Krijg ik net een telefoontje van een dorpsgenoot: of ik al subsidie heb aangevraagd voor een activiteit. De vraag sloot naadloos aan bij de kern van deze blog. Sterker nog: de titel had ik al klaar.
Al die subsidies die je tegenwoordig kunt aanvragen voor activiteiten maken mensen lui. Sterker nog: we verleren zelf dingen te organiseren.
Dat je zwakker wordt als je een spier niet gebruikt, is een bekend fenomeen: “Use it or lose it”. Dat geldt voor alles in het leven. Gebruik je altijd navigatie? Dan vind je de weg nog maar met moeite. Hoofdrekenen, gitaarspelen, klaverjassen – het is nooit helemaal weg, maar het wordt wel “roestig”.
Hetzelfde gebeurt met het organiseren van activiteiten. Vroeger regelde Piet de ballen, Kees het net en Jannie de hapjes en drankjes (ja, ik zit in een traditionele omgeving). En hup, de buurtvolleybal kon los. Henk deed ook mee, ook al sportte hij niet zoveel – en laat hij nou net zijn enkel verzwikken. Die ballen en dat net hadden we kunnen lenen bij de volleybalvereniging. Misschien was Henk dan wel lid geworden.
Maar nee, we vragen het liever aan bij de gemeente. Want er is een potje voor.
Die reflex – alles meteen bij de overheid neerleggen – stuit me steeds meer tegen de borst. Zeker als we het zelf prima kunnen opbrengen. Ik zie bij gemeenten legers ambtenaren die zich bezighouden met “participatie”. Allemaal goed bedoeld. Je kúnt overal subsidie en hulp voor krijgen. Alleen zien we tegelijk dat de zelfredzaamheid afneemt.
Het heeft alles te maken met een doorgeschoten zorgcultuur – ook voor de “zwakkere”. Begrijp me goed: er móet aandacht zijn voor mensen die het echt niet redden. Daarom ben ik zelf vrijwilliger bij een telefonische hulplijn. Maar het eindeloos pamperen van curlingkinderen levert op latere leeftijd serieuze problemen op. Ik herken ze regelmatig in de gesprekken die ik voer.
Even zoeken en je vindt de wetenschappelijke onderbouwing: longitudinale data (o.a. Twenge et al.) laten een stijging zien van 63% in depressie en 71% in psychische stress bij millennials en Gen Z (2009-2017), deels gelinkt aan overbeschermende opvoeding.
Ik ben boerenzoon, opgegroeid met een iets hardere jeugd. Hutten bouwen, boomklimmen, vuurtje stoken (en je eraan branden), vallen met de fiets omdat we weer een stellage hadden gemaakt om overheen te springen. Beide knieën dragen nog de littekens. In die wereld leerde je op wie je kon bouwen en wie niet bij je paste. Hetzelfde zie ik bij jongeren in de stad die veel op straat leven: ook zij zoeken uit wie te vertrouwen is en wie niet (zie ook mijn eerdere blog over erfwijsheid).
“Boerenslimheid” en “streetwise” vind je vooral in armere wijken en op het platteland, waar men meer op gevoel vertrouwt dan op regels. Juist de overbescherming zie je vooral bij hogeropgeleiden. Recentelijk is er ophef over jongeren op het platteland die lijden onder groepsdruk. Daar moeten jongeren tegen beschermd worden. Echt een “woke gedachte”.
“Veel van wat we nu ‘woke’ noemen, is geen ideologie die uit de lucht komt vallen, maar een logisch cultureel bijproduct van een generatie die emotioneel in bubbelplastic is opgevoed: als je nooit hebt geleerd dat ongemak normaal is, ga je elk ongemak uiteindelijk zien als onrecht dat bestreden moet worden.”
Hoe zijn we hier terechtgekomen – en hoe komen we eruit? 6 stappen:
- Overbescherming → slappe weerbaarheid
- Slappe weerbaarheid → alles voelt als aanval
- Alles voelt als aanval → veiligheid is heilig
- Veiligheid is heilig → slachtofferrol = macht
- Slachtofferrol = macht → taalpolitie & cancelcultuur
- Laat ze weer vallen & falen → slachtofferschap verliest zijn glans en woke sterft vanzelf uit
Slotzin: De snelste manier om woke te killen is kinderen weer te laten vallen zonder dat wij er meteen een trauma van maken.Zie ook mijn volgende blog
Samenvattend:
![]()