Het moest er eens van komen. Jan en iets met politiek, want ik maak me druk om gemeenschappen en vooral hoe die steeds meer verdwijnen uit de samenleving. De politiek heeft daar (ongewild) een grote invloed op. Zeker als je kijkt naar de landelijke of provinciale politiek. Lokale politiek heeft in mijn ogen de grootste invloed op gemeenschappen.
Misschien is het goed dat ik uitleg wat ik onder gemeenschappen versta. Dat zijn groepen mensen die zich sterk maken voor iets wat gemeenschappelijk is. Dat kan bijvoorbeeld een dorp zijn, een wijk of een geloofsgemeenschap. Binnen zo’n gemeenschap is er een diversiteit van mensen: jong en oud, arm of rijk, theoretisch of juist praktisch opgeleid. En een gemeenschap heeft in mijn ogen altijd een geschiedenis. Men kent elkaar en elkaars sterktes en zwakten. Voor alle duidelijkheid: dat levert altijd gedoe op, maar juist door dat gedoe leert men elkaar waarderen. Iedereen heeft een rol en die kan ook veranderen naargelang het onderwerp verandert. Het is van buiten niet te doorgronden hoe het binnen een gemeenschap werkt.
Daar knelt het in mijn ogen vaak richting overheid. De overheid wil gemeenschappen ondersteunen en dat gaat vaak met een generieke aanpak. Net alsof ieder dorp of iedere buurt op dezelfde manier werkt – en dat is zeker nooit het geval. De wereld is intussen vergeven van dorpsondersteuners, leefbaarheidsadviseurs, kanteldenkers, buurtcoaches en vul maar aan. Als ik dan het profiel van zo iemand bekijk, zie ik vaak nergens dat ze zelf actief zijn in hun eigen omgeving. Raar natuurlijk, want ook al die ambtenaren en coaches zijn zelf burger en wonen ergens in een buurt. Maar als je nooit in een gemeenschap hebt geleefd, is het in mijn ogen bijna onmogelijk om een gemeenschap te ondersteunen. Het zijn allemaal trajecten met een eenduidige, projectmatige aanpak. Meer van hetzelfde dus. Terwijl geen dorp of wijk hetzelfde is. Nu zijn er projecten rond gebiedsgericht werken, maar ook daar zie je ondersteuners die vaak geen ervaring hebben als onderdeel van een gemeenschap.
Terug naar de politiek. In de gemeente waar ik woon hebben we twee lokale partijen, waarvan er één veruit de grootste is. Dat heeft als nadeel dat met die machtspositie veel doorgedrukt kan worden. Een echte oppositie is er niet; die is redelijk tandenloos. Alle lokale afdelingen van landelijke politieke partijen gedragen zich ook alsof ze in de Tweede Kamer zitten. Ik hoor daar hetzelfde jargon: “Jullie zijn aan het draaien” of “jullie hebben niet geleverd”. Mooi, maar binnen onze gemeente met 41 dorpen, waarvan er 25 minder dan 1000 inwoners hebben, zijn er nog veel gemeenschappen te vinden. Die zitten niet te wachten op beleid dat in beton gegoten is. Zie ook mijn eerdere blog over beleidbetongieterij (8 jaar geleden).
Hoe dan wel? Wat mij betreft een partij die de voelsprieten in alle geledingen van de gemeente heeft. Ideaaliter is ieder dorp vertegenwoordigd. In ieder geval staat de partij open voor alle signalen uit de diverse geledingen van de gemeente. Met dat in het achterhoofd heb ik me aangemeld bij Sterk Westerkwartier. Even nagevraagd bij AI en ja: in hun partijprogramma is veel te lezen over gemeenschappen en noaberschap. Wat me verder aanspreekt, is dat ze regelmatig polls plaatsen om te horen hoe inwoners denken over een bepaald onderwerp. Daarnaast zijn de fractievergaderingen openbaar. Hoe mooi kun je het hebben?
Ik sta dus op de lijst voor Sterk Westerkwartier (plaats 28), niet omdat ik ambities heb de politiek in te gaan, maar omdat hun programma me aanspreekt. Ik mocht met ze mee op pad gaan met een antieke bus naar verschillende dorpen in het gebied. We deden 25 dorpen aan, maar wat ook leuk was: de gesprekken in de bus. Daarin kreeg ik de bevestiging dat ik me prima thuis voel bij Sterk Westerkwartier.
Eigenlijk wil ik iedereen adviseren: stem lokaal.



