Menu Sluiten

Maand: februari 2026

Ideologie leidt soms tot idioterie

Gisteren hoorde ik iemand deze uitspraak doen waar ik eerst spontaan om moest lachen, maar toch bleef ’t plakken. Ik kan ’t niet loslaten. En als ik eerlijk ben, zie ik ’t overal om me heen. Ik zal een paar voorbeelden noemen.

De ideologie dat we goed op de aarde moeten passen. Ben ik het helemaal mee eens, we hebben er maar één. Maar als je uit ideologie de aarde wil redden tegen klimaatverandering en 28 miljard je wil uitgeven voor 0,000036 °C daling, dan is dat complete idioterie. Klimaatverandering is van alle tijden. Het is warmer en kouder geweest op de aarde, maar ook veel warmer. Dat de mens de veroorzaker is van klimaatverandering is nog maar de vraag. Ja, er is consensus onder een grote groep wetenschappers, maar er zijn ook wetenschappers die er anders over denken. Consensus is nog geen bewijs.

Opkomen voor de zwakkere. Natuurlijk, dat gaat me aan het hart. Mensen die niet mee kunnen komen helpen en respect voor andersdenkenden. Maar zodra we bestookt worden met uitingen om mensen anders te gaan noemen, genderneutrale toiletten, in iedere film een transgender anders krijgt de producent geen subsidie, dan zijn we aan het afdrijven. Of die regenboog vlaggen op overheidsgebouwen, universiteiten en hogescholen. Het mag van mij, maar in mijn ogen is ’t ook idioterie.

Duurzaamheid, alles moet elektrisch — het vakgebied waar ik een beetje van weet. Ga zitten rekenen en je komt erachter: het kan gewoon niet. Alle vervoer elektrisch, vrachtauto’s, kranen, baggerschepen. Ik heb ’t allemaal voorbij zien komen. Waar willen ze die baggerschepen en kranen opladen? Lang niet overal zijn laadpalen en zeker niet die om zwaar materieel op te laden.

De zonnepanelen-gekheid. Vanuit de ideologie dat stroom uit zon beter is dan fossiele brandstoffen: helemaal mee eens. Ja, ik heb ook zonnepanelen, omdat we bevingsschade hadden aan ons huis. Maar de ideologie is omgeslagen in puur financieel gewin. Zonneweides op vruchtbare grond en windturbines die rechtstreeks leveren aan datacenters, maar in de media wordt trots verteld dat het opgewekte vermogen gelijkstaat aan 10.000 huishoudens. Wat er vaak niet bij staat: dat geldt als het waait. Zodra er geen wind is en geen zon, moeten traditionele centrales alles leveren. Met als gevolg dat die centrales, ooit gebouwd voor een bepaalde levering, opeens minder efficiënt zijn. Complete idioterie.

Onszelf bewapenen tegen een mogelijke vijand. Niks mis mee, ik was ooit soldaat. Maar voor miljarden wapens aanschaffen en jongeren sneuvel bereid willen maken? Complete idioterie, oorlog is geen feestje. De gruwelen van 80 jaar geleden herdenken we nog steeds. Het is een moment voor nazaten van de verzetshelden om te schitteren. Maar als je je verdiept in hoe het echt was, ontstaat toch een ander beeld. Goed en fout is niet altijd duidelijk. Onze koningin die zich laat schminken als reservist. Wie heeft dat bedacht? Complete idioterie.

Woordgebruik. Vaak is te horen dat woorden ertoe doen. Klopt, woorden kunnen kwetsen en maar lang niet iedereen beschikt over een woordenschat om zich genuanceerd uit te drukken. Cognitief begaafde mensen (die vaak een universitaire studie hebben gevolgd) weten het heel mooi in woorden te verpakken. Degene die praktisch geschoold is drukt zich vaak directer uit. Toch let diegene ook wel op zijn of haar woorden. Maar onze taal is inmiddels gekuist. Woorden als: negerzoen, zwarte Piet, blanke vla, moorkop, zigeunersaus en huidkleurige pleisters zijn probleemwoorden geworden? Komop wat een idioterie.

Gelijkheid. Wat zou dat mooi zijn dat we in een wereld leven waar iedereen dezelfde kansen krijgt. Niet iedereen is gelijk en dat is iets om te koesteren. Mannen kunnen bullebakken zijn, vrouwen zijn soms eh hmm zielig maar kunnen vilijn het bloed onder de nagels van een man weghalen. Als mediator word je getraind om geen sympathie te krijgen voor dat kleine broze vrouwtje — soms is zij degene die uitermate geslepen kan de man sturen waar ze wil. Mannen en vrouwen zijn niet gelijk. Voor een baan moet gewoon de geschiktste gekozen worden die past bij de functie. Maar gelijk? Complete idioterie.

Al dat wensdenken zie je overal in de maatschappij. We moeten mee — of je het nu wil of niet: DEI-indexen, verduurzaming, elektrisch rijden, ons voorbereiden op de oorlog. Ik begrijp de idealen en in veel kan ik me vinden, maar inmiddels zijn we beland in een gekkengesticht. Ik zie en hoor wat Epstein om zich heen had verzameld en wat al die wereldleiders met elkaar uitspoken. Tot voor kort waren dat complottheorieën. 

Maar als je de geschiedenis kent: het is van alle tijden. Idioterie net als heksverbranding, tulpenmanie, Franse Revolutie of de drooglegging van Amerika. Heb je nog andere voorbeelden?

“Geen vrijwilligers? Word er zelf een!”

We leven in een tijd waarin iedereen precies lijkt te weten wat er moet gebeuren, wat anderen moeten doen. Of het nu gaat om klimaatverandering, eenzaamheid in de buurt, of het opruimen van zwerfafval: de roep om actie is luid en duidelijk. Maar wie steekt er eigenlijk de handen uit de mouwen? Vaak blijft het bij praten, wijzen naar anderen, of – mijn persoonlijke favoriet – het oproepen tot vrijwilligers. Alsof vrijwilligers een magische groep mensen zijn die uit de lucht komen vallen, klaar om jouw briljante plan uit te voeren. Spoiler: zo werkt het niet.

De paradox van de vrijwilliger

Ik hoor het overal: “We hebben meer vrijwilligers nodig!” Gemeenten, verenigingen, goede doelen – iedereen lijkt op zoek naar die ene held die het werk wel even komt doen. Maar wat als we nu eens stoppen met roepen en zelf beginnen? Stel je voor: iedereen die het woord ‘vrijwilliger’ in de mond neemt, meldt zich aan voor een klus. Niet om te vergaderen, niet om een plan te schrijven, maar om écht iets te doen. Handen in de aarde, kwast in de verf, of een uurtje kletsen met die eenzame buurvrouw. Wedden dat we dan ineens geen tekort aan vrijwilligers meer hebben?

Het probleem is dat de roep om vrijwilligers vaak gepaard gaat met een soort verheven houding. Laatst hoorde ik iemand tijdens een buurtbijeenkomst zeggen: “Oh ja, de stoelen moeten ook nog klaargezet worden. Hoe moeilijk kan dat zijn? Daar is vast wel iemand voor te vinden.” Het klonk alsof het zetten van stoelen een klusje was dat ver onder hun eigen waardigheid lag. Alsof zijzelf te belangrijk waren om een paar stoelen te sjouwen, maar er heus wel een mindere ziel rondloopt die dat klusje wel even opknapt. Herkenbaar? Dat verheven toontje, dat idee dat jouw visie te groot is voor de ‘kleine’ taken, is precies wat ons tegenhoudt.

Vraag het eens: wat doe jíj eigenlijk?

De volgende keer dat je iemand hoort roepen om vrijwilligers, probeer dit eens: vraag ze, “Vrijwilliger, mooi! Maar wat doe jíj eigenlijk als vrijwilliger?” En dan niet in een bestuur zitten of vergaderen, maar echt helpen – handen uit de mouwen, iets concreets doen. Als er geen duidelijk antwoord komt, vraag dan door: “Waarom roep je dan om vrijwilligers als je zelf niet meedoet?” Het is een simpele vraag, maar hij legt de vinger op de zere plek. Vaak willen mensen wel dat iets gebeurt, maar vinden ze zichzelf te belangrijk voor de uitvoering. Doorvragen helpt om dat bloot te leggen en mensen aan te zetten tot actie. Want als jij het niet doet, waarom zou een ander het dan wel doen?

Wel roepen, maar niet doen

Deze houding zie je ook in de zogenaamde ‘woke’ discussies. Vertellen hoe anderen zich moeten gedragen. Iedereen heeft de mond vol over minder vliegen om het klimaat te redden, meer met het OV reizen, eenzaamheid aanpakken, of het uitsluiten van minderheden tegengaan. Mooie woorden, belangrijke thema’s, maar wat doen we er zelf aan? Hoe vaak boeken we zelf die goedkope vlucht naar een zonnig oord, terwijl we anderen vertellen dat vliegen slecht is? Of roepen we dat eenzaamheid een groot probleem is, maar lopen we straal langs die oudere buurvrouw die nooit bezoek krijgt? En hoe vaak zeggen we dat inclusie belangrijk is, maar nodigen we niemand uit die anders is dan wij voor een kop koffie? Het is makkelijk om te roepen wat er moet veranderen, maar als je zelf niet in actie komt, blijft het bij loze woorden. Als je eenzaamheid wilt aanpakken, begin dan met een praatje in je eigen straat. En als je inclusie predikt, nodig dan iemand uit een andere cultuur uit voor je buurtbarbecue. Actie begint bij jezelf, niet bij een ander.

Waarom wijzen we altijd naar anderen?

Het is menselijk om naar anderen te kijken. De gemeente moet het oplossen, de overheid moet ingrijpen, of “zij” moeten de stoelen klaarzetten. Maar waarom wachten? Als jij ziet dat er iets moet gebeuren, ben jij dan niet de perfecte persoon om te beginnen? Ja, het is makkelijker om te roepen dat iemand anders het moet doen. Maar eerlijk: dat lost niks op. Actie begint bij jezelf. En het mooie is: als jij begint, volgen anderen vaak vanzelf.

Ik denk aan die ene buurman in ons dorp die klaagde over de rommel in het park. “De gemeente moet hier iets aan doen!” zei hij. Tot iemand hem vroeg: “Waarom ruim je het zelf niet op?” Hij sputterde wat, maar een week later stond hij met een vuilniszak en een prikker in het park. En weet je wat? Er sloten spontaan anderen aan. Nu is dat park schoner dan ooit, en die buurman? Die voelt zich een held, niet omdat hij een grootse visie had, maar omdat hij gewoon begon.

Tijd maken voor actie

Natuurlijk hebben we tegenwoordig weinig tijd, lijkt het. Maar denk eens aan al die uren die we besteden aan schermtijd – scrollen door social media, bingen van series, of het checken van notificaties. Als we een fractie van die tijd zouden inzetten voor iets nuttigs, zoals het klaarzetten van die stoelen of het helpen in de buurt, zou er al veel veranderen. En het grappige is: mensen die het druk hebben, vinden vaak juist wél tijd om een handje te helpen. Het zijn de bezige bijen die een uurtje vrijmaken om de speeltuin op te knappen of een praatje te maken met een eenzame buur. Druk zijn is geen excuus – het is een kwestie van prioriteiten stellen.

Stop met praten, start met doen

Dus, de volgende keer dat je jezelf hoort zeggen: “Er moet iets gebeuren,” of “Daar is vast wel iemand voor te vinden,” vraag jezelf af: wat kan ik doen? Niet morgen, niet volgende week, maar nu. Laat dat verheven toontje los en pak die stoelen, die vuilniszak, of die kwast. En als je iemand hoort roepen om vrijwilligers – of het nu gaat om het klimaat, eenzaamheid, of inclusie – stel die ene vraag: “Wat doe jíj eigenlijk?” Want als iedereen die roept om verandering zélf in actie komt, dan zijn al die problemen waar we het over hebben ineens een stuk kleiner. Zoals mijn oude buurman altijd zei: “Een ander doet het niet voor je.”

Wat ga jij vandaag nog doen?