan. Storytelling vanuit de verteller en daarnaast verhalen die je leeft. Het eerste gaat over: hoe vertel ik een verhaal, weet ik mensen te boeien, emoties over te brengen? Het andere storytelling gaat over het verhaal wat iemand heeft beleefd of geleefd. Want we leven een verhaal. We leven het verhaal waar we mee zijn opgevoed, de verhalen vanuit de bijbel of de koran, verhalen van je ouders of verhalen van de school.

 

Je leeft de verhalen waarvan je denkt dat ze juist zijn. Tot je opeens een verhaal hoort wat je aan het denken zet. Opeens zie je stukjes op de plaats vallen. Het verhaal verandert, je bent niet meer zo overtuigd. Er zijn voorbeelden genoeg. Vroeger draaide zon om de aarde tot het opeens duidelijk werd dat we om de zon draaien. Er zijn mensen die geloven in de vrije markt en oneindige groei. Inmiddels is een grote groep mensen daar niet meer van overtuigd. Toch worden economen daar nog steeds in geschoold. (als ik het goed heb begrepen).

 

Storytelling kent ook een kant, die vanuit de luisteraar. Want wat is een storyteller zonder iemand die er naar luistert? De luisteraar die vragen stelt en probeert te doorgronden wat het verhaal achter het verhaal is. Is dit het verhaal van horen zeggen of is dit het verhaal wat geleefd is. Is dit een verhaal wat bedacht is door een slimme marketeer om ons laten verlangen naar een product. Herkennen we de boodschap van “koop mijn product of dienst”?  

Een week geleden was Marleen Stkker te gast in Zomergasten en ze schetste 2 typen mensen: “De werkelijkheidsmens neemt de wereld zoals die is en gaat daarin optimaliseren, soms heel creatief en idealistisch. De mogelijkheidsmens kan zich daarentegen een wereld voorstellen die nog niet zichtbaar is. Hij kan de schaduw zien van dat wat nog niet is gebouwd.” De mogelijkheidsmens is dus ook in staat het verhaal dat we leven aan te passen. Geloven in de organische wereld waar groei stopt. Het verhaal van de succesvolle meent waar we met elkaar de verantwoordelijkheid nemen. Het verhaal van de tagedie van de markt. De markt die alles kapot maar wat je lief is. Op die markt (van oneindige groei) is een gulden geen cent meer waard.  

Gisteren verzeilde ik in een mooi gesprek. Het ging over snel internet op het platteland. Iemand had de noodoplossing van KPN, internetten met 4G. Nu bleek die persoon “veel” data te verbruiken. Dus kreeg hij het bericht dat hij nog een bundel bij moet kopen. In totaal kwam het nu op € 140,- begreep ik. Totale verontwaardiging. Ik moest er eigenlijk wel een beetje om lachen want het was iemand die dagelijks ook werkt in een omgeving die vergeven is van de vrije markt.

Gekscherend vertelde ik dat er in Visvliet ook geen weekmarkt is en dat we daarvoor naar Kollum moeten. Daar is een weekmarkt, daar is het mogelijk een beperkt aanbod te krijgen. Wil ik meer aanbod dan zal ik toch op pad moeten naar Groningen. Of ik moet genoegen nemen met het beperkte aanbod ik heb geen keus.

Het is allemaal de vrije markt. KPN levert op sommige adressen niet meer. De klant in kwestie vroeg de medewerker van de KPN of hij dat normaal vond. Nee was het antwoord maar als ik u was zou ik het doen want u hebt geen keus.

Allemaal “vrije markt”. Oftewel als er markt is komen er wel aanbieders. Is die er niet dan moeten klanten zelf op zoek. Op de fiets of in de auto (want openbaar vervoer is ook inmiddels van de markt). Voor snel Internet zelf aan de slag of gebruik maken van een beperkt aanbod. de 4G oplossing van KPN of wachten op het draadloze alternatief van Rodin opgezet met overheidsgeld. Oh ja misschien behoor je tot de gelukkigen die wel glasvezel krijgt. Heb je nu meer dan 30Mb/sec. Leer er maar mee te leven. Daar mag de overheid niet steunen.

Mijn advies. Op de fiets in de auto zelf aan de slag. Uitgaan van eigen kracht.

Het is al een poosje geleden dat ik geschreven heb over mijn ervaringen als klant. Gisteren had ik een ervaring die ik graag wil delen. Op doorreis stopte ik even in de stationsrestauratie in Groningen. Nu is dat niet meer een stationsrestauratie maar een Starbugs. De Amerikaanse keten waar gratis Wifi is en waar soms je naam op de beker geschreven wordt: één Cappuccino voor Jan Hoet riepen ze dan in het buitenland.

Gisteren gewoon een kop dus geen naam op de beker. Dat hoefde ook niet want er stond niemand te wachten. Het was rustig. Tot mijn grote verbazing riep de (jonge) gast achter de bar 1 Mocca knalde de kop op de bar draaide zich om en liep weg. Alsof ik niet bestond. Verkeerde keus dus om daar een kop koffie te halen.

Ze hebben het dan wel over de oppervlakkige manier in Amerika met How Are You? Zonder te willen weten hoe het met je gaat. Dit is nog een stuk erger gewoon of je niet bestaat. Het deed me denken aan die schets met de nummertjesautomaat waar één iemand in de rij staat en iemand de nummers oproept.

Nou ja... wachtrijen, altijd een bron van vermaak.

En opeens zit ik er weer middenin: “The commons”. Ik heb al veel vaker geschreven over de Meent en de over uitnutting van onze planeet. Ergens in 2007 hoorde ik Howard Rheingold in Groningen praten over “The tragedy of the commons”. (De tragedie van de Meent). Sinds die tijd blijft het begrip Meent me achtervolgen. Ik heb er presentaties over bekeken of Conferenties bijgewoond er een aantal keren een blog over geschreven en vaak het verhaal van de meent verteld.

Afgelopen week mocht ik te gast zijn bij de lancering van de hub FOCI (The Future Of Citizens Initiatives) bij de Universiteit van Utrecht. Ik was uitgenodigd door Tine de Moor. Tine was een poos geleden te zien in Tegenlicht over ons gemeengoed waar de "Tragedie van de Meent" ook aan de orde kwam. Samen met haar was ik te gast in Pakhuis de Zwijger. Het was een leuke bijeenkomst waar onderzoekers, ambtenaren en een handjevol mensen uit het bedrijfsleven stilstonden bij de toekomst van burgerinitiatieven. Een leuke middag die voor mijn gevoel gedomineerd werd door de zorg bij ambtenaren hoe die burgerinitiatieven zich moeten organiseren, hoe ze de kennis moeten overdragen hoe burgerinitiatieven zich kunnen versterken.

Bijna hilarisch om te zien dat de overheid zich zorgen maakt. Zorgen waarover? Of burgers het allemaal wel kunnen! Wel een beetje raar want als ambtenaren de deur uit gaan zijn ze weer gewoon burger. Die kennis is dus ook gewoon aan te wenden. Of is het zo dat ambtenaren na 5 uur opeens ook hun kennis en vaardigheden achter laten op kantoor. Blijkbaar is een ambtenaar alleen effectief als hij of zij in functie is. Een beetje met een knipoog natuurlijk want de maatschappij verandert, dat moet gevolgen hebben voor de overheid. Er kwamen suggesties naar voren om te onderzoeken hoe zelforganisatie en burgerinitiatieven kunnen leiden tot betere verdienmodellen. Verdienmodellen? In mijn ogen hebben burgerinitiatieven niet primair een relatie met een verdienmodel. Het lukte me niet om duidelijk te maken dat het 2 verschillende werelden zijn. Burgerinitiatief en verdienmodel. Maar misschien ben ik ook wel een beetje teveel van het collectieve.

Hoewel…. kan je daar ooit te veel van zijn?

Ooit namen we deel aan een workshop “The art of Commoning”. Commoning is een woord wat lastig te vertalen is. Samenleven is het niet echt. Samen Leven komt meer in de buurt. Het laat zich misschien wel het best omschrijven als de kunst om “samen te leven”. Hieronder een prachtige omschrijving in het engels. Het doet me denken aan het leven in een dorp. Je kunt er onderzoek naar doen. Maar om het echt te begrijpen moet je er gaan wonen en dan begin je het misschien te zien.

This requires a sensitive touch, an artistic flair and a deep attentiveness to the humanity of other human beings. This is the art of hosting:  an engagement with people as living, feeling, meaning-making creatures who care about fairness, imagination and fun.

Serious observers of the commons often approach it “from the outside,” as if it were an elaborate machine of cogs and pulleys.  But if you approach the commons from within its inner dimensions – how people relate to each other – you are forced to pay more attention to qualitative dimensions and capacities of human beings, including aesthetics, ethics and feelings. Personality and authenticity matter.

The art of commoning, then, is about the graceful, light-touch structuring of people’s distinctive energies, passions and imaginations as they interact in groups.  By modeling certain attitudes toward each other and the world, and by constructing a shared social norm, people learn to give the best of themselves while taking care of each other and their shared social and physical spaces. (citaat uit een blog van David Bollier)

Ik heb me ooit laten verleiden iets in de politiek te doen. We deden dat met een partij Vrij Mandaat. Dat is allemaal op niets uitgelopen maar als ik Thiery Baudet hoor dan verwoord hij (voor wat de verandering in de politiek betreft) aardig het standpunt wat we toen hadden. Geen consortia (Coalitie) vorming . Maar ieder mag zijn eigen standpunt handhaven en hoeft zich niet opofferen aan een partij besluit. Wat dat tot gevolg heeft zagen we bij het afschaffen van dividendbelasting. In andere opvattingen van Thiery kan ik me niet altijd vinden, maar ja dat mag tegenwoordig. Je hoeft niet meer in alles van één partij te geloven.
 
Mensen die me kennen weten dat ik van Bottom-up ben. Dus geen overheid die voor ons gaat denken maar zelf verantwoordelijkheid nemen voor de eigen omgeving. Natuurlijk hebben we een overheid nodig maar die laat zich voeden wat er leeft onder de bevolking. Steeds terug naar de basis. Onze overheden laten zich alleen nu vaak voeden door (grote) bedrijven. Zie ook mijn vorige blog Groot, Groter, Grootst.
 
Hoe werkt dat dan zo’n van onderaf beweging en tegelijkertijd provinciale, landelijke en Europese politiek. Dat kan nooit werken. Nou daar ben ik het niet mee eens. Ik zie soms provinciale en gemeentelijke politici die het precies begrijpen. Mee surfen op de van onderaf beweging. Het oor te luisteren leggen. Goed om weten te gaan met grote bedrijven, ze doorzien het spel maar blijven koers houden.  Wat een verschil met landelijke politiek die vaak lopen aan de leiband van het kapitalistisch grootbedrijf. Je ziet die politici ook snel na hun politieke loopbaan een topbaan accepteren in het bedrijfsleven.
 
We zijn allemaal gegrepen door het kapitalisme, Social Media, verslaving aan reizen (zondag Tegenlicht kijken) en de waan van koopgedrag, ook ik heb er last van. Maar als we echt in de greep zitten en er is geen ontsnappen wat moeten we dan doen? Er is een voorzichtige beweging aan het ontstaan in Europa onder de naam DiEM25 (Democracy in Europe Movement 2025). Ik werd op de beweging geattendeerd door “de Correspondent”. Ze willen de verbinding slaan tussen lokale bewegingen via provincies landelijk naar Europa. Hoe? daar hebben ze nog geen antwoord op eerst maar met elkaar het er over hebben. Daar liggen wel heel veel parallellen met waar ik mee bezig ben. Of het wat wordt? Ik weet het niet maar de oplossing zal van onderaf moeten komen. De afgelopen week ben ik weer afgehaakt bij een beweging die alleen maar door marketing willen groeien. Het ons inmiddels zo bekende fenomeen.
 
Wat mij betreft blijf ik verbonden met lokale initiatieven, probeer zo nu en dan mijn steentje op een hoger niveau bij te dragen maar altijd vanuit de overtuiging dat het begint in mijn eigen omgeving. Eigenlijk een beetje : Als je de wereld wil verbeteren begin dan bij jezelf". (en in je eigen omgeving).  

The Rich get richer. Er is een beweging aan de gang die maar niet te stoppen is. Het heeft te maken met oneindige groei. Nu is er met groei niets mis. Het is nu lente en de natuur laat ons zien dat groei goed is. Maar daar waar wij mensen soms denken dat dat altijd maar door kan gaan heeft de natuur een cyclus die laat zien dat na groei en bloei ook verval komt en afsterven. Het groter moeten worden heeft te maken met efficiëntie maar ook met de complexiteit van onze maatschappij. Er schieten me zo een aantal voorbeelden binnen waar de groei ook een schaduwkant heeft.

 

Winkelcentra

Centra van steden beginnen steeds meer op elkaar te lijken. De vierkante meters zijn eigenlijk alleen betaalbaar voor grote ketens met een bepaalde omvang. De kleinere winkels vind je vaak net buiten de kern. Ooit was ik fel tegen een ondernemersfonds die zich richtte op het versterken van het centrum. Het fonds kreeg geld uit het verhogen van de OZB en had tot doel het centrum aantrekkelijk te maken. Terwijl juist iedereen er aan mee moest betalen. Je sponsort als het ware de concurrentie. De foute gedachte die erachter zit is dat als het regent in de kern ook andere zaken er (iets) beter van worden: The trickle down economy.  Het idee dat de economische welvaart van de rijke bovenlaag uiteindelijk wel "doorsijpelt" naar de lagere klassen.

 

Scholen

Van kleine scholen wordt gezegd dat ze kwetsbaar zijn en eigenlijk alleen kunnen overleven door zich aan te sluiten bij een koepelorganisatie. Eenmaal onderdeel van zo’n koepel blijkt dat in verhouding de kleine school te klein is en wordt alsnog de kleine school gesloten. Maar tegelijkertijd verdwijnt ook een stuk betrokkenheid bij een school en zeker ook de zelfwerkzaamheid van ouders.

 

Duurzaamheid

Ooit hoorde ik van iemand betrokken bij Grunneger Power dat het alleen kan als het groot is. Op de schaal van de stad Groningen. Hij pleitte voor een gedegen businessplan. In dezelfde bijeenkomst was iemand uit Reduzum die zonder een gedegen plan een windmolen hadden neergezet en ook inmiddels alle daken van het dorp van zonnepanelen voorzien. Een heel duidelijk voorbeeld van kleinschalig pragmatisch handelen tegenover grootschalig denken. Natuurlijk helpen grote molens en zonneweiden meer dan al dat kleinschalige. Alleen trekt grootschalig ook andere mensen aan. Mensen die het eigenbelang voorop zetten. 

 

Steden

De trek naar de steden lijkt bijna niet te stoppen. Urbanisatie speelt over de hele wereld en dat is ook een logisch proces. Immers de kansen liggen daar waar veel mensen zijn. In een dorp ontmoet je minder mensen en de kans dat je daar iemand treft die je verder kan helpen op wat voor gebied ook, is veel kleiner. Het gevolg is dat juist (kleine) dorpen te maken hebben met krimp.  Voorzieningen verdwijnen en het vergrijst.

 

Internet

Op mijn eigen vak digitalisering speelt hetzelfde. Grotere aanbieders hebben Formule 1 in het pakket of de voetbalwedstrijden van de eredivisie. Kleine aanbieders kunnen hier nooit tegenop. Ook hier is er een beweging groot, groter, grootst.

Het alternatief is bottom up, de menselijke maat en samen. Dat gaat vaak gepaard met gedoe. Iedereen een stem geven is niet zo gemakkelijk. Geen wonder dat juist een krachtige leider zoveel mensen mee kan nemen. Steve Jobs, Elon Musk, Bill Gates brengen mensen in vervoering die vervolgens achter hun ideëen aan lopen. Maar tegelijkertijd zijn het mensen die gebruik (misbruik) maken van de gemeenschap. Onevenredig veel naar zichzelf en niet te vergeten een [W:vazal] toe harken.

Gaat dit nog lang door? Ik hoop het niet en er is hoop. Heel langzamerhand zie je dat de groep jongeren, die kiest voor een minder hectisch leven, groeit. Dorpen zijn zich aan het herpakken. Er is een toenemende belangstelling voor kleinschalig en lokaal. Natuurlijk helpt een discussie zoals de afgelopen periode over het afschaffen van de dividendbelasting enorm. Het wordt steeds zichtbaarder hoe grote bedrijven invloed uitoefenen en hoe ze de politiek in de macht hebben. Het is herfst aan het worden hoop ik. Ik hoop op een niet al te strenge winter en dan net als nu… een nieuwe start.

Gisteren stond het in het teken van de Commons. De VPRO Tegelicht Meetup in Pakhuis de Zwijger over “Ons Gemeengoed”. De uitzending sluit 100% aan bij waar ik dagelijks mee bezig ben: “De Coöperatieve gedachte”. Best wel een eer dat ik bij de meetup mijn verhaal mocht vertellen. Voor een zaal vol met mensen mocht ik vertellen over wat het met mensen doet als de overheid het aan de markt overlaat en de markt faalt.

 

Natuurlijk gaat het bij mij dan vaak over glasvezel. Ik kan me nog kwaad over worden als ik zie wat er in Groningen gebeurt. Adressen in het bevingsgebied die minder dan 30Mb/sec hebben krijgen een aanbod van een commerciële partij die ze 50Mb/sec of 100Mb/sec aanbiedt. Die commerciële partij heeft 10 Miljoen gekregen (hoeft niet terug) om adressen in het bevingsgebied te ontsluiten. Hoogstwaarschijnlijk draadloos en dat mag. Krijgen ze dus nog steeds een pisstraaltje. In Drenthe kunnen adressen 1000Mb/sec krijgen. Hoezo het bevingsgebied vooruit helpen.

 

Maar je zult maar 32M/sec hebben dan val je buiten de boot. Ik zag een reactie van iemand die dat overkwam. “en zo zitten we met de gebakken peren.... Wij zullen de komende jaren geen snel internet 'krijgen'. We zijn grijsgebied en de commerciele partij heeft besloten dat 30 mbpsgenoeg voor ons is. Wij zitten door eigen ingreep nu op 60 ( met koperdraadje) maar minimaal 100 (snel internet) zullen wij niet halen. Op de dijk wel in het dorp niet. Hierdoor liggen onze plannen stil, zitten gasten met vertraagd internet en heeft de overheid liggen slapen... “

 

En de rest van Groningen moet op het bevingsgebied wachten. Zelf doen is dus een optie. Niet gemakkelijk en dat zelf doen levert gedoe op. En dat is precies daar waar het om draait. Tine de Moor (hoogleraar sociale geschiedenis en expert op het gebied van burgercollectieven) was ook bij de meetup en ze is duidelijk:  “in de samenwerking met de overheid liggen kansen”. Ik kijk er iets anders tegenaan. Bij een Common gaat het niet alleen om consumeren maar er wordt ook iets verwacht van de deelnemers: inzet, geld of in ieder geval betrokkenheid. De overheid heeft vaak de neiging om drempels weg te nemen. Bijvoorbeeld bij een glasvezel initiatief hoeven mensen geen eigen inleg of extra maandbedrag te betalen. In mijn ogen zo fout als het maar enigszins kan. Zo kweek je consumentisme en geen betrokkenheid. Potentiële deelnemers merken geen verschil tussen consumeren en participeren. En er is wel degelijk een verschil.

 

In de uitzending gaat het ook over The Tragedy of the Commons, de tragedie van de Meent. De gemeenschappelijke weide die overbegraasd wordt omdat iedereen meer vee toelaat dan de meent kan verdragen. De economische mens zal altijd meer nemen dan strikt nodig. Wat een sneu wereldbeeld. Met vertrouwen en het stellen van regels kan het dus wel. Dat bewijzen commons als eeuwen er zijn nog veel voorbeelden in het buitenland. Ook in Nederland kennen we broodfondsen die over het algemeen goed draaien. Het succes van de Commons. Ja er zijn wat regels die je met elkaar moet afstemmen maar het kan wel. Ik zie het overal om me heen. Zorg er wel voor dat er geen “bestuurders” in je initiatief zitten zei iemand laatst tegen me. Dat is het begin van het eind. In mijn woorden mensen die anderen vertellen wat ze moeten doen zonder zelf een inspanning leveren anders dan dat ze kunnen “besturen”. Want dat kunnen ze zo goed en de volgende stap is dan dat ze een bonus willen omdat ze zo goed kunnen besturen. Brrrr.

En de overheid? Die kan meedoen alleen niet bepalen en dat is nu net wat er in Groningen is gebeurd. In de provincie Drenthe hebben ze dat begrepen. Hoewel ze daar ook nog soms denken dat participatie te vangen is in een project. Als iets me gisteren duidelijk is geworden. Particpatie en Commoning is een proces. Fantastisch om mee te maken. En ja soms is er gedoe. Is er falen maar dat doet de markt ook regelmatig.