
Vandaag hoorde ik dat er nog steeds mensen zijn die steevast een boks uitdelen in plaats van gewoon een hand te geven. Het deed me direct denken aan die Japanse soldaten die tientallen jaren na de Tweede Wereldoorlog uit het oerwoud kwamen lopen. Die mannen leefden nog in de heilige overtuiging dat er nog oorlog was. Nou, zo voelt het nu ook een beetje.
Inmiddels is allang bekend dat corona een besmetting door de lucht was. Maar voor mij gaat de handdruk veel dieper. Van oorsprong trad je iemand met een geopende rechterhand tegemoet om te laten zien: kijk, ik heb geen wapen bij me. Daarnaast zegt een handdruk iets over iemands karakter. Een ferme handdruk, of juist een heel zachte. Dat laatste is gebruikelijk bij oosterse volken als blijk van nederigheid. Ik zeg het nu misschien veel te kort door de bocht, maar alle Indonesiërs en Chinezen die ik in mijn leven de hand mocht drukken, gaven in onze ogen een “slap handje”. Maar er was tenminste wel contact.
In coronatijd is er een diepe scheiding in de maatschappij ontstaan. Anderhalve meter was de norm. Het lijkt wel alsof veel mensen dat nog steeds prima vinden. Nou, ik dus niet. Ik knuffel er weer rustig op los, met mannen én vrouwen. Ik heb er gelukkig een goede antenne voor wie dat prettig vindt en wie niet (hoop ik) . Bij die laatsten doe ik het uiteraard niet. We moeten simpelweg weer terug naar normaal menselijk contact.
Een paar weken geleden was ik aanwezig bij de laatste voorstelling Gronings Vuur. Aardig bedacht, maar op één onderdeel hebben ze de plank compleet misgeslagen. Dan heb je twee rondvaartboten vol met inwoners uit het Westerkwartier, en wat doe je dan? Je zet ze een koptelefoon op met vage geluiden. Nu ben ik misschien een cultuurbarbaar, maar hoe kun je in vredesnaam zoiets bedenken en geloven dat het de verbinding verbetert? Met een knipoog was het zelfs verboden om die koptelefoon af te zetten. Ach, het heeft de gemeenschap maar € 250.000 gekost. Waar praat ik over.
Wat me na afloop wél raakte, was een aantal jongeren dat eraan meewerkte. Ze moesten onbedaarlijk huilen omdat het voorbij was. Kijk, zij verbeeldden precies wat er gebeurt als je samen écht iets onderneemt en voelt dat het bijzonder is. Dat gevoel heb ik in mijn leven gelukkig ook een aantal keren mogen meemaken. Dat is de leefwereld in volle omvang. Iets om naar terug te verlangen.
Terug naar die boks. Ik heb mezelf beloofd dat ik zo’n aanbod niet meer ga beantwoorden. Als iemand geen fysiek contact wil, prima. Maar als je met zo’n gevechtsbeweging op me afkomt, dan ga ik het gesprek aan. Ik geef de voorkeur aan een handdruk, ferm of slap. Even écht contact. We komen uit een tijd waarin het woord ‘huidhonger’ niet voor niets ontstond; het diepe verlangen naar menselijke verbinding.
Zullen we daarom afspreken dat we met z’n allen ook al die afschuwelijke anderhalvemeterstickers uit de winkels weghalen? Ze herinneren ons alleen maar aan de kunstmatige scheiding en afstand die we hebben meegemaakt. Handen uit de zakken en weg met die troep.
Wat vind jij? Ben jij die boksen en stickers ook zo zat, of mis ik hier een belangrijk model? Ik lees je reactie graag in de comments.
Dit korte dorpsverhaal of deze actuele frustratie staat niet op zichzelf. Het zijn de bouwstenen van een groter probleem: onze doorgeslagen systeemwereld die de verbinding met de echte praktijk kwijt is.
Regelmatig bundel ik deze in een uitgebreidere maatschappelijke overdenking op mijn Substack. Gewoon nuchtere analyses over denkers, doeners en hoe we het gezonde verstand terugkrijgen.
Klik hier en abonneer je (gratis) op mijn Substack-verhalen zodat je misverstanden en kopvoeters voortaan direct herkent.













Soms tref ik een tekst die blijft plakken. De laatste was een posting van
Een nieuwe naam voor een oude partij: PRO. Als notoire dwarsligger heb ik meteen de neiging om een partij CON op te richten. Want alles wat progressief ons brengt, is meestal niet best.
UPDATE:
Gisteren hoorde ik iemand deze uitspraak doen waar ik eerst spontaan om moest lachen, maar toch bleef ’t plakken. Ik kan ’t niet loslaten. En als ik eerlijk ben, zie ik ’t overal om me heen. Ik zal een paar voorbeelden noemen.
We leven in een tijd waarin iedereen precies lijkt te weten wat er moet gebeuren, wat anderen moeten doen. Of het nu gaat om klimaatverandering, eenzaamheid in de buurt, of het opruimen van zwerfafval: de roep om actie is luid en duidelijk. Maar wie steekt er eigenlijk de handen uit de mouwen? Vaak blijft het bij praten, wijzen naar anderen, of – mijn persoonlijke favoriet – het oproepen tot vrijwilligers. Alsof vrijwilligers een magische groep mensen zijn die uit de lucht komen vallen, klaar om jouw briljante plan uit te voeren. Spoiler: zo werkt het niet.
De best gelezen blog van de laatste tijd gaat over “Waarom slimme mensen domme dingen doen”. De blogs daarna over de falende elite en de kloof tussen praktische wijsheid en theoretisch gevormd scoren ook hoog.
Jarenlang heb ik me neergezet in “het stille midden”, daar waar meningen elkaar ontmoeten en waar je kunt luisteren. Een ander te zien, te horen, maar lang niet altijd te begrijpen. En vaak moet ik denken aan mijn moeder die dan uitspraken had als: “Je moet maar zo denken, ze hebben niet meer verstand.”
Wat maakt dat mensen samen iets ondernemen? Een ideaal dat ze willen verwezenlijken: een betere wereld, schoner milieu, vrede, betere zorg, beter onderwijs, eigen gezondheid, een leuker dorp – vul maar aan. En tegenwoordig hoor je er al snel bij als je erover twittert of een podcast volgt die in lijn is met jouw idealen. Ik doe dat ook. En zo nu en dan hoor ik dat de volgers van zo’n kanaal “een gemeenschap vormen”. Dan breekt er bij mij iets. Een community, ja. Maar een gemeenschap? Nee. Ik leg het graag uit.
Fase 6: Valvast (deze blog is een vervolg op mijn vorige blog
Krijg ik net een telefoontje van een dorpsgenoot: of ik al subsidie heb aangevraagd voor een activiteit. De vraag sloot naadloos aan bij de kern van deze blog. Sterker nog: de titel had ik al klaar.
In mijn blog heb ik vaak geschreven over het failliet van het onderwijs. In plaats van kinderen uit te dagen het beste uit zichzelf te halen, zijn het fabrieken geworden waar kinderen in mallen worden geperst. Ze moeten voldoen aan een norm die regelmatig wordt getoetst. Ze worden van hun 5e tot hun 16e eraan blootgesteld. En als je beter in staat bent te voldoen aan de norm, ben je er nog 4 jaar aan onderworpen.
Mijn vader komt regelmatig voorbij in mijn verhalen. Bijzonder, want hij is al meer dan 45 jaar geleden overleden. Een paar weken geleden stond ik voor een zaal met zestig man te praten over gemeenschappen. Toen mijn verhaal klaar was, vroeg de dagvoorzitter: “Waar komt jouw drive vandaan?” Ik zei: “Mijn vader.” Zijn principe was simpel: als je een idee hebt, moet je ook bereid zijn het zelf uit te voeren.
Het is alweer een poos geleden dat ik een blog schreef, iets weerhield me. Ook AI kon me niet helpen want iedere keer als ik begon kon ik de kern niet echt pakken. Maar het moet er nu toch maar uit! 

Ik zag een podcast van “De Nieuwe Wereld”, met Jasper van Dijk, Ewald Engelen en Ad Verbrugge. Ze praten over de kloof tussen de elite en het gewone volk, en hoe politiek en media de “praktisch geschoolden” negeren. Eerder schreef al een blog over “
Zoals jullie weten, mijmer ik graag over waar de wereld naar toe gaat. Laatst kwam ik een video tegen over massapsychose – je weet wel, dat idee dat hele groepen mensen ineens losraken van de realiteit en meegaan in een collectieve waan. Voorbeelden uit het verleden zijn de heksenverbrandingen en de tulpenmanie. Het doet me denken aan die momenten waarop ik nu naar het nieuws kijk en denk: “Hoe kan dit? Waarom volgt iedereen dit zomaar?” Het voelt een beetje als die ongemakkelijke gedachte die je niet hardop durft te zeggen op een feestje. Maar goed, laten we er eens induiken. Want als wij niet praten over dit soort dingen, wie dan wel?
In een wereld die bulkt van de grote verhalen – klimaatverandering, geopolitieke spanningen, inclusiviteit en de Sustainable Development Goals (SDG’s) – lijkt het soms alsof we verdwalen in abstracte idealen. Deze ‘deugdoelen’ zijn nobel, maar vaak zo groot en ongrijpbaar dat ze ons een gevoel van machteloosheid kunnen geven zoals het water in een korf verplaatsen. Wat kun je als individu nou écht bijdragen aan zoiets als wereldvrede of een CO2-neutrale planeet? En is dat gevoel van onmacht terecht, of kunnen we onze energie beter richten op Real Human Goals – concrete, mensgerichte acties waar we zelf invloed op hebben?
Het zit er weer op: mijn 13e Vierdaagse van Nijmegen. Vier dagen wandelen met zo’n 45.000 andere deelnemers. Ieder jaar opnieuw een feest om er weer bij te mogen zijn. Het is een voorrecht dat ik het kan lopen – want dat is niet iedereen gegeven. In augustus moet ik weer voor de jaarlijkse check-up naar de huisarts, maar de Vierdaagse is voor mij ook altijd een mooie graadmeter: als ik deze loop haal, gaat het nog prima met me.
et lijkt alsof heel Nederland hoogopgeleid is. Zeker op LinkedIn lees je ronkende verhalen over onderzoeken, carrièreswitches, nieuwe banen en succesvolle innovaties. Ooit liep ik tussen al die bollebozen rond, en met een collega maakten we er grapjes over. Zoals: “Wil die Hut met weinig hersenactiviteit de zaal verlaten, zodat we het over belangrijke dingen kunnen hebben?”
Waarom we niet alleen voor de grote doelen moeten zorgen!
Ik heb me er wel vaker over verbaast hoe het kan dat op zich slimme mensen domme dingen doen. Zie ook een
Zoals de wind door de rietkragen waait, zo waait de kille wind van de economie door onze levens. En net als die wind soms een storm wordt die alles omverblaast, zo is de economie in haar huidige vorm een vernietigende kracht aan het worden. Een kracht die onze gemeenschapszin, onze collectieve kracht en uiteindelijk onze menselijkheid bedreigt.
Dat krijg je ervan. Commentaar leveren en aandacht vragen voor een onderwerp, en opeens krijg je de gelegenheid er meer over te vertellen. Over een onderwerp waar ik veel over heb gelezen en ook veel over heb ervaren: gemeenschap!
Gisteravond overkwam me iets leuks. We zaten ergens op het terras en er kwam een stel bij ons aan het tafeltje zitten. Het werd een genoegelijk gesprek, Hij Schots en zij Spaans. Het ging overal over en opeens zei ze tegen me: “You look clever to me”. Nu heeft nog nooit iemand tegen me gezegd. Ik moest gelijk lachten en daarop zei ze: You
Ken je dat gevoel? Je zit vol vertrouwen aan een simpele opdracht, en ineens… BAM! Je zit opeens vast. Je denkt dat je best slim bent, hoog opgeleid of misschien een indrukwekkend cv, maar toch lukt het je niet om een eenvoudige taak uit te voeren. Doet ondertussen een kind van vijf het moeiteloos kan doen. Hoe kan dat? Waarom struikelen slimme mensen soms over de simpelste dingen?
Op 
De Kloof tussen Theorie en Praktijk: Waarom Academische Beleidsvorming Soms Faalt
Waar ik ook kom, regelmatig zie ik nog restanten van de 1,5 meter regel, ingevoerd met de bedoeling om levens te redden. Hoewel de intentie nobel was, zijn de sociale, economische en psychologische gevolgen van deze maatregel verstrekkend en niet te negeren.
Als we denken aan gemeenschappen, zien we vaak groepen mensen die samenwerken en elkaar ondersteunen. Maar wat een gemeenschap écht tot leven brengt, is iets veel subtielers: intimiteit. Het gaat niet alleen om fysieke nabijheid, maar om een emotionele connectie, en ook het delen van kwetsbaarheid en het bouwen van vertrouwen.
Mijn blog gaat heel vaak over gemeenschappen. Dat fascineert me enorm. Juist in een tijd waar individualisering hand over hand toe neemt, zijn gemeenschappen in mijn ogen een gezond tegengif. Niet dat gemeenschappen heilig zijn juist niet. Want gemeenschappen kunnen ook erg knellen. Denk alleen maar aan sektes waar soms mensen letterlijk uit moeten ontsnappen.
Een beetje een vervolg op mijn vorige blog
Jaren geleden gebruikte ik eens bij toeval de kreet “je moet nooit slachtoffer worden van je eigen beleid.” Oftewel je hebt ooit iets besloten en achteraf blijkt het niet goed uit te pakken. Dan blijf je daar niet in hangen is vaak mijn advies. Dat is natuurlijk vrij aan iedereen om in de eigen misère te blijven zitten. Maar dat is niet wat ik zelf wil. In Nederland kennen we uitdrukkingen die daar ook op slaan. “Beter te halve gekeerd dan te hele gedwaald!” Of misschien nog actueler “Nood breekt wet!”
De Algemene Beschouwingen waren vorige week weer het jaarlijks politieke hoogtepunt in Den Haag. Wat deze editie echter bijzonder maakte, was het opvallende democratische karakter van het debat. De Kamer vertoonde zich meer dan ooit betrokken bij de vertegenwoordigers van de burgers. Er was ruimte voor echt inhoudelijke discussies. Het debat levendig, iets wat ons politieke landschap nodig had. Helaas leek een groot deel van de traditionele media dit volledig te missen.
Ik probeer iedere dag het nieuws te volgen, maar het wordt me soms allemaal te veel. Je zou er bang van worden. Soms lijkt het alsof de wereld gek geworden is. En al die gekkigheid komt gewoon je kamer binnen, iedere dag weer in overvloed.
En weer kreeg een stichting waar ik in zit een claim over beeldrecht van het ANP. Wat is het geval. In ons dorp was een nieuwjaarsbijeenkomst. Dit keer in de trend van “Even tot hier”. Een van de vragen was “Wie ook al weer de doventolk was tijdens corona”. Daarbij werd een plaatje getoond van de persconferentie. Van die avond is een verslag gemaakt en op de site van de stichting gezet. Daarbij veel foto’s van diverse onderwerpen dus ook een foto gemaakt door een vrijwilliger waarop een afbeelding van de corona persconferentie is te zien. Of we nu € 321,50 willen overmaken als schikking.
Rodin is failliet en Groningen zit met een verwoest digitaal landschap in het buitengebied en met een