Menu Sluiten

Van verzorgingsstaat naar deugstaat

Soms tref ik een tekst die blijft plakken. De laatste was een posting van Andrea Speijerbach op Substack. Ze beschrijft glashelder hoe de mensheid zich ontwikkelde van de natuurtoestand naar de complexe maatschappij waarin we nu leven.

De natuurtoestand is het leven zonder wetten en regels. Daar geldt het recht van de sterkste en hebben mannen het voor het zeggen. In haar stuk zie je een schokkend fragment waarin mannen uit een andere cultuur trots vertellen over een groepsverkrachting – en het afsluiten met een High Five.

Door regels en wetten zijn we die natuurtoestand ontstegen. Die regels beschermen de zwakkeren, geven ze rechten en leggen de sterken verplichtingen op. Het is een subtiel bouwwerk, waarbij handhaving cruciaal is. Absoluut de moeite waard om te lezen.

In Nederland heeft dat geleid tot een samenleving waarin vrijwel alles in kaart was gebracht. Rechten voor de zwakkeren, en de sterken die ervoor zorgden dat iedereen kon meedoen. Kinderen werden beschermd door het verbod op kinderarbeid, ouderen konden op hun 65e stoppen met werken, vrouwen kregen ruimte om zich te ontwikkelen en volwaardig mee te doen. Het hoogtepunt was de WAO: een uitkering voor mensen die niet meekonden. De verzorgingsstaat op zijn best. Alleen: onbetaalbaar.

Na de oorlog was het land letterlijk en figuurlijk op de schop gegaan. Rond 1980-1983 leek alles geregeld. Nederland was klaar. We golden als voorbeeld voor de wereld en ontwikkelden een soort moreel leiderschap.

  • We gingen ons bekommeren om diversiteit en internationale betrekkingen. We zagen misstanden elders in de wereld en begonnen andere landen de maat te nemen. We overwogen zelfs een boycot van de Olympische Spelen vanwege de onderdrukking in China. Thuis schuurde het: gastarbeiders, de Surinaamse onafhankelijkheid, ons koloniale verleden. Andere culturen werden gezien als verrijking. Diversiteit werd actief gestimuleerd. Tot Pim Fortuyn de vinger op de zere plek legde.
  • Omdat Nederland “klaar” was en we een morele verhevenheid hadden ontwikkeld, gingen we ons zorgen maken over het voortbestaan van de aarde. We omarmden de Green Deal, werden koploper in Europa. We namen maatregelen die vooral symbolisch waren. Ons land is immers verantwoordelijk voor slechts 0,2% van de mondiale CO₂-uitstoot.
  • We werden activistisch in het buitenland, ook al grensden die landen niet aan ons eigen land. We deden mee aan internationale missies zonder goed te beseffen waar we aan begonnen – met Srebrenica als dieptepunt. We namen in de NAVO een rol op die niet bij onze omvang paste.

Al deze hogere doelen zorgden ervoor dat we het zicht op ons eigen land verloren. Moreel verheven lieten we asielzoekers binnen, wezen hen op hun rechten, maar vergaten de plichten te noemen. Met als gevolg dat mensen die de hele ontwikkeling van natuurtoestand naar moderne samenleving niet hadden doorlopen, aan hun lot werden overgelaten.

En de Nederlanders? Die zijn tot op het bot verdeeld over hoe we met nieuwkomers om moeten gaan. Aan de ene kant: “Vluchtelingen zijn welkom en geen mens is illegaal.” Aan de andere kant: “Vluchtelingen zijn welkom, maar ze moeten zich aanpassen. Gelukzoekers en illegalen niet.”

Twee kampen: de wensdenkers versus de mensen die zien dat ons zorgvuldig opgebouwde land aan het afbrokkelen is. Afbrokkelen door wensdenken, de illusie dat we het klimaat kunnen stoppen, meedoen aan internationale avonturen en iedereen binnenlaten – terwijl onze eigen kinderen geen woning meer kunnen krijgen.

De scheiding is duidelijk zichtbaar. Aan de ene kant de mensen die de maatschappij draaiende houden: boeren, bouwvakkers, zorgmedewerkers, chauffeurs, bakkers – de praktische handen. Aan de andere kant de mensen die zich bezighouden met de hogere doelen: klimaat, duurzaamheid, vluchtelingenwerk en sociale kwesties.

Die laatste groep is bijzonder. Veel van hen werken bij de overheid en lijken gedreven door idealisme of deugwerk op macroniveau: klimaattransitie, diversiteit, internationale missies. Ogenschijnlijk nobel werk, maar vaak zonder lokale, praktische betrokkenheid op straatniveau. Een snelle check op LinkedIn laat het zien: ronkende titels als consulent meldpunt ongewenst gedrag, strateeg jeugdhulp, adviseur crisisbeheersing, adviseur banenafspraak en diversiteit. Maar zelden vrijwilligerswerk in de eigen buurt.

Een baan bij de overheid geeft blijkbaar al snel een gevoel van morele superioriteit. Je zet je immers in voor nobele zaken. Een fragment uit De Nieuwe Wereld gaat daar precies over.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.