Menu Sluiten

Categorie: gemeenschap

Deugdoelen of mensgericht

In een wereld die bulkt van de grote verhalen – klimaatverandering, geopolitieke spanningen, inclusiviteit en de Sustainable Development Goals (SDG’s) – lijkt het soms alsof we verdwalen in abstracte idealen. Deze ‘deugdoelen’ zijn nobel, maar vaak zo groot en ongrijpbaar dat ze ons een gevoel van machteloosheid kunnen geven zoals het water in een korf verplaatsen. Wat kun je als individu nou écht bijdragen aan zoiets als wereldvrede of een CO2-neutrale planeet? En is dat gevoel van onmacht terecht, of kunnen we onze energie beter richten op Real Human Goals – concrete, mensgerichte acties waar we zelf invloed op hebben?

Deugdoelen: Groot, maar Veraf

De SDG’s van de Verenigde Naties, zoals armoedebestrijding, gendergelijkheid en klimaatactie, zijn indrukwekkende plannen. Ze geven richting aan overheden, bedrijven en organisaties wereldwijd. Maar laten we eerlijk zijn: als kan je er niets mee. Hoe draag jij bij aan ‘geen honger’ (SDG 2) als je dagelijks worstelt met je eigen boodschappenlijst? Hoe beïnvloed je ‘klimaatactie’ (SDG 13) als geopolitieke machten en grote bedrijven de toon zetten? En trouwens klimaat verandering tegenhouden is als Eb en Vloed willen tegenhouden.

Deze doelen zijn een ver-van-mijn-bed-show. Dat kan frustrerend zijn. Het risico? Dat we ons wentelen in goede bedoelingen – een herbruikbare koffiebeker hier, een donatie daar – zonder écht impact te maken. Of erger: dat we cynisch worden en denken dat het toch niets uitmaakt. Sterker nog ze pompen angst in de maatschappij alsof de wereld vergaat.

Echte Menselijke Doelen: Klein, maar Krachtig

Maar wat als we het omdraaien? Wat als we ons richten op Echte Menselijke Doelen – acties die dicht bij onszelf liggen, die mensgericht zijn en waar we wél controle over hebben? Denk aan het helpen van een buur, het delen van kennis, het opbouwen van een gemeenschap of het maken van bewuste keuzes in je dagelijks leven. Deze acties zijn misschien minder glamorous dan een mondiale klimaatconferentie, maar ze zijn tastbaar en direct.

Bijvoorbeeld:

  • Klimaat: In plaats van te stressen over mondiale CO2-uitstoot, kun je je eigen consumptie onder de loep nemen. Eet je lokaal en seizoensgebonden? Repareer je spullen in plaats van ze weg te gooien? Dit zijn kleine stappen, maar ze tellen op én geven je een gevoel van grip.

  • Inclusiviteit: In plaats van te debatteren over wereldwijde gelijkheid, kun je beginnen in je eigen kring. Luister je echt naar de mensen om je heen? Maak je ruimte voor anderen in je leven? Een inclusieve houding begint bij jezelf.

  • Geopolitiek: Wereldvrede is een prachtig ideaal, maar wat dacht je van vrede in je eigen omgeving? Een conflict met een collega of familielid oplossen met empathie is ook een vorm van vrede stichten.

De Balans: Idealen en Actie

Deugdoelen zoals de SDG’s zijn misschien waardevol als kompas, maar ze werken alleen als ze ons inspireren tot actie, niet als ze ons verlammen. Dan zaaien ze angst. Het is verleidelijk om te blijven hangen in abstracte discussies, eindeloos gesprekken over Geopolitiek volgen. Ik volg het alternatieve kanaal De Nieuwe Wereld maar knap er ook regelmatig op af. Wat een oeverloos geklets door theoretisch geschoolde mensen. Ze zijn een soort veiligheidventiel. Kijkers denken dat ze houvast hebben, dat ze het begrijpen. Maar ze worden ook apathisch.  Echte verandering begint bij wat je wél kunt doen, hoe klein ook. Een mensgerichte aanpak – focussen op wat je direct kunt beïnvloeden – geeft niet alleen resultaat, maar ook voldoening.

Dus, wat kies jij? Blijf je hangen in de grootsheid van deugdoelen, of zet je een stap naar Echte Menselijke Doelen? Misschien begint het met een gesprek, een kleine keuze, een moment van verbinding. Want uiteindelijk maken we de wereld niet beter door te dromen over perfectie, maar door te handelen met aandacht.

Ik werd geïnspireerd voor deze blog door www.realhumangoals.com en een artikel in www.deanderekrant.nl

Wat is jouw eerste stap? Laat het me weten in de reacties!

De Vierdaagse in verval

Het zit er weer op: mijn 13e Vierdaagse van Nijmegen. Vier dagen wandelen met zo’n 45.000 andere deelnemers. Ieder jaar opnieuw een feest om er weer bij te mogen zijn. Het is een voorrecht dat ik het kan lopen – want dat is niet iedereen gegeven. In augustus moet ik weer voor de jaarlijkse check-up naar de huisarts, maar de Vierdaagse is voor mij ook altijd een mooie graadmeter: als ik deze loop haal, gaat het nog prima met me.

Is het allemaal fantastisch?

Nou, nee. Je merkt dat de commercie de Vierdaagse steeds meer in haar greep krijgt. Even een kleine opsomming:

  • Het inschrijfgeld was in 2010 €49, nu is dat €115.

  • Koffie, thee en broodjes langs de route verdwijnen.

  • Alles moet ‘professioneel’: geluid, beveiligingscamera’s, reclamespandoeken langs de route.

  • Een blikje fris op de Wedren kost €5,50.

  • Het samen zingen met een dweilorkest is door Omroep Gelderland verdrongen door een DJ met vervangend gedreun.

Waarom loop je dan nog?

Goede vraag. Ondanks al dat geweld van markt en overheid (onder het mom van veiligheid) is er gelukkig nog veel gemeenschapszin te vinden. Tussen de lopers onderling, bij de mensen langs de kant. Straten vol standjes, waar families en vrienden zich vermaken – ieder met hun eigen muziekstijl. Maar het mooist zijn de straten met een thema, waar van begin tot eind dezelfde muziek klinkt. Daar zit iets achter: mensen die samen iets neerzetten, samen keuzes maken (en ongetwijfeld ook samen discussiëren over het muziekgenre). Gemeenschappen zijn nooit zonder gedoe. Maar voor iemand met een afwijking voor gemeenschapszin: heerlijk.

Hoezo ‘Vierdaagse in verval’?

Over het algemeen kun je stellen dat de individualisering ook bij de Vierdaagse heeft toegeslagen. Veel mensen lopen met oortjes in en sluiten zich af voor contact. Juist die ontmoetingen waren voor mij jaren geleden de reden om mee te doen – zeker nadat ik samen met mijn dochter meeliep.

Dat wat het leuk maakte, onderlingen contacten samen vierdaagse liedjes zingen, genieten van soldaten die elkaar met gezang opzweepten, het is er niet meer.

De kosten maken het ook steeds meer een elitair evenement. Een stel dat mee wil doen, is zo duizend euro kwijt. En met 47.000 inschrijvingen zijn we voorbij het maximum. Mijn wachttijd bij opstoppingen was flink – en daar wordt terecht over gemopperd. Het haalt de ontspanning uit het wandelen.

Marketing…

Vanuit marketingperspectief is het misschien een feest om erbij te zijn, maar ik zie vooral veel gemiste kansen. Een blikje fris van €5,50 zorgt er vanzelf voor dat mensen hun eigen spullen meenemen. Tegelijk hangen er posters door de stad: “Je bent een held als je aan de bar bestelt.”
Ze hebben volgens mij de marketing-P’s wat door elkaar gehaald. Voor mij is de belangrijkste P nog altijd die van Product. Beperk het aantal inschrijvingen tot 45.000. Stel de beleving van de wandelaar centraal.

Vroegere deelnemers kennen misschien nog de roep: “Met een banaan kun je er weer tegenaan – wie maakt me los?”
De dame die dat jarenlang riep, stond zelfs op twee vaste plekken op één dag: ze verplaatste zich met haar handel. Alleen: dit jaar was ze er niet. Jammer. Ik kon ervan genieten. Zoveel marketingpower zag ik zelden. Waar is ze gebleven?

En nu?

Volgend jaar ben ik er gewoon weer bij. Maar ik hoop dat bij de organisatie het wandelen weer centraal komt te staan. Gewoon terug naar het oude startsysteem, met meerdere momenten per leeftijdscategorie.

Al met al waren het vier geweldig leuke dagen die omgevlogen zijn.

Grote doelen… kleine daden!

Waarom we niet alleen voor de grote doelen moeten zorgen!

De laatste tijd merk ik iets dat me echt zorgen baart. Ik zie het dagelijks gebeuren: een groeiende blindheid voor de praktijk, voor de mensen om ons heen. Het lijkt alsof we vastzitten in grote ideeën en abstracte doelen, en daardoor de directe, menselijke problemen over het hoofd zien. Ik zag op linkedin ronkend verhaal dat begon met de tekst: Het is soms nauwelijks te verdragen. Verschrikkelijk om te zien hoe wetenschap in twijfel wordt getrokken. Verschrikkelijk om inclusiviteit ingewisseld te zien worden voor willekeur, seksisme, machismo, nihilisme. Verschrikkelijk om mee te maken hoe de rechtsstaat wordt uitgehold. Verschrikkelijk om te zien hoe in Gaza een genocide zonder harde tegenstand kan worden uitgevoerd. Verschrikkelijk om te zien hoe machtswellust zegeviert. ……
Vervolgens een analyse en het sloot af met de tekst “wie doet mee?” Vervolgens een hele hoop mensen die reageerde “ik doe mee”. Wat bij mij de vraag opriep: “wat gaan jullie dan doen?¨

Ik zie het gebeuren — en ik maak me er zorgen over.

Wat ik zelf merk, is dat we te ver af raken van de praktische problemen van de mensen in onze omgeving. We praten over oorlogen, klimaat, globalisering, en rechtvaardigheid, maar vergeten dat er in onze eigen straat of in onze familie mensen zijn die worstelen met alledaagse dingen: eenzaamheid, geldzorgen, problemen in de relatie. Ik zie dat steeds duidelijker, en dat maakt me bang.

Want als we te veel gericht zijn op grote idealen, raken we de praktische, menselijke kant kwijt. We worden blind voor de kleine, urgente problemen die zich in onze eigen omgeving voordoen. En dat vind ik zorgelijk — omdat ik weet dat echte verandering begint bij wat we dichtbij doen. Niet door erover te praten…. maar doen! Kleine dingen: boodschappen halen voor de buren die dat zelf niet kunnen. Of zoals vorige week zag in in ons dorp iemand die bij een oudere alleenstaande man de ramen waste.

En wat kunnen progressieven leren?

Ik ga even generaliseren. Progressieven zijn begaan met klimaat, inclusiviteit, Geopolitieke ontwikkelingen. Maar hé, ik wil jullie echt iets meegeven. Als progressieven, hebben jullie vaak grote idealen, en dat is belangrijk. Maar let op dat die idealen niet de praktijk gaan vervormen tot een soort abstracte missie. Blijf niet blind voor de mensen die naast jullie leven. Want de kracht van echte verandering zit niet alleen in grote verhalen, maar vooral in de kleine, menselijke daden.

Het is belangrijk dat jullie je blijven afvragen: “Hoe ziet mijn buurvrouw eruit? Wat hebben de mensen in mijn wijk/dorp echt nodig?” Zie ik die pakketbezorger wel echt, die na jouw pakket nog binnen het uur 12 andere adressen moet bezorgen? Want zonder die verbinding kunnen jullie grote doelen wel heel mooi klinken, maar blijven ze soms ver weg van de dagelijkse realiteit.

De rol van media en politiek

Wat ik ook zie, is dat in media en politiek vooral progressieve stemmen domineren. Daardoor krijgen andere geluiden weinig ruimte. Dat versterkt de blindheid voor de mensen die de maatschappij draaiende houden. Die mensen voelen zich niet gehoord, en dat maakt de samenleving minder evenwichtig. Dat is de echte reden voor de opkomst van PVV. En dan helpt het niet om af te geven op de vorm, om je afschuw er over uit te speken. Het helpt om contact te maken, in gesprek gaan is niet de oplossing dat is een ongelijke situatie. De praktisch geschoolde is niet bedreven in praten in abstracties. Die uit zich anders: Het is een klotenzooi, de rotzooitrappers van buitenlandse afkomst moeten ze het land uitflikkeren in plaats van met ze te theedrinken. Het domste wat een progressieveling kan doen is ze dom noemen want ze hebben vaak praktische wijsheid: Ervaring! Het zou goed zijn als ook mensen met praktische ervaring en andere stemmen meer zichtbaar worden. Alleen dan kunnen we samen bouwen aan een samenleving waarin niet alleen grote doelen tellen, maar ook de praktische en menselijke kanten. Oprechte waardering voor de mensen die zorgen dat er zaken voor elkaar komen en minder bewondering voor verbaal begaafde mensen. Want ooit met een beetje pech moet ook bij die intellectueel begaafde de kont afgeveegd worden of de luier verschoond.

Mijn persoonlijke zorg

Ik merk dat ik zelf ook soms die blindheid heb. Dat ik te veel nadenk over grote ideeën en daardoor de mensen in mijn omgeving niet altijd zie. Het is een voortdurende uitdaging om die balans te vinden: tussen denken en doen, tussen idealen en praktische hulp.

Want ik geloof dat echte verandering nooit in grote woorden zit, maar vooral in de kleine dingen die we dagelijks doen. In luisteren, helpen, en verbinden. Daar ligt volgens mij de kracht.

Dus mijn boodschap aan jullie, vooral de progressieven: blijf niet alleen in grote ideeën hangen. Kijk ook echt naar de mensen om je heen. Want echte verandering begint niet alleen in de wereld, maar vooral in onze eigen straat, in onze eigen levens. Laten we die balans bewaren, en samen bouwen aan een samenleving die niet alleen mooi klinkt in theorie, maar ook echt werkt.

Meer weten?

Ik zag een mooie uitzending bij Tegenlicht. Over de tegenstelling tussen progressief en conservatief. Het sluit mooi aan op 1 punt aan het eind na: Het gesprek met elkaar! Want als het gesprekken zijn met mensen die allemaal “Ik ook” riepen op de vraag:  “wie doet er mee?” Dan is het gewoon een nieuwe bubbel van abstracties die niets gaan oplossen.

De Tragiek van de Economie: Van Gemeenschapszin naar Individualisme.

Zoals de wind door de rietkragen waait, zo waait de kille wind van de economie door onze levens. En net als die wind soms een storm wordt die alles omverblaast, zo is de economie in haar huidige vorm een vernietigende kracht aan het worden. Een kracht die onze gemeenschapszin, onze collectieve kracht en uiteindelijk onze menselijkheid bedreigt.

Vroeger, in een tijd die veel van ons nauwelijks nog kunnen herinneren (en die onze kinderen al helemaal niet meer kennen), was er iets dat we Noaberschap (Commons in het Engels) noemen. Het was simpelweg het idee dat we samen sterker stonden. Dat we, door samen te werken, te delen en te zorgen voor gemeenschap (en de gemeenschappelijke goederen), een betere toekomst voor ons allemaal konden creëren.

Denk aan de watermolens die dorpen van energie voorzagen, aan de gemeenschappelijke weiden waar iedereen zijn vee kon laten grazen. Andere voorbeelden zijn: zadenbanken of de gezamenlijke zorg voor ouderen en zieken. Dit waren geen utopische dromen, maar de realiteit van het leven. Een realiteit gebaseerd op solidariteit, wederkerigheid en het besef dat onze individuele welvaart onlosmakelijk verbonden was met de welvaart van de gemeenschap. 

Maar toen kwam de economie. Niet de economie als een instrument om schaarste te beheren en welvaart te creëren, maar de ideologie van het economisch denken. De obsessie met groei, efficiëntie en winstmaximalisatie. De heilige graal van het Bruto Nationaal Product. Want het kan niet zijn dat we volgens die leer in gezamenlijkheid zaken beheren. Daar had men zelfs een uitdrukking voor “the tragedy of the commons”.  En in de schaduw van deze heilige graal, de economie, verdween de gemeenschapszin.

De commons werden overgenomen door de overheid of geprivatiseerd, gemeenschappelijke taken werden uitbesteed aan commerciële bedrijven, en solidariteit werd vervangen door individuele verantwoordelijkheid. “Red jezelf,” is het nieuwe credo. Of de kreet die ik verafschuw: “What’s in it for me””

Economische opleidingen  verhalen over de “tragedy of the commons”. Het idee dat een gemeenschappelijk goed, uiteindelijk uitgeput raakt omdat iedereen probeert er zoveel mogelijk voor zichzelf uit te halen. Maar wat we veel minder vaak horen, is de “tragedy of economics”.

De tragiek van de economie is het feit dat de obsessie met economische groei en individuele winst ten koste gaat van onze sociale cohesie. Het is de teloorgang van het collectief, de erosie van de solidariteit, de uitputting van onze sociale en ecologische reserves.

We zien het om ons heen:

  • De verarming van de publieke sector, omdat alles wat niet direct winstgevend is, wordt wegbezuinigd of uitbesteed.
  • De groeiende ongelijkheid, omdat de winsten naar de top vloeien en de lasten worden afgewenteld op de onderkant.
  • De vernietiging van het milieu, omdat de korte termijn winst belangrijker is dan de lange termijn duurzaamheid.
  • De toenemende individualisering, omdat we geleerd hebben om onszelf als individuele consumenten te zien in plaats van als onderdeel van een gemeenschap.

De tragedy of economics is geen abstract theoretisch concept. Het is de bittere realiteit van onze tijd de verloedering van onze wijken, de eenzaamheid van onze ouderen, de stress van onze kinderen, het slecht omgaan met het millieu.

Het is hoog tijd dat we de tragedy of economics aan het licht brengen. Dat we de ideologie van het economisch denken kritisch onder de loep nemen en alternatieven ontwikkelen die de gemeenschapszin, de solidariteit en de duurzaamheid centraal stellen.

Het is tijd om terug te keren naar Noaberschap, om de commons te herstellen en om onze menselijkheid te herwinnen. Het is tijd om te beseffen dat we samen sterker staan, dat onze individuele welvaart onlosmakelijk verbonden is met de welvaart van de gemeenschap. Sterker dat de toekomst van de mensheid afhangt van onze bereidheid om te delen, te zorgen en samen te werken. En het kan. We hebben voorbeelden te over, soms kleinschalig of onder de radar. Wikipedia, voedselbanken, Linux, Creative Commons, Land van ons of woongemeenschappen. Sommige misschien met nog een economische inslag maar de behoefte naar gemeenschap is er zeker.

Moge de wind van verandering waaien!

 

Denk mee over “gemeenschap”.

Dat krijg je ervan. Commentaar leveren en aandacht vragen voor een onderwerp, en opeens krijg je de gelegenheid er meer over te vertellen. Over een onderwerp waar ik veel over heb gelezen en ook veel over heb ervaren: gemeenschap!

Tot voor kort noemde ik het ‘gemeenschappen’, maar langzamerhand gaat het in mijn ogen niet om gemeenschappen, maar meer om gemeenschap. In het Engels ‘Commons’. Het is een begrip uit het verleden waar ik al veel over heb geschreven en waarover ik ook mocht meepraten in Pakhuis de Zwijger. Sinds die tijd is mijn beeld rijker geworden. Het is het ontastbare dat mensen bindt.

Wat is er gebeurd? Ik mocht bij het internetkanaal “De Nieuwe Wereld” komen praten over de kloof tussen theoretisch gevormde mensen en mensen met praktische ervaring. Het werd een leuk gesprek met Jelle van Baardewijk, waarnaar 28.000 mensen hebben gekeken. We kregen 940 likes en heel veel positieve reacties in de comments. Ik noemde daar al dat gemeenschappen mij boeien en dat ik er ook een boek over heb geschreven. Ik gaf ook aan dat ik daar graag eens over in gesprek wilde.

Die kans komt nu! Alleen niet via het alternatieve medium op internet, maar “real live” op 4 juli op het zomerevent van De Nieuwe Wereld. Het hoe en wat moet nog duidelijk worden. Het heeft de werktitel “Hoe bouw je gemeenschap e.d.” en ook “Praktisch denken / doenvermogen”. Mooi, want in beide titels staan werkwoorden en dat ga ik hopelijk ook proberen te verkennen. Het is een kleine zaal/tent waar maximaal 50 mensen in kunnen.

Komende week is David Bollier in Pakhuis de Zwijger en daarvoor heb ik me aangemeld om me verder te laten inspireren. Op dit moment lees ik zijn boek “Think like a commoner”. In mijn ogen is gemeenschap het tegengif tegen de overheid en de markt. Daar waar overheid en markt verschijnen, verdwijnt gemeenschap. Ik hoop op 4 juli met de zaal te verkennen waar we nog gemeenschap treffen en wat er nodig is om te voorkomen dat een initiatief wordt overgenomen door de overheid of, nog erger, door marktdenken.

Ik hoop de zaal maximaal te betrekken en vooral te inspireren en geïnspireerd te worden. De vorm waaraan ik nu zit te denken, is een korte inleiding, gevolgd door een vraag aan de aanwezigen om stil te staan bij hun eigen ervaringen met gemeenschap en gemeenschappen. En dan vooral verkennen hoe broze interacties van gelijkgezinden, of mensen die iets ongedefineerds samen hebben, opeens verdwijnen. Welke krachten veroorzaken dat? Zelf heb ik legio voorbeelden, maar ik hoop dit verder uit te diepen.

4 juli is voor mij spannend, maar ook inspirerend. Mocht je niet in de gelegenheid zijn om me dan te treffen, ik ben ook op 4 juni in Pakhuis de Zwijger. Maar natuurlijk ben ik altijd bereikbaar via www.janhut.nl. Ik heb al een korte video gemaakt via AI. Juist de andere kant van het spectrum als het gaat om gemeenschap. Daar wordt in een fragment van nog geen minuut uitgelegd wat er speelt met gemeenschappen.

 

Gemeenschappen en verandering

Bottom up

Gemeenschappen fascineren me enorm. Waarom? Ze spelen een cruciale rol in het vormgeven van sociale verandering. Van lokale initiatieven tot online groepen, gemeenschappen hebben de kracht om de wereld om ons heen te transformeren. In deze blog ga ik verkennen hoe gemeenschappen verandering stimuleren en welke impact ze kunnen hebben.

De kracht van verbondenheid

De verbondenheid binnen een gemeenschap kan niet worden onderschat. Wanneer individuen zich verenigen rond doelen of belangen, ontstaat er iets dat de potentie heeft om verandering teweeg te brengen. Of het nu gaat om een lokale activistische groep voor een dorpshuis of een online community die door middel van een petitie de politiek wil beïnvloeden.  De band die mensen hebben hoe los ook, is een drijvende kracht achter verandering. Ik heb het diverse keren meegemaakt. Misschien niet direct en soms is het de opmaat voor iets groters. Mensen in een gemeenschap voelen zich dan gesteund, “ik ben niet alleen”.

Lokale gemeenschappen en grassrootsbewegingen

Lokale gemeenschappen zijn vaak de voedingsbodem voor bewegingen van onderop die aanzienlijke impact hebben op de maatschappij. Of het nu gaat om het aanpakken van zwerfvuil, zorg organiseren in een dorp (zoals buurtzorg)  of andere maatschappelijke vraagstukken, de mobilisatie van burgers binnen een lokale gemeenschap kan leiden tot verandering op regionaal, nationaal, en zelfs mondiaal niveau.

Gemeenschappen en activisme

Met de opkomst van sociale media en online platforms hebben ook online gemeenschappen een steeds grotere invloed op sociale verandering. Ik ben een volger van diverse podcasts en naast dat daar veel onzin in de comments te lezen is, is het voor mij een bron van inspiratie. Zo kreeg ik een initiatief onder ogen die me aanspreekt. https://citizengo.org. Ik weet er nog te weinig van maar een aantal statements spreekt me aan. Vrijheid van meningsuitingen en vrijheid van vergaderen. (bijeenkomen). In Katwijk zagen we hoe vrijheid van meningsuiting (en demonstreren)  de vrijheid van vergaderen blokkeerde. 

Het belang van diversiteit binnen gemeenschappen

Een ander aspect dat bijdraagt aan de impact van gemeenschappen op verandering is de mate van diversiteit binnen gemeenschappen. Oppervlakkig is diversiteit binnen een gemeenschap de verschillen in sekse met alle varianten of huidskleur. In mijn ogen is dit veel te simpel. In mijn ogen is dat zo plat als een dubbeltje, een opgedrongen verhaal waar hordes mensen achteraanlopen met regenboogvlaggen. In mijn ogen gaat het veel verder dan dat. Het gaat om het hebben van leiders en dieners, mensen die hoog sensitief zijn, gezond boeren verstand, hoog theoretisch opgeleid of praktisch geschoold met veel ervaring. Mensen die de groep van binnenuit kennen of mensen met ervaring van buiten een gemeenschap. Wel moeten al de deelnemers respect hebben voor de gemeenschap en deel willen nemen. Mensen die alleen commentaar hebben worden vriendelijk uitgenodigd te vertrekken.  

Empowerment en solidariteit

Wanneer mensen zich gesteund voelen binnen een diverse gemeenschap, durven ze hun stem te laten horen en op te komen voor waar ze in geloven. Dit krachtenspel kan optreden binnen een familie, buurt, dorp, politieke partij, geloofsgemeenschap, land of zelfs wereldwijd. Kernwoord is dat er wordt geluisterd.

In essentie zijn gemeenschappen de hoeksteen van verandering. Of het nu lokaal of digitaal is, de verbondenheid en diversiteit binnen gemeenschappen dragen bij aan een maatschappij die in staat is om te evolueren en zich aan te passen aan nieuwe uitdagingen. De kracht van gemeenschappen om verandering te stimuleren is een essentieel onderdeel van een dynamische samenleving.

Verandering door gemeenschapszin het zal niet mijn laatste blog zijn over dit onderwerp.

 

Gemeenschappen, Emotie en Intimiteit: De Essentie van Menselijke Verbinding

Als we denken aan gemeenschappen, zien we vaak groepen mensen die samenwerken en elkaar ondersteunen. Maar wat een gemeenschap écht tot leven brengt, is iets veel subtielers: intimiteit. Het gaat niet alleen om fysieke nabijheid, maar om een emotionele connectie, en ook het delen van kwetsbaarheid en het bouwen van vertrouwen.

Wat is Intimiteit in een Gemeenschap?

Intimiteit in een gemeenschap draait om de kleine momenten die samen verhalen vormen. Het is het vermogen om echt contact te maken—of dat nu gebeurt in een dorpshuis, op een sportclub, of simpelweg tijdens een gesprek op straat. Daardoor ontstaat dat mensen de ruimte voelen om zichzelf te zijn en hun emoties te delen, zonder angst voor oordeel.

Voorbeeld: De koffie-ochtend

In een dorpshuis organiseert een vrijwilliger wekelijks een koffie-ochtend. Het is geen formeel gebeuren; mensen druppelen binnen, delen verhalen, lachen en genieten samen. Daardoor ontstaat tijdens deze ochtenden een sfeer van vertrouwen. Een alleenstaande ouder voelt zich gesteund, een oudere buur vindt gezelschap, en afgekeurd iemand heeft even vertier. Dit zijn geen spectaculaire momenten, maar ze creëren de intimiteit die een gemeenschap hechter maakt.

Emotie als Sleutel tot Intimiteit

Emoties verbinden mensen. Zowel gedeelde vreugde als gedeeld verdriet kan een gemeenschap versterken.

Voorbeeld: Een buurt die samen rouwt

In een kleine gemeenschap overlijdt een dorpsgenoot onverwachts. Zijn verlies raakt iedereen. Mensen zoeken elkaar op met verhalen over haar leven. Tijdens die bijeenkomst voelt iedereen een diepe verbondenheid. Het is de gedeelde pijn en de gezamenlijke steun die deze gemeenschap dichter bij elkaar brengt.

Voorbeeld: Samen vieren

Tijdens een dorpsfeest danst een divers gezelschap op de muziek. Jong en oud, mensen met verschillende achtergronden, lachen en genieten samen. Een spontane groepsfoto vangt het moment. Deze gedeelde vreugde, maakt een blijvende herinnering en verstevigt de onderlinge banden.

Hoe Intimiteit een Gemeenschap Versterkt

Wanneer intimiteit een plek krijgt in een gemeenschap, ontstaat er een veilige ruimte waarin mensen durven te zijn wie ze zijn. Dit kan leiden tot:

  • Diep begrip: Mensen leren elkaar écht kennen. Bijvoorbeeld wanneer een buurman met een beperking zijn verhaal deelt en zijn behoeften bespreekt tijdens een bijeenkomst.
  • Betrokkenheid: Intimiteit inspireert actie. Wanneer een moeder zich gehoord voelt over het gebrek aan speeltuinen in de buurt, ontstaat er een bewonersinitiatief om dit aan te pakken.
  • Veiligheid: In een buurt waar mensen elkaar vertrouwen, voelen kinderen zich veilig om buiten te spelen, en durven ouderen elkaar om hulp te vragen.

Het Risico van het Vermijden van Intimiteit

In gemeenschappen waar intimiteit ontbreekt, ontstaat een gevoel van eenzaamheid of vervreemding.

Voorbeeld: De ‘stille straat’

In een straat waar bewoners elkaar nauwelijks groeten, voelt iedereen zich op zichzelf aangewezen. Een nieuwe buurvrouw probeert contact te maken door een praatje te maken bij de brievenbus, maar krijgt alleen korte antwoorden. Er ontstaat geen verbinding. Het gevolg? Mensen blijven vreemden voor elkaar, en het potentieel voor een ondersteunende gemeenschap blijft onbenut.

Bouw aan Intimiteit, Bouw aan de Toekomst

Het creëren van intimiteit vraagt om bewuste acties en kleine gebaren.

  • Luister naar elkaar: Neem de tijd om echt te horen wat iemand zegt, of het nu gaat om een klacht of een succesverhaal.
  • Creëer ontmoetingsplekken: Een bankje in een park, een buurtbibliotheek, of een gezamenlijke tuin kan een plek worden waar intimiteit groeit.
  • Wees kwetsbaar: Deel iets persoonlijks, want kwetsbaarheid nodigt anderen uit om hetzelfde te doen.

Voorbeeld: Het delen van een verhaal

Tijdens een buurtbijeenkomst vertelt een inwoner hoe ze worstelde met eenzaamheid na haar verhuizing. Haar eerlijkheid raakt anderen en opent de deur voor meer verhalen. Binnen een paar maanden wordt ze actief betrokken bij meerdere buurtactiviteiten en groeit er een gevoel van thuis.

De Onzichtbare Draad

Intimiteit is de onzichtbare draad die gemeenschappen samenbindt. Het verbindt mensen niet alleen op praktisch niveau, maar ook in hun hart. Wanneer we ruimte maken voor intimiteit, ontstaat er een gemeenschap die niet alleen samenwerkt, maar ook samen voelt.

Laten we de tijd nemen voor die koffie-ochtenden, de gedeelde momenten, en de kleine gesprekken bij de voordeur. Daar, in de kern van menselijke interactie, ligt de kracht om gemeenschappen echt te laten bloeien.

Gemeenschappen

Mijn blog gaat heel vaak over gemeenschappen. Dat fascineert me enorm. Juist in een tijd waar individualisering hand over hand toe neemt, zijn gemeenschappen in mijn ogen een gezond tegengif. Niet dat gemeenschappen heilig zijn juist niet. Want gemeenschappen kunnen ook erg knellen. Denk alleen maar aan sektes waar soms mensen letterlijk uit moeten ontsnappen.

De vrijheid van het individu is een groot goed. Het kunnen worden wat je wilt, is tegenwoordig de heilige graal. Op zoek naar wie je bent en nog belangrijker wie je wilt zijn. En als dat allemaal niet lukt wacht de teleurstelling. Social media staan bol van de “geluksmomenten”. Soms zie ik mensen stralend een selfie nemen om vervolgens chagrijnig te kijken als dat moment voorbij is. Het levert mij gesprekken op bij de telefonische hulplijn waar ik vrijwilliger ben.  Eenzaamheid en “niet worden gezien” is daar een veel voorkomend onderwerp van gesprek.

Vaak vraag ik dan hoe iemand woont en of ze regelmatig mensen spreken. Dat is zelden het geval. Geen lid van een vereniging of kerk. Ik hoor wel regelmatig iemand die lid is van de sportschool. Maar dan wel een sportschool die 24 uur per dag open is en de deelnemers met oortjes in aan het sporten zijn. Eenzaamheid ontstaat vaak ook door ruzies waardoor families uit elkaar zijn gevallen. Corona heeft daar ook erg aan bijgedragen en omdat we niet meer mochten bijeen komen. Daardoor zijn veel verenigingen gestopt.

Verenigingen hebben moeite vrijwilligers te vinden. Voor een eenmalige actie lukt dat meestal nog wel maar iemand voor in het bestuur vinden is lastiger. Al jaren ben ik vrijwilliger in diverse besturen en merk ook dat het allemaal zakelijker wordt. Er is zelden ruimte voor de persoonlijke noot. Nu ben ik gezegend om in een klein dorp te wonen waar het nog overzichtelijk is. We hebben gelukkig nog tradities waar we elkaar ont-moeten. Bewust elkaar tegenkomen zonder dat we iets van elkaar moeten. 

Tradities brengen vaak mensen bij elkaar: Paasvuur, Carbit schieten, Straten volleybal, buurt BBQ, verjaardagvisite bij de buren, een toneelvoorstelling of Nieuwjaar revue in het dorpshuis. Kan je in deze gevallen spreken van een gemeenschap? In mijn ogen mist er nog iets om van een gemeenschap te spreken. Dat zou wel eens kunnen zitten in dat streepje in ont-moeten. Waarom ga ik naar de bijeenkomsten? Om te ontmoeten! Misschien juist omdat ik dat van mezelf moet. Omdat ik graag onderdeel wil zijn van iets, er bij willen horen. Zodra dat streepje verschijnt verdwijnt de gemeenschap. 

Natuurlijk is iedereen vrij om zich van alles niets aan te trekken. Gewoon naar een festival om met duizenden uit het dak te gaan. Extreem uitgedost in welke gendervorm dan ook. Helemaal jezelf kunnen zijn. Maar als dat het enige is dan mist er in mijn ogen iets. Waar wordt je “echt gezien en nog belangrijker gehoord?” Niet gezien door die bijzondere outfit maar gezien als mens onder die kleding. Of juist gehoord. Dat maakt het werken aan de telefonische hulplijn zo bijzonder. Gesprekken die soms erg persoonlijk zijn. Er is even contact, vertrouwelijk, anoniem, een intiem moment met ons beiden. Ergens las ik dat een gemeenschap ook iets intiems iets vertrouwelijks in zich heeft. Een mooie gedachte om in een volgende blog eens te gaan verkennen.

De ontwikkeling van Gemeenschappen in Landelijke Gebieden: Een Verhaal van Verbinding en Veerkracht

Het ontwikkelen van gemeenschappen in landelijke gebieden is een fascinerend proces dat diep geworteld is in de geschiedenis en cultuur van ons land. Het is een verhaal van veerkracht, samenwerking en innovatie dat zich blijft ontvouwen te midden van veranderende tijden en uitdagingen. Wat mij betreft een hoopvol gegeven.

In het hart van elk landelijk gebied liggen de gemeenschappen die het weefsel vormen van het sociale landschap. Deze gemeenschappen zijn vaak gebouwd op een fundament van gedeelde waarden, tradities en een sterke verbondenheid met het land. Maar net als de natuur zelf, zijn ook deze gemeenschappen onderhevig aan verandering en evolutie.

Een van de opvallendste trends in de ontwikkeling van landelijke gemeenschappen is de toenemende diversiteit. Vroeger waren homogene dorpsgemeenschappen de norm. Nu zien we nu een groeiende mix van mensen uit verschillende achtergronden en levensstijlen die zich in landelijke gebieden vestigen. Deze diversiteit brengt nieuwe perspectieven en ideeën met zich mee, en verrijkt het sociale weefsel van landelijke gemeenschappen.

Een ander belangrijk aspect van de ontwikkeling van landelijke gemeenschappen is de rol van technologie. Hoewel landelijke gebieden vaak worden geassocieerd met rust en traditie. Ze zijn ook steeds meer verbonden met de bredere wereld door middel van technologische vooruitgang. Internetverbindingen, mobiele communicatie en e-commerce hebben het mogelijk gemaakt voor mensen in landelijke gebieden om te profiteren van de voordelen van de digitale revolutie, zoals thuiswerken, online onderwijs en toegang tot wereldwijde markten.

Tegelijkertijd brengt deze toenemende verbondenheid ook uitdagingen met zich mee, zoals de dreiging van sociale isolatie en het verlies van traditionele ambachten en vaardigheden. Het is belangrijk voor landelijke gemeenschappen om een evenwicht te vinden tussen het omarmen van nieuwe technologieën en het behoud van de unieke cultuur en identiteit die hen maken.

Ten slotte is er de voortdurende uitdaging van economische ontwikkeling. Hoewel landelijke gebieden vaak worden geassocieerd met landbouw en traditionele ambachten, zijn ze ook steeds meer afhankelijk van andere sectoren, zoals toerisme, dienstverlening en technologie. Het is belangrijk voor landelijke gemeenschappen om een divers en veerkrachtig economisch ecosysteem te ontwikkelen dat hen in staat stelt om te gedijen te midden van veranderende economische omstandigheden.

Al met al is de ontwikkeling van landelijke gemeenschappen een dynamisch en complex proces. Het wordt gekenmerkt door een mix van traditie en innovatie, continuïteit en verandering. Terwijl deze gemeenschappen zich blijven aanpassen aan nieuwe uitdagingen en mogelijkheden. Het is essentieel dat ze vasthouden aan de kernwaarden die hen definiëren. Verbinden, gemeenschapszin, veerkracht en een diepgewortelde liefde voor het land.

 

 

 

Het Succes van de Commons

Gisteren stond het in het teken van de Commons. De VPRO Tegelicht Meetup in Pakhuis de Zwijger over “Ons Gemeengoed”. De uitzending sluit 100% aan bij waar ik dagelijks mee bezig ben: “De Coöperatieve gedachte”. Best wel een eer dat ik bij de meetup mijn verhaal mocht vertellen. Voor een zaal vol met mensen mocht ik vertellen over wat het met mensen doet als de overheid het aan de markt overlaat en de markt faalt.

 

Natuurlijk gaat het bij mij dan vaak over glasvezel. Ik kan me nog kwaad over worden als ik zie wat er in Groningen gebeurt. Adressen in het bevingsgebied die minder dan 30Mb/sec hebben krijgen een aanbod van een commerciële partij die ze 50Mb/sec of 100Mb/sec aanbiedt. Die commerciële partij heeft 10 Miljoen gekregen (hoeft niet terug) om adressen in het bevingsgebied te ontsluiten. Hoogstwaarschijnlijk draadloos en dat mag. Krijgen ze dus nog steeds een pisstraaltje. In Drenthe kunnen adressen 1000Mb/sec krijgen. Hoezo het bevingsgebied vooruit helpen.

 

Maar je zult maar 32M/sec hebben dan val je buiten de boot. Ik zag een reactie van iemand die dat overkwam. “en zo zitten we met de gebakken peren…. Wij zullen de komende jaren geen snel internet ‘krijgen’. We zijn grijsgebied en de commerciele partij heeft besloten dat 30 mbpsgenoeg voor ons is. Wij zitten door eigen ingreep nu op 60 ( met koperdraadje) maar minimaal 100 (snel internet) zullen wij niet halen. Op de dijk wel in het dorp niet. Hierdoor liggen onze plannen stil, zitten gasten met vertraagd internet en heeft de overheid liggen slapen… “

 

En de rest van Groningen moet op het bevingsgebied wachten. Zelf doen is dus een optie. Niet gemakkelijk en dat zelf doen levert gedoe op. En dat is precies daar waar het om draait. Tine de Moor (hoogleraar sociale geschiedenis en expert op het gebied van burgercollectieven) was ook bij de meetup en ze is duidelijk:  “in de samenwerking met de overheid liggen kansen”. Ik kijk er iets anders tegenaan. Bij een Common gaat het niet alleen om consumeren maar er wordt ook iets verwacht van de deelnemers: inzet, geld of in ieder geval betrokkenheid. De overheid heeft vaak de neiging om drempels weg te nemen. Bijvoorbeeld bij een glasvezel initiatief hoeven mensen geen eigen inleg of extra maandbedrag te betalen. In mijn ogen zo fout als het maar enigszins kan. Zo kweek je consumentisme en geen betrokkenheid. Potentiële deelnemers merken geen verschil tussen consumeren en participeren. En er is wel degelijk een verschil.

 

In de uitzending gaat het ook over The Tragedy of the Commons, de tragedie van de Meent. De gemeenschappelijke weide die overbegraasd wordt omdat iedereen meer vee toelaat dan de meent kan verdragen. De economische mens zal altijd meer nemen dan strikt nodig. Wat een sneu wereldbeeld. Met vertrouwen en het stellen van regels kan het dus wel. Dat bewijzen commons als eeuwen er zijn nog veel voorbeelden in het buitenland. Ook in Nederland kennen we broodfondsen die over het algemeen goed draaien. Het succes van de Commons. Ja er zijn wat regels die je met elkaar moet afstemmen maar het kan wel. Ik zie het overal om me heen. Zorg er wel voor dat er geen “bestuurders” in je initiatief zitten zei iemand laatst tegen me. Dat is het begin van het eind. In mijn woorden mensen die anderen vertellen wat ze moeten doen zonder zelf een inspanning leveren anders dan dat ze kunnen “besturen”. Want dat kunnen ze zo goed en de volgende stap is dan dat ze een bonus willen omdat ze zo goed kunnen besturen. Brrrr.

En de overheid? Die kan meedoen alleen niet bepalen en dat is nu net wat er in Groningen is gebeurd. In de provincie Drenthe hebben ze dat begrepen. Hoewel ze daar ook nog soms denken dat participatie te vangen is in een project. Als iets me gisteren duidelijk is geworden. Particpatie en Commoning is een proces. Fantastisch om mee te maken. En ja soms is er gedoe. Is er falen maar dat doet de markt ook regelmatig.

 

De coöperatieve gedachte

Om het simpel te houden deel ik de wereld voor mij vaak in 2 verschillende groepen mensen:

 

  • zij die uitgaan van de commerciële aanpak: het moet altijd iets opleveren. Winst, een groter aandeel. Return on investment. Daarbij horen kreten als What’s in it for me, Win-win, winstmaximalisatie,
  • Zij die uitgaan van de coöperatieve gedachte. Als je het samen doet, levert het  voor iedereen wat op. Je inzetten voor een groter geheel.

 

Mensen die me kennen weten dat ik een warm voorstander ben van het 2e. Inmiddels heb ik prachtige voorbeelden gezien van hoe het anders kan dan door geld gedreven dingen doen. We organiseren zo nu en dan een Meetup rond een VPRO Tegenlicht uitzending. Komende zondag gaat het over “ons gemeengoed”.

 

Het gaat dus over waar ik me dagelijks mee bezig hou. De overheid laat iets over aan de markt en de markt pakt het niet op. Dan gaan we het zelf doen. Ooit was dat gewoon in onze maatschappij maar dat zijn we allemaal verleerd. Hoewel…. tegenwoordig komen steeds meer mensen in actie rond energie zorg, onderwijs of mijn vakgebied snel internet.

 

Het belooft een prachtige uitzending te worden over burgers die zelf initiatief nemen en een overheid die daar niet goed mee kan omgaan.

 

Woensdag 5 april is er in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam een meet-up over de uitzending en ik ben uitgenodigd daar een bijdrage te leveren. Ik heb er nu al zin in. Dus allemaal zondag kijken of woensdag naar Amsterdam. OF over een paar week in Groningen want daar gaan we ook zelf een meetup houden over dit onderwerp.

 

Meewerken aan een gemeenschappelijk doel

Mensen die me kennen, weten dat ik me vaak inzet voor iets wat een groter geheel dient. In het bestuur van dorpsbelangen, in de kerkenraad, in het schoolbestuur, bestuur van het ICT Platform of in het bestuur van Breedband Westerkwartier.

Juist wat bijdraagt aan een mooiere wereld, dat boeit me. Soms kom je dan mensen tegen die juist gaan voor een gezonde businesscase. Op zoek naar een goed verdienmodel. Hoe kan ik er aan verdienen? What’s in it for me? Allemaal prima natuurlijk maar wat doe je als je niet het optimale krijgt. Je wordt er wel beter van alleen je hebt niet het ideale te pakken. Je levert iets in voor het grote geheel. Hoe gaat het als je er niet in mee gaat het hele feest niet door gaat?

 

Het lijkt een beetje op de vraagbundeling van glasvezel in het buitengebied. De internetsnelheid laat vaak te wensen over. Als iedereen meedoet in een coöperatief verband is het goed mogelijk zelf een glasvezelnetwerk aan te leggen. Het wordt op veel plaatsen gedaan in Nederland. Wekelijks sta ik voor bewoners van een regio die problemen ervaren met internet. Maar hoe overtuig je mensen die nog niet zo nodig hoeven, omdat ze het draadloos willen oplossen of tevreden zijn met de kabelaansluiting?

 

Ik zag een video van Air Blue een luchtvaartmaatschappij die 150 passagiers een gratis verzorgde vakantie aanbood naar een bestemming van hun keus. Er was alleen één maar. Ze moesten wel met elkaar dezelfde bestemming kiezen. Lukt het niet dan ging de reis niet door. Ze kregen de keus zolang het vliegtuig op kruishoogte vloog. Ze moesten de keus gemaakt hebben zodra de landing werd ingezet.

 

Het lukte, maar er moest wel behoorlijk overlegd worden. De bestemming werd Costa Rica. Best wel bijzonder. Hoe vaak kunnen wij niet tot een overeenstemming komen? Er zullen ongetwijfeld mensen tussen gezeten hebben die een andere bestemming gewild hadden.

 

Eigenlijk zou ik daar nog wel meer van willen weten. Hoe krijg je mensen samen achter een plan. Niet dat ik daar helemaal niets van weet. Je kunt het zelfs mijn vak noemen. Mensen achter een gemeenschappelijk iets krijgen. Het gaat vaak om een duidelijke behoefte / wens. Deelnemers moeten dezelfde behoefte voelen. Ze moeten kunnen overleggen en standpunten uitwisselen, elkaar overtuigen. Tot zover doen we het ook bij vraagbundeling trajecten. Het grote verschil is dat het mensen geld kost. Toch kan er in coöperatief verband de diensten aangeboden worden die even veel kosten of zelfs goedkoper zijn dan bij commerciële partijen. Het voordeel is dat niet 100% hoeft meedoen. 70% is vaak voldoende.

Niet iedereen voelt de behoefte een snelle internetverbinding te hebben, vaak is de noodzaak nog niet aanwezig. Best een uitdaging maar juist in kleine kernen lukt het steeds vaker om de benodigde percentages te halen. Met elkaar een eigen netwerk. Dat levert dan een positieve drive op. De afgelopen week ging bij mij in de buurt de schop in de grond voor de aanleg van een eigen glasvezelnetwerk. Een prachtig resultaat voor het project “de Kop Breed”. Ik hoop dat er nog veel zullen volgen.

 

Gemeenschapszin uitoefenen

comminingVorige week waren we bij een bijeenkomst: the Art of Commoning. Die titel laat zich lastig vertalen. En het bleef lang onduidelijk wat commoning eigenlijk is. Het is eerder een werkwoord dan een zelfstandig naamwoord. Ik weet dat het vaag klinkt  maar misschien is het met een voorbeeld uit te leggen. The commons waren in het verleden een gemeenschappelijke weide in een dorp. In het Nederlands heette het een Meent. Zo’n Meent was een gezamenlijke bezit en een gezamenlijke verantwoordelijkheid. In onze maatschappij en ons huidige denken maken we hier een taakverdeling voor. Jantje is verantwoordelijk voor het één, Pietje voor het ander en daar zien we dan ook goed op toe. Zo was dat vroeger niet. Iedereen droeg een steentje bij. Dat zijn we in onze maatschappij kwijt geraakt.

 

In sommige culturen is het nog wel ingeburgerd en mensen die daar leven kunnen vaak niet begrijpen waarom wij het zo anders regelen. Daar is het een goed gebruik dat iemand meer krijgt als hij of zij het harder nodig heeft. Of anders verwoord: iemand doet een grotere inspanning als hij of zij voelt dat dat nodig is. Gemeenschapszin uitoefenen dus

 

Vandaag ontmoette ik iemand die recentelijk in een vluchtelingen kamp was geweest met vluchtelingen uit Syrie. Hij had daar met iemand gesproken die in een tentje in een kamp woonde bij een boer op het erf. De persoon moest voor die plek iedere dag bij de boer aan het werk. Voordat hij vluchteling werd was de persoon in kwestie een notaris. De boer maakte zwaar misbruik van de situatie. Volledig voor de boer aan het werk voor een paar vierkante meter en een beetje water.

 

Blijkbaar is het uitbuiten van een situatie (het tegenovergestelde van commoning) iets wat er makkelijk in sluipt. Maar de vraag is: “hoe krijgen we het er weer uit”. Daar ging het vorige week over. De kunst van het uitoefenen van gemeenschapszin.

Iets waar we als maatschappij deze mee geconfronteerd worden. Want is een gemeenschap een dorp, een wijk, een stad, een land of de mensheid?

Samenwerken als musiceren

IMAG0618 (1)We hadden een leuke dag gisteren op ons dorp. Het was het 777CC Music Xperience ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van muziekvereniging Concordia. Ze mikten op 777 muzikanten die samen zouden spelen. Die waren er niet maar er waren wel een paar honderd die samen een stuk speelden waar de geschiedenis van ons dorp in was verwerkt. Zelf heb ik 14 jaar bij Concordia gespeeld en ik kreeg een aantal keren de vraag waarom ik niet mee deed. Daar heb ik wel aan getwijfeld maar  echt een goede muzikant was ik nooit. En als ik het zo hoorde was het een goede beslissing want het is jaren gelden dat ik speelde en om nou te gaan playbacken. Het was mooi piekevel. (kippenvel)

 

Toch kan ik me herinneren dat toen ik nog speelde het me heel vaak piekevel (kippenvel) gaf om een mooi stuk te spelen. Als ik nog weer opnames van het Wereldmuziek concours hoor waar ik 2 keer aan mocht meedoen voel ik mezelf daar weer lopen. Ook bij sommige koraalliederen brom ik nog graag de baspartij mee.

 

Wat maakt dat in mij los? Niet alleen de mooie klanken want soms is er wel eens iets niet helemaal zuiver maar juist het gevoel dat er een moment is dat mensen elkaar vinden in harmonie.  Hetzelfde gevoel om met 40.000 mensen Nijmegen te lopen. Of met een groep mensen bezig te zijn met dingen in het (leukste) dorp of de ontwikkeling van een regio. Dat samen muziek maken vraagt ook wel luisteren. Horen of je zelf zuiver speelt maar nog meer luisteren en jouw spelen aanpassen aan de rest. Weten wanneer je een solopartij hebt of wanneer je rust hebt. Natuurlijk staat de muziek op papier en er is een dirigent. Maar als er echt gemusiceerd wordt lijkt de rol van de dirigent niet meer dan het bijeenbrengen en aangeven wanneer er begonnen wordt en de maat slaan.  Maar meer nog, hij of zij weet waar de moeilijke stukken zijn en waar muzikanten even aandacht nodig hebben dat gebeurt door oogcontact. Of juist non verbaal een ingehouden of juist brede lach als een solo of voor een muzikant moeilijke deel goed uit de verf komt.

 

Wat is dan het begrip samenwerken een plat begrip. Het wordt in het bedrijfsleven vaak gebruikt om dingen met het hoofd op elkaar af te stemmen. Planningen en afspraken te maken die na een korte tijd al niet meer haalbaar zijn of de omstandigheden zijn veranderd. vervolgens moet er veel overlegd worden om dat uit te leggen en uit te zoeken. Maar het leven gaat door. Wat zou het mooi zijn als werken net als musiceren het naar elkaar luisteren is. Gewoon je ding doen maximaal luisteren naar anderen en erop vertrouwen dat de anderen ook een mooie uitvoering willen geven.

 

Ik zat ooit eens in een training waar het ging over managementstijlen. Aan het eind kregen we van de trainster een klein aandenken met een verhaaltje erbij. Ieder een eigen beeldje van een muzikant met een uitleg. Tot mijn grote verbazing kreeg ik een beeldje van een dirigent. Toen niet wetend waarom. Één ding is duidelijk ik ben geen muzikant. Dat was ik ooit wel en met heel veel plezier kijk en luister ik naar opnames van het Wereld muziek concours 1985 waarin we een eerste prijs wonnen. Het was een toptijd voor Concordia.

 

 

Nu voel ik me inderdaad meer een dirigent. Het bijeenbrengen van mensen, zorgen dat ergens aan begonnen wordt, de uitvoering zelf bemoei ik me niet veel mee. Even contact met iemand die dat nodig heeft, soms niet meer dan oogcontact. Oh ja en soms als het helemaal verkeerd gaat gewoon afslaan en het bespreken de draad weer oppakkend.

 

Pé Daalemmer en Rooie Rinus presenteerden de 777cc Experience en gaven na afloop een optreden. De stroom viel uit. Het mooiste wat er kon gebeuren. “Kom allemaal even dicht tegen het podium aan staan” was hun reactie. Het werd een fantastisch optreden. Veel interactie met het publiek, ook een paar keer waren ze de tekst kwijt maar dat bracht alleen maar meer sfeer. Wat hebben die twee genoten van het publiek en wij van hen. Het spatte eraf. En dat alles gewoon bij de bult bij ons op het dorp geen vaste voorzieningen gewoon een grasveld.

 

 

Gemeenschapszin en ontmoeting met de koning

Het schrijven aan deze weblog is altijd een mooi moment van bezinning. Het begon 9 jaar geleden als een soort dagboek maar langzamerhand gaat het steeds vaker over wat me bezig houdt, veel meer dan wat ik doe en beleef. De vorige weblog over Pinksteren en gemeenschapszin  is bij mij nog wel een poosje blijven hangen. Want er is voor mijn gevoel een beweging gaande die lang niet altijd zichtbaar is.

 

Zo nu en dan zijn er acties waarbij duidelijk wordt dat er ontastbare dingen zijn die mensen toch binden. Mooie voorbeelden zijn de straatfeesten of op iets grotere schaal dorpsfeesten. En nu zijn er weer verkiezingen van het leukste dorp van Groningen. Ruim 70 dorpen hebben zich weer aangemeld en daar gaat weer een stuk betrokkenheid van uit. De deelnemende dorpen krijgen vast dat gevoel weer. Trots zijn op je dorp en op het Groninger zijn. Als het Nederlands elftal speelt of Anouk zingt over vogels is dat gevoel bij veel mensen er ook. Voor veel mensen is dat een stukje van Nederlander zijn.

Komende dinsdag komt het koningspaar naar Leek en daar zijn we als finale dorpen van de verkiezing van het leukste dorp 2011 uitgenodigd om met 10 inwoners per dorp ons te presenteren. Wat een eer.  We mogen ons dorp promoten. Oei dat is wel wat lastig, promoten hoe / waarvoor? We hebben geen grootse dingen als een klooster, een oude kerk, eeuwenoude gebruiken of andere bijzonderheden.  Maar het weinige dat we hebben is elkaar. Of misschien beter: met elkaar hebben we een hoop. Zo gaan we ons ook maar presenteren. 10 mensen die trots zijn op ons dorp en het een reuze eer vinden de koning en koningin te ontmoeten.  We willen graag vertellen wat ons dorp bijzonder maakt. Dat we met elkaar verbonden zijn omdat we bij elkaar wonen en een aantal dingen delen. Wat is het dan mooi om een de gelegenheid te hebben te spreken de Koning en Koningin. Met mensen die door geboorte de opdracht hebben symbool te staan voor die verbondenheid. En als ik het vraaggesprek op TV goed heb begrepen voelen ze dat ook zo en willen ze dat ook zo gaan invullen. Ik hoop dat ze even bij ons blijven staan om het daar met mijn dorpsgenoten over te hebben. De 10 mensen die in Leek  zijn, hebben zich ingezet voor de verkiezing van het leukste dorp. Daar waren ze absoluut niet uniek in dat waren er heel erg veel. We moesten 10 namen opgeven en deze mensen hebben zich op de achtergrond verdienstelijk gemaakt. En wat vinden ze het leuk de Koning en Koningin te ontmoeten.  

Pinksteren en gemeenschapszin

 

Als er iets van toepassing is op deze tijd van toenemende gemeenschapszin dan is het wel Pinksteren. De somberen zullen eerder denken aan het eind der tijden. En misschien is er ook wel een relatie tussen die twee.

 

De afgelopen week was ik bij een bijeenkomst over leiderschap en daar kregen we het over “geld”. Het geld, zoals wij het kennen, is naast een ruilmiddel ook een bron van een failliet systeem omdat we rente heffen. Immers je kunt wel geld lenen maar daar moeten je rente over betalen. Dus je moet meer verdienen dan het geld wat je hebt geleend. Dat kan alleen maar doorgaan als je uit gaat van oneindige groei. Dat gaat dus niet goed. Dat zien we om ons heen gebeuren. Ja bij de allerrijksten die slim zijn groeit het nog wel ten koste van de minder welgestelden. Niet voor niets dat in sommig samenlevingen het heffen van rente verboden is. In de Middeleeuwen was het christenen ook verboden rente te heffen. We zitten nu (nog wel) in dat scheefgegroeide systeem waar heel veel schulden uitstaan die op te vragen zijn door een relatief kleine groep super rijken.

 

Nu is er over de wereld een beweging gaande die dit ook zo voelt en overal is het te zien dat mensen niet langer in dat systeem geloven. Dan gaat het niet alleen over geld maar ook over energie, grondstoffen of misschien nog wat minder tastbaar de afkeer van het individualisme. Overal ontstaan er positief gestemde gemeenschappen rond thema’s. Soms uit nood geboren soms uit idealisme. Je ziet het bij het toenemen van coöperaties, de ruil beweging, Urban farming, hergebruik van goederen, repaircafé’s. Natuurlijk ligt er ook een relatie naar de Arabische lente. Hoewel daar ook een verwevenheid is met geld en macht. Dat maakt het wel erg onduidelijk wie wat doet en welke belangen er spelen.

 

Terug naar onze eigen omgeving. Het is zonneklaar dat overal kleine bewegingen gaande zijn. Dat zagen we ook tijdens onze reis naar Oostenrijk. Mooi om te zien dat overal in Europa men bezig is met dezelfde dingen. Overal zie de kleine bewegingen ontstaan. Los van alle economische misère. Kijken of we samen een betere leefomgeving kunnen maken. Duna Vison doet dat op hun manier, op het Hoogeland, In Schotland, Polen, Oostenrijk en Duitsland. Wereldwijd is er de beweging van Cultural Creatives. Je hoeft je er maar even in te verdiepen of je komt het tegen. Allemaal bezig met min of meer dezelfde dingen.

 

En dan is er wel een heel grote overeenkomst met Pinksteren en de uitstorting van de heilige geest: De menigte liep te hoop en verbaasde zich, want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken. Ze vragen, buiten zichzelf van verwondering: zijn zij niet allemaal Galileeërs? Hoe kan het dan dat wij hen horen een ieder in onze eigen taal, waarin wij geboren zijn? Parten, Meden, Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kapadocië, Pontus, Asia, Frygië en Pamfylië, Egypte en de streken van Libië bij Cyrene, en hier verblijvende Romeinen, zowel Joden als Jodengenoten, Kretenzen en Arabieren: wij horen hen in onze eigen taal van de grote daden Gods spreken. En zij waren allen buiten zichzelf en geheel met de zaak verlegen, en zij zeiden tot elkaar: Wat betekent dit toch? Maar sommigen zeiden spottend: ‘Ze zullen wel dronken zijn!’

Handelingen 2:6-13

En of het nu gaat over een dorpstuin, (dus niet een volkstuin met ieder een eigen stukje maar een tuin voor het dorp), een dorpshuis, een streekmarkt, een bijeenkomst over de regio, maar ook de nieuwe kerkgemeenschappen die overal ontstaan. Één ding is duidelijk de gemeenschap groeit, ieder in hun eigen taal maar als je goed luistert spreken ze allemaal hun eigen taal maar toch zijn ze prima “te verstaan”.

 

En over het eind der tijden? Van die tijd zal niemand weten. Het lijkt mij niet goed om vanuit die angst te leven maar meer vanuit het positieve. Waarom? Ja waarom eigenlijk. Die vraag kwam ook in Oostenrijk voorbij en 7 juni mag ik op een bijeenkomst vertellen waarom ik de dingen doe die ik doe. Niet wat of hoe maar waarom…. !Eigenlijk een vraag voor ons allen. Waarom zou ik iets doen of laten?

 

Goede Pinksterdagen!

 

<

Samenwerken: een vak apart

Wat doen al die mensen daar dan?

Ik heb mijn moeder al vaker geciteerd in mijn blogs. Afgelopen week kwam ze ook in een paar gesprekken ter sprake. Ooit reden we samen over de ringweg van Amsterdam, langs al die hoge kantoorgebouwen. Ze keek en vroeg:
“Maar wat doen al die mensen daar dan?”

Opeens zag ik het door haar ogen. Mijn moeder is geboren in een tijd waarin je werk zichtbaar was. De bakker bakte brood. De boer werkte op het land. De postbode bracht de post. Maar wat doet iemand in een kantoortoren?

Die vraag blijft mij bij, vooral nu de wereld van werk zo verandert is. De industriële dienstverlening kwam pas later op. En als je daar nooit hebt gewerkt, is het lastig dat je er iets bij voor te stellen.

Zolang het werk duidelijk is – iedereen weet wat er moet gebeuren – lijkt het op hoe het vroeger ging. Een soort moderne arbeider. Maar het wordt ingewikkelder als een bedrijf verandert voortdurend, innoveert en nieuwe diensten ontwikkelt. Neem KPN als voorbeeld.

Vorige week werd mijn moeder gebeld met de vraag of ze een nieuwe dienst wilde afnemen. Ze zei van niet. Toch kregen ze een paar dagen later een brief waarin stond dat ze de dienst hadden aangevraagd. Kort daarna werd ze nog niet gebeld met de mededeling dat ze de dienst weer zouden uitzetten. En weer een paar dagen later kreeg ze een bevestiging dat de dienst werd geactiveerd.

Ze vragen of ik erachteraan wilde bellen.

Ik moest vier keer bellen voordat ik door het voice-responsesysteem kwam. Toen ik eindelijk iemand aan de lijn kreeg en mijn verhaalakte, werd bevestigd dat alles bij het oude zou blijven. Als goedmakertje boden ze een bloemetje aan. Met één klik was het geregeld. Ook het afhandelen van klachten is aanwezig. De medewerker kon zelfs al zien dat het bloemetje dinsdag bezorgd wordt.

Toevallig is het dinsdag Rodermarkt, dus ik ben benieuwd of het goed komt.

Samenwerken is geen vanzelfsprekendheid

Achter zo’n simpele bloemetjesactie gaat een wereld van samenwerking schuil. Er moeten afspraken worden gemaakt met bloemisten, of met een organisatie als Fleurop. Er moet een e-mail worden gestuurd of – nog een constructie – een digitale koppeling worden gebouwd. Maar hoe ziet de koppeling eruit? Welke systemen sluiten aan? Wie beslist erover?

Er moet overlegd worden. En dat gebeurt onder tijdsdruk. Projectgroepen moeten samenwerken, ook al heb je niet altijd voor het zeggen wie er in de groep zit. Laatst zei een stagiair:
“Dan zegt de baas toch gewoon dat het moet?” 
Zo simpel is het niet. Mensen doen niet automatisch wat het bedrijf van ze verlangt. Soms door slechte leiding, botsende karakters, onduidelijke opdrachten of gebrek aan kennis.

Soms verbaas ik me erover dat het überhaupt nog lukt om binnen een grote organisatie dingen voor elkaar te krijgen.

En dat is misschien wel het antwoord op de vraag van mijn moeder:
“Wat doen al die mensen daar dan?”
Ze proberen samen te werken.

De kracht van kleine bedrijven

In kleine bedrijven is samenwerken eerder een vanzelfsprekendheid dan een uitdaging. Je hebt elkaar nodig. Veel kennis ligt buiten de eigen organisatie. Het mooie is: je kunt je partners zelf kiezen. Vaak op basis van eerdere ervaringen of via je netwerk. Tegenwoordig zelfs wereldwijd.

Ik kom steeds meer mensen tegen die daarom voor zichzelf beginnen. Niet vanwege de zekerheid, maar juist vanwege de vrijheid om met goede mensen samen te werken. De frustratie in grote organisaties – onwillige of onbekwame collega’s, toenemende werkdruk – is voor veel mensen een reden om het anders te willen.

Samenwerken, maar dan digitaal

komen Gelukkig komen er steeds meer tools om de samenwerking te ondersteunen. Ondertussen Google een nieuwe tool: Google Presentaties . Een soort PowerPoint, maar dan online — met de mogelijkheid om te chatten via G-talk.

Aanstaande donderdag is er weer een bijeenkomst van het ICT Platform. De presentatie is bijna klaar. De laatste situatie doen we waarschijnlijk gewoon online.